Extra derogatievoorwaarden zijn geregeld

De mestproductie zit onder de plafonds en de verscherpte handhaving is in gang gezet. De Europese Commissie vindt de inzet genoeg voor een nieuwe derogatie.

Het nitraatcomité stemde eind juni voor verlenging van de derogatie. Alle aanwezige lidstaten stemden voor het Nederlandse verzoek om ook in 2020 en 2021 op derogatiebedrijven meer stikstof uit dierlijke mest te mogen toedienen. Hiervoor moest naast de waterkwaliteit wel aan een aantal eisen worden voldaan: de mestproductie moet onder de plafonds zijn, en mestfraude moet harder worden aangepakt. Uit de rapportages van het ministerie blijkt dat de mestproductie ruim onder de plafonds zit. Op het gebied van handhaving van het mestbeleid worden stappen gezet, maar van volledige naleving is nog geen sprake.

Totale mestproductie verder gedaald

De totale mestproductie is in 2019 verder gedaald naar 489,7 miljoen kilo stikstof en 155,5 miljoen kilo fosfaat. Zowel de stikstof- als de fosfaatproductie is hiermee ruim onder de plafonds van 504,4 miljoen kilo stikstof en 172,9 miljoen kilo fosfaat. Ook de sectorale plafonds, die sinds vorig jaar ook in de wet zijn opgenomen, werden in 2019 niet overschreden. Op één punt wordt het landelijke plafond nog wel overschreden: het aantal fosfaatrechten dat in de markt is, is met 85.766.283 rechten hoger dan de toegestane hoeveelheid van 84,9 miljoen kilo.

Nog steeds teveel fosfaatrechten

Bij de invoering van het fosfaatrechtenstelsel werden teveel rechten uitgegeven, omdat vleesveehouders ook rechten kregen. Voor deze diercategorie zijn volgens het ministerie zo’n 600.000 kilo fosfaatrechten nodig. Bij de Europese Commissie is aangegeven dat deze niet meegeteld worden om onder het melkveeplafond te komen. Ook als deze rechten niet meegeteld worden, is het aantal uitgegeven rechten nog te hoog.

Om versneld onder het plafond te komen, is in juni 2019 besloten het afromingspercentage te verhogen van 10 naar 20. Bij iedere transactie van fosfaatrechten moet nu 20% worden ingeleverd. Formeel gaan ze naar de fosfaatbank, maar deze bank gaat pas open als het aantal rechten onder het plafond is. Daarmee komen de fosfaatrechten die nu worden afgeroomd, gewoon te vervallen. In 2018 werden 5,33 miljoen rechten verhandeld, waarmee 422.971 kilo rechten werden afgeroomd. In 2019 werden – anders dan verwacht- zelfs nog meer fosfaatrechten verhandeld dan in het jaar dat het fosfaatrechtenstelsel werd ingevoerd: 5,64 miljoen kilo. Er werden toen 358.764 kilo rechten afgeroomd.

Sommige transacties, waaronder bij bedrijfsoverdracht, worden vrijgesteld van afroming. Over de invoering van het fosfaatrechtenstelsel lopen nog veel rechtszaken. Op deze manier hebben melkveehouders 556.000 extra fosfaatrechten toebedeeld gekregen. Mede hierdoor is het totale aantal fosfaatrechten ondanks de afgeroomde rechten nog steeds niet onder het plafond. Zodra dit het wel het geval is, zal het afromingspercentage weer verlaagd worden naar 10%. De Europese Commissie maakt er nu geen probleem van dat het aantal fosfaatrechten nog boven het plafond is. De inzet om onder het plafond te komen wordt als voldoende geaccepteerd.

Aanscherpen handhaving

De Europese Commissie stelde als voorwaarde voor de derogatie dat Nederland de controle en handhaving van het mestbeleid moest aanscherpen. Schouten stelde hiervoor de Verscherpte Handhavingsstrategie (VHS) op, waarbij naast een aantal regio’s de mesthandel en co-vergisters als risico-schakels zijn aangemerkt. In 2019 is de nieuwe werkwijze voor het eerst in de praktijk gebracht: in de hoog-risicogebieden De Peel, Gelderse Vallei en Twente is de samenwerking tussen RVO.nl , NVWA, Openbaar Ministerie, Nationale Politie, Waterschappen en Omgevingsdiensten uitgebreid. In De Peel zijn ongeveer drie keer zoveel administratieve controles uitgevoerd. Het aantal fysieke controles was in de aangewezen risicogebieden niet hoger dan in 2018. Dat komt mede doordat de beschikbare capaciteit van de NVWA meer is ingezet voor complexe onderzoeken naar overtreders.

Deze onderzoeken en controles hebben volgens het ministerie geleid tot een hoger aantal processen-verbaal en rapporten van bevindingen. Van de bijna 3000 fysieke controles in 2018 en 2019 was in 2018 87% in orde. In 2019 was dat bij 82% van de controles. Gezien de risicogerichte manier van controleren, is niet automatisch de conclusie te trekken dat de naleving minder is geworden.

Bij controle vaak ‘niet akkoord’

In 2019 heeft RVO.nl administratieve controle gedaan bij 6.500 van de 60.629 bedrijven, waarbij bij 5.631 bedrijven sprake was van ‘niet akkoord’. In 2018 werden 4.500 administratieve controles uitgevoerd, toen was bij 3.500 gevallen niet alles in orde. Er werden in 2019 ruim 1.000 controles gedaan bij rundveebedrijven, 540 bij akkerbouwbedrijven en 1400 bij overige bedrijven. Bij rundveebedrijven werden 288 boetes opgelegd voor in totaal € 3 miljoen.

Het aantal administratieve controles bij intermediairs is in 2019 verdubbeld ten opzichte van 2018, naar 3.063 controles. Hiervan was 362 akkoord en bij 2.601 (88,2%) was het niet akkoord. Bij 2.279 van deze overtredingen werd een boete opgelegd. Het totale boetebedrag was hierbij € 399.605. In 400 gevallen werd een waarschuwing gegeven. De meeste overtredingen hebben betrekking op het niet volledig indienen, niet naar waarheid opmaken of niet opmaken van een vervoersbewijs dierlijke meststoffen door de vervoerder.

In ernstige gevallen wordt de registratie van een intermediair geschrapt. Dat gebeurde afgelopen jaren vier keer. Daarnaast werden 18 aanvragen voor de registratie van een mesthandelsbedrijf geweigerd. RVO.nl registreerde in 2019 64 nieuwe intermediaire ondernemingen.

Bij intermediaire bedrijven werden in 2019 totaal 1024 fysieke controles uitgevoerd bij de 1190 bedrijven. Veel bedrijven werden meermaals gecontroleerd. Bij 102 van de 291 unieke gecontroleerde bedrijven was niet alles in orde; dat is 35% van de gecontroleerde bedrijven en 8,6% van het totaal aantal bedrijven.

Intensiever onderzoek: celstraffen opgelegd

Bij de verbeterde handhavingsstrategie doet RVO.nl ook veel intensiever en uitgebreider onderzoek naar mogelijke grootschalige mestfraude. Veel onderzoeken lopen nog, waardoor er nog geen resultaten van zijn. Wel legde de rechter afgelopen jaar celstraffen op van vier en twee jaar aan twee intermediaire ondernemers. Daarnaast legde de rechter in 2019 aan 35 transportbedrijven in de mestsector voor € 20 miljoen bestuursrechtelijke vorderingen, drie jaar gevangenisstraf (waarvan één jaar voorwaardelijk), € 50.000 boete en drie jaar ontzegging tot bedrijfsmatige activiteiten op. Het ging hier om bedrijven die hebben gefraudeerd bij het vervoeren, wegen, bemonsteren en administreren van mesttransporten.

De komende jaren wordt de verscherpte handhavingsstrategie verder uitgerold.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.