Europese plattelandsfondsen niet altijd duurzaam ingezet

21-06 | |
Foto: ANP
Foto: ANP

Effecten van subsidies verschillen per sector en per lidstaat.

Europese investeringen in plattelandsontwikkeling leveren niet altijd een structureel en duurzaam voordeel op. Dat blijkt uit een onderzoek van de Europese Rekenkamer naar de besteding van € 25 miljard Europese subsidies voor de plattelandseconomie sinds 2007.

De Europese Unie wil met de subsidies de verscheidenheid van de bedrijvigheid op het platteland vergroten. Een ander doel is de verbetering van de infrastructuur.

De effecten van de subsidies verschillen per sector en per lidstaat, aldus de Europese Rekenkamer.

Toerisme

Projecten gericht op het vergroten van toerisme blijken in een aantal lidstaten niet te beklijven, omdat de toeristische accommodaties niet levensvatbaar waren. Het onderzoek werd uitgevoerd in de lidstaten Frankrijk, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Oostenrijk, Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Italië.

Geld dat voor infrastructuur is uitgetrokken (wegen, riool, waterleiding) blijkt over het algemeen nuttig besteed. “Maar een derde van de diversificatieprojecten — projecten gericht op de bevordering van niet-agrarische activiteiten of de ondersteuning van nieuwe zakelijke kansen — was ten tijde van de controle niet langer operationeel, zelfs wanneer er veel geld in was geïnvesteerd. Investeringen in toeristische accommodatie behoorden tot de vaakst gesteunde diversificatieprojecten”, aldus het rapport.

Toeristische projecten onderzocht

Er werden inmiddels opgedoekte toeristische projecten onderzocht waarbij de Europese Unie gemiddeld € 9.000 per maand had bijgedragen. Bovendien bleek dat accommodaties niet werden ingezet voor toerisme, maar voor particuliere bewoning. Dat speelde onder andere in Bulgarije en Roemenië. Twee derde van de geanalyseerde toeristische accommodaties bleek tijdens het onderzoek nog beschikbaar voor toerisme.

Doel van de subsidies is om de plattelandseconomie minder afhankelijk te maken van land- en bosbouw. Uit de bij het rapport gepubliceerde statistieken blijkt dat van alle Europese landen de arbeidsparticipatie op het Nederlandse platteland het grootst is. De afhankelijkheid van de primaire land- en tuinbouw is relatief laag.

In 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de EU in. Wat is de grootste verandering in het nieuwe beleid en wat doet Nederland zelf? Lees dit en meer op de themapagina GLB

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer