Geen paniek rond actualisatie vergunning IPPC-bedrijf

Bedrijven die onder de Europese IPPC-regelgeving vallen moeten begin 2021 een actuele vergunning hebben. Het lijkt weinig problemen op te leveren.

Recentelijk staat de Europese IPPC-richtlijn (IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control ofwel geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) voor de grotere bedrijven weer in de belangstelling. Gemeentes moeten namelijk voor 1 februari 2021 de omgevingsvergunning van deze bedrijven actualiseren. Kort gezegd moeten vergunningen vanuit de Europese Unie binnen vier jaar na de publicatie aan nieuwe normen (de zogenoemde BBT-conclusies, de Beste Beschikbare Technieken) voldoen (zie kader).

Toets automatisch plaatsgevonden

Bij vergunningen die vanaf 2017 zijn afgegeven heeft de toets aan de nieuwe BBT-conclusies in principe automatisch plaatsgevonden. Nu moeten gemeenten voor 21 februari 2021 alle bestaande vergunningen hebben geactualiseerd.

Volgens Robert Kamphuis, directeur van De omgevingsadviseurs, ligt de verantwoordelijkheid primair bij de gemeente of omgevingsdiensten. “Varkenshouders hoeven zelf geen actie te ondernemen. Dat doet de gemeente en in veel gevallen de omgevingsdienst waarin ze samenwerken.”

Hij raadt varkenshouders die het betreft aan zich in de materie te verdiepen. “Als deze regels vastliggen in de omgevingsvergunning, is een ondernemer immers ook verplicht zich eraan te houden. Kamphuis verwacht niet dat de actualisatie leidt tot grote ingrepen in de stal. “Bedrijven hoeven geen ander emissiearm systeem te plaatsen of minder dieren te houden.”

Bedrijven hoeven geen ander emissiearm systeem te plaatsen of minder dieren te houden

Robert Kamphuis, directeur van De omgevingsadviseurs

Meer speelruimte

Ook andere geraadpleegde deskundigen van adviesbureaus en omgevingsdiensten verwachten geen grote consequenties. “De niveau’s van de Nederlandse stalsystemen hebben in de meeste gevallen al een geringere emissie van ammoniak en stank dan de Europese normen eisen”, aldus Huub Bruggink, adviseur bij Van Westreenen vestiging Tubbergen.

Verschillen in aanpak

Wel kan de betreffende gemeente of omgevingsdienst een verschil maken in aanpak. “Bij een vergunning ben je altijd in bepaalde mate afhankelijk van de betreffende ambtenaren. Dat is nu niet anders.” De algemene termen uit de Europese richtlijn geven per definitie al wat meer speelruimte, is zijn ervaring. Bovendien is er minder onderscheid tussen maatregelen per stal of per bedrijf. Bruggink omschrijft de actualisatie alles bij elkaar als ‘een verplicht nummer’.

Twee aspecten

Globaal zijn er twee aspecten die op een deel van de bedrijven aandacht vragen. Als er op papier een overbelaste situatie is voor geur of er zijn klachten over, dan kan de omgevingsdienst vanuit de IPPC-richtlijn een geurbeheersplan eisen. Het betekent niet direct aanpassingen aan de stal of de route daarnaartoe, maar vooral hoe de ondernemer met de situatie omgaat.

Energie

Iets ingrijpender kan het aspect energie zijn. In het verleden was het voldoende om ‘efficiënt’ met energie om te gaan. Nu is het gekoppeld aan technieken en maatregelen. Als de ondernemer deze binnen vijf jaar kan terugverdienen, is toepassing verplicht. Dat kan betekenen dat een varkenshouder energiezuinige ventilatoren of lampen moet installeren.

Overigens geldt al langer dat bedrijven die onder het Activiteitenbesluit (zogenoemde A- en B-bedrijven) vallen een energiebesparingsplicht hebben. Nu krijgen dus ook IPPC (C-bedrijven) hiermee te maken, hoewel de IPPC-voorschriften wat vrijblijvender zijn dan vanuit het Activiteitenbesluit. Dat geeft ook verschillen in de mate waarin omgevingsdiensten acties vragen van ondernemers.

Onder vergrootglas

Een rondgang langs een aantal omgevingsdiensten in de veedichte regio’s in Zuid- en Oost-Nederland levert een wisselend beeld op van de mate waarin ze met de actualisatie bezig zijn. Er zijn diensten die alle bedrijven hebben aangeschreven en de actualisatie grotendeels klaar hebben. Andere omgevingsdiensten staan nog aan het begin van het traject.

Achterhoek

Tot de eerste categorie behoort de omgevingsdienst Achterhoek. De regio heeft 140 IPPC-bedrijven. Volgens agrarisch vergunningverlener Angela Krabbenburg blijkt uit een inventarisatie dat in het werkgebied nagenoeg alle bedrijven aan de BBT-eisen voldoen. “We hebben de geïnventariseerde maatregelen vastgelegd in de vergunning, waardoor het bedrijf voldoet aan de verplichting. Onze toezichthouders zijn aan het controleren of de aangegeven maatregelen zijn getroffen.”

Onze toezichthouders zijn aan het controleren of de aangegeven maatregelen zijn getroffen

Agrarisch vergunningverlener Angela Krabbenburg, omgevingsdienst Achterhoek

Bedrijven die voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting, voldoen ook aan de eisen van IPPC. “Omdat de fijnstofconcentratie in de Achterhoek nagenoeg overal onder 20 microgram ligt, gelden voor agrarische bedrijven geen aanvullende eisen op dat gebied”, aldus Krabbenburg.

Noord-Brabant

Een provincie waar de veehouderij al onder een vergrootglas ligt, is Noord-Brabant. De drie omgevingsdiensten in die provincie geven aan het proces van actualisatie mee te laten lopen met de aanvragen van vergunningen die in het kader van de Interim Omgevings Verordening (IOV) worden gedaan. De deadline is door de nieuwe politiek verschoven naar 2024, waardoor ook het proces van actualisatie vertraging kan oplopen.

Wel vindt monitoring vanuit de EU plaats en als lidstaten in gebreke blijven, kan Brussel ze op de vinger tikken. Dat kan consequenties hebben voor de ondernemers, zegt vergunningverlener Wilfried Michels. “Dan moeten vergunningen aangepast worden voor zover deze nog niet voldoen. Voor individuele gevallen kan dat consequenties hebben.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.