Gezondheid krijgt grotere rol in vlees- en zuivelvervangers

08-01 | |
Vleesvervangers met de Nutri-Score op de verpakking in een winkelschap. Het label waarmee consumenten kunnen zien of een product gezond is of niet, wordt volgend jaar ingevoerd. - Foto: ANP
Vleesvervangers met de Nutri-Score op de verpakking in een winkelschap. Het label waarmee consumenten kunnen zien of een product gezond is of niet, wordt volgend jaar ingevoerd. - Foto: ANP

Gezondheid van vlees- en zuivelvervangers wordt, naast smaak en uiterlijk, steeds belangrijker. De invoering van de Nutri-Score dit jaar zet de aanpassing van producten nog meer op scherp.

Vlees- en zuivelvervangers winnen steeds meer terrein. Producenten van vlees- en zuivelvervangers zien het als hun doel om consumenten te overtuigen minder vlees en zuivel en meer plantaardig te eten. Daarvoor moeten de vervangers er in elk geval aantrekkelijk uitzien en goed smaken.

Naast de smaak en de look, komt er steeds meer aandacht voor de gezondheid en voedingswaarde van de producten. Volgens het Voedingscentrum zijn de huidige kant-en-klare vleesvervangers vaak niet zo gezond en vallen ze daarom niet in de Schijf van Vijf. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt voor negatieve gezondheidseffecten bij frequente consumptie. Met de introductie van de Nutri-Score in Nederland, dit jaar, wordt de druk om een gezonder product te maken nog groter. Met dit label wordt voor consumenten namelijk in een oogopslag duidelijk welke score het product krijgt op het gebied van voedingswaarde.

Het Voedingscentrum, het voorlichtingsorgaan dat gesubsidieerd wordt door de overheid, is in de eerste plaats content met de beweging van consumenten en foodsector richting meer plantaardige voeding en is dus enthousiast over het groeiende assortiment in de winkels. Wat betreft de gezondheidsaspecten van kant-en-klare vlees- en zuivelvervangers is er nog een slag te slaan.

Natuurlijke vleesvervangers

”Dat er steeds meer mensen mee bezig zijn, is positief”, zegt Iris Groenenberg, expert voeding en gezondheid bij het Voedingscentrum. “Maar er zitten twee kanten aan deze medaille. Aan de ene kant moeten we minder dierlijk en meer plantaardig eten en drinken, omdat het beter is voor de planeet. Tegelijkertijd zijn sommige plantaardige producten geen stap richting een gezonder voedingspatroon. De huidige kant-en-klare vleesvervangers zijn voor de humane gezondheid helaas vaak niet zo’n goed idee. Daarom wijzen wij op de mogelijkheid om vlees te vervangen met natuurlijke vleesvervangers zoals eieren, ongezouten noten en peulvruchten.”

Schijf van Vijf

Een plantaardige zuiveldrink op basis van kokos met het Nutri-Score logo. Enkele producten hebben als experiment al een logo op de verpakking. - Foto: Food&Agribusiness
Een plantaardige zuiveldrink op basis van kokos met het Nutri-Score logo. Enkele producten hebben als experiment al een logo op de verpakking. – Foto: Food&Agribusiness

Kant-en-klare vervangers kunnen een aanvulling zijn op de natuurlijke vleesvervangers. “Eieren, noten en peulvruchten volstaan als volwaardige vleesvervangers. De kant-en-klare producten in de supermarkten voldoen lang niet altijd aan de richtlijnen die wij hiervoor hebben gesteld. In onze app Kies Ik Gezond? is te zien welke producten in de Schijf van Vijf vallen. In de app staan nu meer dan 1.000 vleesvervangers, waarvan er maar 83 in de Schijf van Vijf vallen. Dat is erg weinig. Het belangrijkste aspect waarop ze uitvallen, is een te hoog zoutgehalte. Ook komt te veel verzadigd vet en te weinig eiwit vaak voor.”

Eigenlijk is sojadrank nog altijd de beste, meest volwaardige, plantaardige zuivelvervanger

Wat betreft de plantaardige dranken, zoals haver- en amandeldrinks, is het niet veel beter; van de ruim 400 producten in de app voldoen er 35 aan de richtlijnen van het Voedingscentrum. Er zit vaak te weinig eiwit in, weet Groenenberg, en dat maakt het product geen volwaardige vervanging van zuivel. “Eigenlijk is sojadrank nog altijd de beste, meest volwaardige, plantaardige zuivelvervanger. Mits er voldoende calcium en vitamine B12 aan is toegevoegd en er niet te veel suiker in zit.”

De Consumentenbond onderzocht dit jaar 38 plantaardige kazen en constateerde dan geen enkel product binnen de Schijf van Vijf viel. Vaak ontbraken voldoende eiwit en vitamine B12. Een belangrijke oorzaak hiervoor is dat vaak wordt gekozen voor kokosolie of -vet als grondstof om de kaasstructuur na te bootsen. Dit bestaat echter voor het grootste deel uit verzadigd vet en bevat nauwelijks eiwit.

Nutri-Score

Het Voedingscentrum gebruikt de Schijf van Vijf om consumenten voor te lichten over gezonde voedselkeuzes. Daarbovenop komt dit jaar de Nutri-Score (zie kader). Voor producenten is het label een prikkel om producten te verbeteren. Zo ook voor Meatless Farm. Een woordvoerder laat desgevraagd weten dat het een doel is om een Nutri-Score A of B voor alle producten te hebben. Op dit moment hebben de producten een score A, B of C. Daarom heeft het bedrijf besloten de producten te herformuleren om betere voedingswaarden te behalen. Zo werden onder andere het vet-, zout-, eiwit-, koolhydraten- en vezelgehalte verbeterd.

Volgens Meatless Farm is met de aanpassingen niet ingeleverd op smakelijkheid. “Op basis van de eerste input die we van klanten en consumenten hebben gekregen, zien we dat de algehele smaak en textuur van ons nieuwe assortiment zelfs beter is dan het huidige.” Die nieuwe producten brengt het bedrijf vanaf begin dit jaar op de markt.

Als het niet lekker is, koopt niemand het en verdwijnt het zo weer uit de schappen

Voor Schouten Europe kwam de Nutri-Score net nadat het zijn eigen gezondheidsrichtlijnen had aangepast. “Dat hadden we gedaan op basis van onder andere gezondheidsrichtlijnen van supermarkten, van onze klanten”, vertelt Mark van Noorloos, commercieel manager bij Schouten Europe. Volgens hem is het een zoektocht om producten zo aan te passen dat ze én een goede score krijgen én lekker zijn. “Om een goede Nutri-Score te halen, moet er bijvoorbeeld minder zout en verzadigd vet in de producten zitten. Maar de twee dingen die producten lekker maken, zijn zout en vet. Als het niet lekker is, koopt niemand het en verdwijnt het zo weer uit de schappen. Tegelijkertijd zeggen supermarkten als er te veel zout en vet in zit: ‘deze producten voldoen niet aan ons gezondheidsbeleid’. Daarom is het altijd zoeken naar een goede balans.”

Sterk bewerkt

Peter Voshol, onderzoeker voeding en gezondheid bij het Louis Bolk Instituut, maakt zich vooral zorgen over hoe sterk bewerkt vlees- en zuivelvervangers vaak zijn. “Het is bewezen dat sterk bewerkte producten ongezonder zijn, onder andere doordat ze een minder verzadigd gevoel geven. Alles wat de industrie doet, is het uit elkaar trekken van grondstoffen en het dan later weer samenvoegen tot een bewerkt product. Daarna moet de smaak nog verdoezeld worden; suiker, zoetstoffen, emulgatoren en andere hulpstoffen worden toegevoegd. Alles om het product lekker te maken. Is dat wat we willen?”

Volgens hem is het grote probleem niet dat consumenten af en toe kiezen voor een vlees- of zuivelvervanger en andere dagen voor peulvruchten of een stukje vlees. “Dit zijn mensen die sowieso bewuste keuzes maken en dus goed nadenken over wat ze eten. Daarmee creëren ze een evenwichtig voedselpatroon en krijgen ze alle benodigde voedingsstoffen binnen.” Volgens Voshol is het vooral een probleem als consumenten ervan uitgaan dat plantaardige producten per definitie gezonder zijn en er daardoor veel van gaan eten.

Het probleem komt deels voort uit de smaakvoorkeur van de (gemiddelde) consument, zegt Groenenberg van het Voedingscentrum. Het is makkelijker om die consument te verleiden met de ongezonde smaken waar hij van houdt en dat zijn zout, vet en zoet. “We zijn met z’n allen aan best wel vet en zout eten gewend. Vaak hebben de grondstoffen van plantaardige kant-en-klaarproducten – zoals soja en peulvruchten – van nature niet enorm veel smaak. Dus wordt het toegevoegd”, legt Groenenberg uit.

Beschikbaarheid eiwitten

Volgens Peter Voshol is er naast de voedingswaarde nog een ander aspect dat tot nu toe nog niet voldoende aandacht krijgt. “Er is nog erg weinig bekend over de beschikbaarheid van plantaardige eiwitten voor het lichaam. Met hoeveel van dit plantaardig eiwit kan het lichaam iets? Eiwitten uit dierlijke producten zijn 100% beschikbaar voor ons. Ze zijn maximaal te verteren. Dat geldt niet voor plantaardige eiwitten. Dat betekent dat je dus veel meer calorieën moet eten om dezelfde hoeveelheid eiwit binnen te krijgen met plantaardig voedsel dan met dierlijk voedsel. Dat is echt de elephant in the room (een probleem dat bewust genegeerd wordt, red.).” Volgens hem zou de voedingsmiddelenindustrie daar meer aandacht aan moeten besteden en daar eerlijk over moeten zijn.

Vlees- en zuivelvervangers staan wat betreft ontwikkeling nog in de kinderschoenen. Zo kijkt voedingswetenschapper Sandra Einerhand er tegenaan. Zij adviseert met haar bedrijf Einerhand Science & Innovation voedingsmiddelenbedrijven over productontwikkeling. Gezonde en duurzame voeding ontwikkelen en stimuleren is haar doel. Wat betreft de vlees- en zuivelvervangers is ze kritisch, maar bovenal hoopvol. “Van het huidige aanbod vleesvervangers voldoet maar 10% aan de Schijf van Vijf, blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum. Dus er is ruimte voor verbetering”, stelt Einerhand. “Maar ik wil wel duidelijk onderstrepen dat we in een transitie zitten en dus nog lang niet klaar zijn met de verdere ontwikkeling van deze producten.”

Smaak en mondgevoel

Consumentengedrag verander je niet zomaar. De grootste slag in de consumptie van vlees- en zuivelvervangers is er te slaan bij de flexitariërs, weet Einerhand. Die zijn doorgaans gewend aan vlees en willen wel plantaardige vleesvervangers kiezen als deze producten lijken op vlees. Smaak en mondgevoel zijn daarbij belangrijk. “Het moet lekker zijn om die verschuiving naar plantaardig te realiseren”, verklaart de voedingswetenschapper. “Als plantaardige eiwitbronnen een bittere smaak hebben, wordt dat vaak gemaskeerd door toevoeging van geur- en smaakstoffen.”

Verbeteringen zijn mogelijk door aanpassingen in het productieproces, zoals fermentatie, wat nu in opkomst is. Einerhand: “De kunst is natuurlijk om de vleesvervanger zo te maken dat het gezond, duurzaam en lekker is. Dat is een hele uitdaging, weet ik uit ervaring.”

De voedingsindustrie is volop bezig met het gezonder maken van producten, ziet Einerhand. “Wat betreft gezondheid is het belangrijk om alle essentiële aminozuren binnen te krijgen. Daarom is het combineren van verschillende plantaardige eiwitbronnen in producten belangrijk. Dus je moet sleutelen om niet alleen de juiste hoeveelheid eiwit, maar ook alle essentiële aminozuren binnen te krijgen. Terwijl consumenten ook zoeken naar voeding die zo weinig mogelijk bewerkt is.”

Duurzaamheid

Ook duurzaamheid krijgt een steeds voornamere positie. Dat betekent dat de wens om bronnen van dichtbij aan te spreken, toeneemt. Dat kan voor plantentelers of insectenkwekers een mooie kans zijn. “Het aantal eiwitbronnen wordt steeds diverser. Daarnaast kijken bedrijven in de industrie ook naar duurzamere productieprocessen en verpakkingen. Het is immers onderdeel van een groter geheel: we moeten nu grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid als we alle monden willen blijven voeden op de wereld. Meer plantaardige voeding eten is goed voor onze gezondheid en die van onze planeet. Jongeren snappen dat al veel beter dan oudere generaties; die hebben al een ander eetpatroon.”

Alles wat de voedselkeuze transparanter maakt voor consumenten, helpt. Nutri-Score is een stap in de goede richting

Van voedselkeuzelogo’s zoals Nutri-Score is Einerhand groot voorstander. “Alles wat de voedselkeuze transparanter maakt voor consumenten, helpt. Nutri-Score is een stap in de goede richting, hoewel ik wel verwacht dat ook Nutri-Score in transitie zit en zal ontwikkelen.” Omdat het een Europees logo is, zullen landen er nog een eigen invulling aan geven, denkt zij. “Ik ben er sowieso positief over. De eiwittransitie heeft wat tijd nodig, maar gaat zeker een succes worden.”

Iris Groenenberg van het Voedingscentrum is benieuwd hoe de eiwittransitie – van dierlijk naar plantaardig eiwit – de komende jaren invulling krijgt. ”Wat is de ideale verhouding? Hoe vervangen vegetariërs en veganisten nu hun vlees? Kiezen zij voor natuurlijke of bewerkte vleesvervangers? Gaan mensen meer experimenteren met peulvruchten? Groeit de populariteit van kant-en-klare vleesvervangers?”, vraagt ze zich af. ”Als mensen meer kant-en-klare vleesvervangers gaan eten, zou het goed zijn als er wordt gewerkt aan een gezondere samenstelling van producten. Daartoe willen we als Voedingscentrum de fabrikanten zeker wel oproepen. Er zijn voorbeelden dat het kan; gemixte peulvruchten in stazakken of kant-en-klare vleesvervangers die voldoen aan onze richtlijnen. Laat je inspireren.”

Medeauteur: Petra Vos

Kloosterman



Beheer