FNV: openingsbod cao Zuivel teleurstellend

10-11 | |
Melk wordt afgeleverd bij een melkpoederfabriek. Werkgevers en vakbonden zijn het nog niet eens over de cao Zuivel. Foto: Herbert Wiggerman
Melk wordt afgeleverd bij een melkpoederfabriek. Werkgevers en vakbonden zijn het nog niet eens over de cao Zuivel. Foto: Herbert Wiggerman

De voorstellen van werkgevers en vakbonden in het overleg over de cao Zuivel liggen nog ver uit elkaar. Dat meldt vakbond FNV.

De werkgevers zijn bereid de lonen per 1 januari 2023 met 4% te verhogen. Daarbij zou een eenmalige uitkering van € 800 bruto komen. De vakbond zet echter in op automatische prijscompensatie (APC). De salarissen worden dan jaarlijks aangepast ter compensatie van de stijging van de kosten van levensonderhoud. De aanpassing zou plaatsvinden op basis van het CBS consumentenprijsindexcijfer. Volgens FNV is de eenmalige uitkering, die de werkgevers voorstellen, niet meer dan een poging het lage bod voor de structurele loonsverhoging te verbloemen. Gezien de inflatie van 10% zouden werknemers er volgens de vakbond bij een loonsverhoging van 4% flink op achteruitgaan.

Geen voorstander van APC

De werkgevers zijn geen voorstander van APC omdat in deze systematiek geen rekening wordt gehouden met de economische context of de financiële situatie van een sector. Ook zou APC een onevenredig deel van de verantwoordelijkheid ten aanzien van de inflatie bij de werkgever neerleggen.

NZO laat namens de werkgevers aan de vakbonden weten dat zuivelbedrijven veel last hebben van de sterk gestegen prijzen van grond- en hulpstoffen. Het zou steeds moeilijker zijn om deze prijsstijgingen door te belasten in de verkoopprijzen. Vooral in de tweede helft van 2022 ziet de zuivel een afname in de consumptie of het overstappen op alternatieven, waardoor het lastig is marktaandeel vast te houden of uit te breiden. Dit alles zou voor grote onzekerheid zorgen over de verdere ontwikkeling van de financiële resultaten.

Uitzonderlijk hoge verkoopprijzen van bulkproducten

Dat de resultaten over de eerste helft van 2022 relatief goed zijn, komt volgens NZO onder meer door de uitzonderlijk hoge verkoopprijzen van bulkproducten. Hierdoor kon de melkprijs ook in basisproducten als kaas, boter en poeder worden doorgerekend. ‘Normaal’ is dit zonder extra waarde toe te voegen niet mogelijk. Ook een herwaardering van bestaande voorraden zorgde voor betere resultaten. Daarbij profiteerden exporterende bedrijven van de zwakke euro.

Voor de tweede helft van 2022 en vooral 2023 verwacht de zuivel grote druk op de resultaten. Voor zuivelbedrijven die zich vooral richten op verkoop van merkproducten, zijn de resultaten in het tweede halfjaar van 2022 al ronduit slecht. Prijzen konden niet verder worden verhoogd en consumenten kozen vaker voor een goedkoper alternatief.

Hoge melkprijs

NZO wijst daarnaast op de dalende verkoopprijzen van bulkproducten en een relatief hoog blijvende melkprijs. De organisatie verwacht dat de productie van basisproducten eind dit jaar niet meer voldoende is om de hoge melkprijs te blijven betalen. Een hoge melkprijs die, ondanks dat dit voor zuivelverwerkende bedrijven een kostenpost is met enorm drukkend effect op het resultaat, wel hard nodig is geweest om de marge op het boerenerf in stand te houden. Ook is sprake van een zeer beweeglijke valutamarkt. NZO wijst erop dat het voordeel van de relatief zwakke euro voor exporterende bedrijven snel kan verdwijnen.

Lees ook het artikel over de tweede onderhandelingsronde cao Zuivel: Onderhandelingen CAO Zuivel nog niet op stoom

Willem Veldman
Meer over


Beheer