FNLI: Nederland heeft dringend Deltaplan voor energie nodig

24-07 | |
Volgens directeur Cees-Jan Adema van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie heeft de voedingssector niet eerder zo’n uitdagende situatie meegemaakt. - Foto's: Fred Libochant
Volgens directeur Cees-Jan Adema van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie heeft de voedingssector niet eerder zo’n uitdagende situatie meegemaakt. - Foto's: Fred Libochant

Voedingsbedrijven willen verduurzamen. Maar de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet remt dat af. Directeur Cees-Jan Adema van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie pleit voor een stevige aanpak. “Nederland heeft dringend een Deltaplan nodig voor de energievoorziening.”

De voedingsmiddelenproducenten zitten in een ‘perfect storm’: alle denkbare uitdagingen komen tegelijk op je af. De coronacrisis heeft wereldwijd de logistiek verstoord. Inflatie jaagt de prijzen omhoog van grondstoffen, energie, verpakkingen, transport en personeel. De oorlog in Oekraïne versterkt dat alles nog eens extra.

Volgens directeur Cees-Jan Adema van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) heeft de voedingssector niet eerder zo’n uitdagende situatie meegemaakt. “De ontwikkelingen gaan heel snel. Een paar maanden geleden kwamen we na twee jaar uit de coronacrisis en had ik nog de verwachting dat we weer richting een normale situatie konden gaan. Maar de oorlog in Oekraïne heeft alle prijsstijgingen van grondstoffen, energie en verpakkingen in een stroomversnelling gebracht.”

Ook voor de woningbouw en de elektrificatie van het wagenpark is een groter stroomnetwerk nodig

De oorlog maakt volgens Adema twee dingen duidelijk. “De beschikbaarheid van grondstoffen en voedingsmiddelen kan ineens onder druk staan. Kijk maar naar de prijsstijgingen en de rantsoenering van zonnebloemolie. Daarnaast heeft de oorlog het energievraagstuk verscherpt.”

Elektriciteitsvraag neemt toe

De Nederlandse overheid wil af van het aardgas en steeds meer overstappen op duurzame niet-fossiele energie. Deze energietransitie betekent dat bedrijven moeten overschakelen op elektrische aandrijving van hun bedrijfsprocessen. Maar het stroomnetwerk heeft in veel regio’s een tekort aan capaciteit, zegt Adema. “Dat verhindert bedrijven om die energietransitie te realiseren. Nederland heeft dringend een Deltaplan nodig voor de energievoorziening. De vraag naar elektriciteit neemt de komende tijd alleen maar toe.”

Het Deltaplan houdt voor Adema in dat de overheid sneller is met vergunningverlening en eerder begint met investeren in de energievoorziening. “Ook provincies en gemeenten hebben er belang bij dat de industrie hun investeringen kunnen doen en niet tegen worden gehouden omdat de stroomvoorziening niet op orde is. En ook voor de woningbouw en de elektrificatie van het wagenpark is een groter stroomnetwerk nodig. De schop moet in de grond.”

Positieve ontwikkelingen

Adema ziet echter ook positieve ontwikkelingen in de energietransitie. De rijksoverheid wil vele miljarden steken in de lokale stroomnetten die nu nog in handen zijn van provincies en gemeenten. Die kapitaalinjectie kan bijdragen aan het aanpakken van de krapte op het elektriciteitsnet. Daarnaast gaat de overheid het ODE/SDE-systeem aanpassen. Verbruikers van gas en elektriciteit betalen een ODE-heffing (Opslag Duurzame Energie). De heffing wordt gebruikt om subsidies te financieren voor de regeling SDE++ (Stimulering Duurzame Energietransitie). Sectoren die extreem veel energie verbruiken zijn vrijgesteld van de ODE-heffing. Het midden- en kleinbedrijf, dus ook veel voedingsbedrijven, betalen daardoor tot nu toe onevenredig veel ODE-heffing. Terwijl ze nauwelijks kunnen profiteren van de SDE++-subsidies vanwege de voorwaarden.

Bedrijven kunnen meer doen aan energiebesparing. En we zoeken alternatieve energievormen

De overheid gaat wat doen aan die onbalans, zegt Adema. “De ODE-heffingen gaan omlaag voor de derde en vierde schijf van elektriciteitsverbruik. Daar vallen de meeste voedingsmiddelenproducenten onder. Bovendien komen straks ook verbeteringen van bedrijfsprocessen in aanmerking voor de SDE-subsidies. Dat helpt bedrijven om hun bedrijfsprocessen energiezuiniger te maken. Dat is een belangrijke verbetering van de SDE-regeling gezien de fors gestegen energiekosten. De aanpassingen gaan begin volgend jaar in en we zijn daar blij mee.”

Zesde cluster energietransitie

De overheid is ook op een ander punt de voedingsmiddelenproducenten tegemoetgekomen. Er is in de energietransitie een zesde cluster bijgekomen, waar de voedingsmiddelenproducenten onder vallen. De overheid had vijf clusters benoemd: Rijnmond, IJmond, Chemelot, Noord-Groningen en Moerdijk. Maar de voedingsbedrijven zitten niet geconcentreerd op deze industrieterreinen maar verspreid over heel Nederland, constateert Adema. “Daarom zijn we blij dat dit zesde cluster erbij is gekomen. Wij hebben in kaart gebracht welke plannen de voedingsbedrijven hebben en tegen welke knelpunten ze aanlopen.”

Niet alleen de overheid is echter aan zet in de energietransitie. De voedingsmiddelenproducenten kunnen zelf ook aan de slag. Adema: “Bedrijven kunnen meer doen aan energiebesparing. En we zoeken alternatieve energievormen. Zo bekijken we samen met provincies of we een structuur kunnen opzetten van clusters van lokale bedrijven. Binnen deze clusters worden vraag en aanbod van duurzame elektriciteit op elkaar afgestemd. Ook het beperken van voedselverspilling is een belangrijk aandachtspunt, niet alleen uit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Minder verspilling bespaart kosten, het helpt om de klimaatdoelen te halen en bedrijven verbruiken minder energie. We willen dat de voedselverspilling in 2030 gehalveerd is.”

Lees verder onder foto

Cees-Jan Adema:
Cees-Jan Adema: "Minder verspilling bespaart kosten, het helpt om de klimaatdoelen te halen en bedrijven verbruiken minder energie."

Wetgeving

De energietransitie is niet de enige uitdaging waar de levensmiddelproducenten voor staan. Overheden, zowel nationaal als in Brussel, komen met steeds meer wetgeving die producenten verplicht maatschappelijk verantwoord te ondernemen en aan te tonen hoe ze dat doen.

Zo presenteerde de Nederlandse overheid eind juni de Nationale Aanpak Product Verbetering. De NAPV formuleert doelen die in 2030 gehaald moeten zijn wat betreft gehaltes aan suiker, vet, zout en vezels in voeding. De gedachte is dat wanneer voeding minder zout, suiker en vet bevat en meer vezels, dat mensen dan vanzelf gezonder eten. De overheid gaat met de levensmiddelenproducenten in gesprek om hun producten gezonder te maken. Adema: “Overgewicht is een probleem. Ook de voedingsproducenten zien het als een uitdaging om overgewicht te voorkomen. Het vraagt echter meer dan alleen een herformulering van een product. De consument moet ook worden voorgelicht en mensen moeten gestimuleerd worden meer te bewegen.”

De overheid moet ook oog hebben voor het grote belang van de agrofoodsector voor Nederland

De Nederlandse regering heeft ook het voornemen op tafel gelegd om de stikstofuitstoot door de veehouderij drastisch te verminderen. Dat kan grote gevolgen hebben voor de zuivel- en vleessectoren, zegt Adema. “Er is de laatste 70 jaar een zeer efficiënt voedselproductiesysteem opgezet in Nederland, maar het barst nu uit zijn voegen. Dat is een hard gelag voor mensen die het treft. De overheid moet echter ook oog hebben voor het grote belang van de agrofoodsector voor Nederland. Dat vraagt om een visie voor de lange termijn op hoe we de beschikbare milieugebruiksruimte in Nederland willen benutten. We moeten daarbij ook kijken naar de bevolkingsgroei wereldwijd, terwijl steeds minder landbouwgrond beschikbaar is. Onze export betekent dat we een verantwoordelijkheid hebben naar onze afnemers in die landen waar we naar toe exporteren.”

Green Deal

Vanuit Brussel komt veel regelgeving voort uit de Green Deal. Dit plan van de Europese Commissie is in 2019 gepresenteerd en moet ervoor zorgen dat de EU in 2050 een klimaatneutrale, duurzame en circulaire economie is. Adema vindt het goed dat de EU regels opstelt voor bedrijven wat betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat bij de voedingsbedrijven hoog op de agenda. De consument wil weten wat er in onze producten zit en hoe ze zijn geproduceerd. Onze afnemers vragen dat ook van ons. Maar de regels moeten wel uitvoerbaar zijn. En we willen een gelijk speelveld binnen de EU. Onze thuismarkt zit in een straal van 800 kilometer rondom Nederland. We hebben behoefte aan een internationaal kader.”

Nederlanders zullen er aan moeten wennen dat ze voortaan meer geld kwijt zijn aan voeding

Ondanks alle uitdagingen die in korte tijd op het bordje van de voedingsmiddelenproducenten zijn beland, is Adema optimistisch over de toekomst van zijn sector. “De Nederlandse voedingsmiddelenproducenten kunnen goed omgaan met deze uitdagingen. De coronacrisis heeft laten zien hoe veerkrachtig onze sector is. Het neemt niet weg dat het economisch klimaat uitdagend is. De voedingsproducenten hebben nog niet alle gestegen kosten kunnen doorberekenen aan hun afnemers. Daardoor teren ze in op hun financiële reserves. Dat maakt investeringen lastiger. Ik verwacht dat de voedselinflatie nog wel even aanhoudt. De Nederlander besteedt gemiddeld ongeveer 10% van het huishoudinkomen aan voeding. Dat is internationaal gezien laag. Er is nog ruimte voor het doorberekenen van prijsstijgingen. Nederlanders zullen er aan moeten wennen dat ze voortaan meer geld kwijt zijn aan voeding.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur


Beheer