Fransen willen van buitenlandse kip af

De Franse pluimveesector roept al lang dat er minder kip ingevoerd moet worden, maar nu is het menens.

Frankrijk heeft in de eerste zeven maanden van dit jaar 367.500 ton kip en ander pluimveevlees uit het buitenland aangevoerd, dat is 7,6% minder dan in dezelfde periode in 2019. Het overgrote deel, 330.000 ton, was kip, de rest kalkoen en eend. Maar voorzitter Jean-Yves Menard van het ‘schap’ CIPC waarschuwt dat de daling schijn is. “Het is geen enkele reden om halleluja te roepen, die daling is volstrekt kunstmatig door het sluiten van de horeca wegens corona.”

Invoer neemt toe

Menard, die het Comité interprofessionnel du poulet de chair, ofwel de organisatie voor de vleeskippen leidt, kijkt liever naar het laatste ‘normale’ jaar 2019. Toen voerde Frankrijk 668.600 ton van dat soort vlees in, een bescheiden 1,5% meer dan in het voorafgaande jaar. Daarmee kwam echter wel een recordaandeel van 45% van alle in Frankrijk verwerkte kip uit het buitenland, een cijfer dat in 1990 nog op 10% lag. “Je ziet nu ook dat na de lockdown de invoer weer toeneemt”, benadrukt Menard. In de maand juli kwam er inderdaad met 56.300 ton weer 4,3% meer van over de grens dan in het dezelfde maand in 2019. Die buitenlandse kip gaat voor een klein deel naar de winkels, maar voor het grootste deel naar de horeca en de verwerkende industrie. Vooral in de laatste sector is 70 tot 80% van alle gebruikte kip buitenlands, meldt het CIPC.

Verloren terrein heroveren

De gezamenlijke kippensector wil daar nu eindelijk eens écht een eind aan maken en ervoor zorgen dat het overgrote deel van wat er aan kip wordt gegeten en verwerkt van ‘eigen’ Franse pluimveehouders afkomstig is. “Ons doel is jaarlijks 2% van het verloren terrein te heroveren, dat is dus 10% tegen 2030”, zegt Jean-Michel Schaeffer, voorzitter van de organisatie voor de hele pluimveewereld Anvol. De sector heeft daartoe een aantal ‘strategische doelen’ in kaart gebracht. In de eerste plaats moet het aantal scharrel- en uitloopkippen drastisch worden verhoogd, vooral omdat de consument daar meer om vraagt. Doel is dat over vijf jaar de helft van alle in Frankrijk gefokte kippen toegang heeft tot natuurlijk licht, waarvan 20% in de open lucht en 30% in stallen met ramen. “Dat betekent wel dat nog altijd 50% van de kippen uit standaardstallen komt, want we moeten niet vergeten dat er een grote vraag blijft naar vlees voor een betaalbare prijs,” aldus Schaeffer.

We moeten zien of de consument nu ook thuis geeft

Geen buitenlandse soja

Daarnaast wil Anvol alle bedrijven in de sector onderwerpen aan regelmatige audits over het dierenwelzijn, maar ook over milieu-aspecten. In dat kader zou de sector uitsluitend duurzaam geproduceerd voer mogen gebruiken waarbij dan ook geen sprake is geweest van ontbossing. “Dat betekent dat we moeten leren om geen Zuid-Amerikaanse soja meer te gebruiken.” In hetzelfde kader leggen de Franse pluimveehouders zich er op toe om het gebruik van antibiotica met 60% terug te dringen. “Daarmee zouden we ons in de ogen van de consument belangrijk kunnen onderscheiden van buitenlandse concurrenten”, denkt directrice Anne Ricard van Anvol. Zij waarschuwt daarbij wel dat het realiseren van al die plannen de sector als geheel zeker € 600 miljoen per jaar gaat kosten, een bedrag dat wel ergens vandaan moet komen. Ricard: “We moeten zien of de consument nu ook thuis geeft. Negen van de tien burgers stellen dat ze liever Made in France willen eten, maar in de winkel blijkt er nog een grote kloof tussen wat die burger zegt en wat de consument doet.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.