Doorgaan naar artikel

Golf van fusies en overnames in ki-wereld op komst

De komende jaren wordt consoldiatie, internationalisatie en schaalvergroting in de rundvee-ki's verwacht. Of zuiver Nederlandse indexen overblijven, is de vraag. - Foto's: Ronald Hissink

De komende jaren wordt consoldiatie, internationalisatie en schaalvergroting in de rundvee-ki's verwacht. Of zuiver Nederlandse indexen overblijven, is de vraag. - Foto's: Ronald Hissink

De Nederlandse wereld van kunstmatige inseminatie (ki) wordt gekenmerkt door veel aanbieders en grote concurrentie. De komende jaren wordt een herschikking verwacht, waarbij de nasleep van Covid-19 als aanjager kan gaan werken.

Na de MKZ-crisis in 2001 vonden flinke verschuivingen plaats in de Nederlandse rundvee ki-wereld. Zelfstandige ki-organisaties en ki-services schoten als paddenstoelen uit de grond, om koeien maar zo vlot mogelijk drachtig te maken. “Dat had een bovengemiddelde concurrentie in de ki-wereld als gevolg”, zegt Albert Reurink, die als directielid van het Franse Evolution de Nederlandse ki-wereld met interesse volgt.

De Nederlandse ki-wereld bestaat uit negentien ki-organisaties en importeurs van sperma. Het aantal inseminaties in ons land bedroeg vorig jaar 2.966.658. Ter vergelijk: in 2010 was dit 2.543.982, blijkt uit cijfers van CRV. Als het gaat om spermaverkoop heeft marktleider CRV een marktaandeel van circa 60%. In 2004 werd het marktaandeel van CRV, toen nog CR Delta geheten, door de Nederlandse mededingingsautoriteit geraamd op circa 80%.

KI Samen is na CRV op gepaste afstand de tweede marktpartij van Nederland, gevolgd door KI Kampen op plaats drie.

‘Nederlandse stierindex verdwijnt’

Gerard Scheepens voorziet als directeur van KI Samen dat er de komende jaren veel verandert in de Nederlandse ki-wereld. “Het is een raar jaar voor iedereen. Covid-19 kan weleens gaan leiden tot een golf van fusies en overnames. Door de crisis wordt dit soort processen met vijf jaar versneld. Ik verwacht dat Nederland over vijf jaar geen eigen stierindex meer heeft en dat er mogelijk een Duits-Nederlandse index is.”

Genoomstieren geven een indicatie, maar geen garantie

Volgens Frido Hamoen, Managing Director BU Nederland/Vlaanderen bij CRV, is daar voorlopig geen sprake van. “Het is geen geheim dat we voorstander zijn van een gemeenschappelijke stierindex, bijvoorbeeld een Europese basisindex. Dat heeft ook op de agenda gestaan. Op dat vlak is het nu heel stil. Het is een brug te ver voor aantal landen, zo lijkt het.”

Onderscheiden met eigen gezicht

Scheepens ziet de toekomst van het in 1982 opgerichte KI Samen met vertrouwen tegemoet. “Als tweede speler van Nederland gaan we voor continuïteit. De toekomst ziet er goed uit, ook al zijn we nooit tevreden. We blijven ons onderscheiden met een eigen gezicht en motto: de praktijk bewijst ’t”, aldus Scheepens, die met KI Samen blijft inzetten op koefamilies en uiterst kritisch is over genomic selection. “Genoomstieren geven een indicatie, maar geen garantie. Feiten zijn feiten en berekeningen zijn berekeningen.”

Scheepens heeft hoge verwachtingen van het Jersey-fokprogramma dat KI Samen heeft gelanceerd. Hoewel het aandeel Jersey-sperma nu nog beperkt is, gaat dit volgens hem een vlucht nemen. “Over vijf jaar is 5% van het door ons verkochte sperma afkomstig van Jerseys. Jerseys staan garant voor een lagere fosfaatuitstoot en een betere voerefficiëntie, ze scoren op dat vlak aanzienlijk beter dan Holstein en zijn daardoor ook voor Nederlandse bedrijven interessant.”

Fokkerij en ki worden uitbesteed. Dat gaat vaak op basis van vertrouwen

Dat voerefficiëntie commercieel leeft, toont de introductie door CRV van fokwaarden voor voerefficiëntie in december. “Door genomics kunnen we voerefficiëntie al meenemen in ons fokprogramma”, stelt Hamoen. “We zijn volop data aan het verzamelen. Het gaat om data van duizenden dieren. Een dochtergeteste stier, als bijvoorbeeld G Force, heeft op dit vlak al een betrouwbaarheid van 90%.”

In de ki-wereld wordt gerept over oneerlijke concurrentie als het gaat over deze voerefficiëntieproeven van CRV. Dat erkent dat op de vijf praktijkbedrijven inderdaad veelal CRV-stieren ingezet zijn. Er lopen volgens de organisatie echter ook nakomelingen van aanbieders op die bedrijven. Daarnaast kijkt CRV of het, door samen te werken met organisaties in de VS, Duitsland en de Scandinavische landen, de betrouwbaarheid van de fokwaarde kan vergroten. Daarmee komen dan ook de data van nakomelingen van niet-CRV stieren in de fokwaardeschatting.

‘Samenwerking biedt mogelijkheden’

Frido Hamoen omschrijft de Nederlandse ki-wereld als een ‘open markt met veel aanbieders’. “Men is hier vanuit alle fokkerijlanden aanwezig. Dat is het mooie van de Nederlandse markt. Het is een vrije markt, die weinig belemmeringen kent. Daardoor zijn er veel importeurs.”

Hamoen sluit niet uit dat CRV in de nabije toekomst de samenwerking opzoekt met andere partijen. “Daar zijn we naar aan het kijken. Dat is geen geheim. Nieuwe technologieën en dataverzameling en -verwerking vragen investeringen. Daarvoor zijn omvang en armslag nodig. Samenwerking biedt mogelijkheden.”

Albert Reurink ziet de interesse onder melkveehouders in fokkerij afnemen. Het manco van de fokkerij is het feit dat veehouders niet altijd begrijpen hoe ze fokwaarden moeten interpreteren, zegt hij. “Hoe kom je tot die getallen en hoe leg je ze uit? Stieren worden in Europa op verschillende manieren gerangschikt. Dat moet beter. In april ontstond verwarring naar aanleiding van een fout van CRV en diens communicatie daarover, in de berekening (of omrekening) van buitenlandse Europese, o.a. Evolution, stieren. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen van veehouders in fokwaarden. Daar worstelt iedereen mee. Daar komt nog eens bij dat de aandacht ook verschuift. Omgaan met maatschappelijke druk staat hoog op het prioriteitenlijstje. Fokkerij en ki worden uitbesteed. Dat gaat vaak op basis van vertrouwen.”

Het zal voor kleine aanbieders lastig genoeg zijn om een verkoopteam op de weg te houden

Sietze Akkerman erkent dat vertrouwen cruciaal was om zich als importeur van het Duitse Masterrind in de markt te kunnen vestigen. Akkerman voegde zich zes jaar geleden als laatste bij de groep van Nederlandse ki-organisaties en importeurs. “Ik werkte daarvoor bij WWS en had een bekend gezicht. Dat zorgde voor vertrouwen.” Akkerman verwacht niet dat er nog meer ki-organisaties en importeurs bijkomen. “Fusies en overnames lijken mij waarschijnlijker”, zegt hij.

Het feit dat er zoveel aanbieders van stierensperma zijn, zegt volgens Reurink iets over de enorme passie voor de veehouderij en fokkerij. “Het is mooi dat er in Nederland ruimte voor is, maar ik vraag me tegelijk af of al die ki-organisaties wel zo rendabel zijn. Ik heb daar m’n vraagtekens bij. Het zal voor kleine aanbieders lastig genoeg zijn om een verkoopteam op de weg te houden. De veehouder heeft daar baat bij. Hij kan goedkoop inkopen om zijn koeien drachtig te krijgen.”

Lees meer over

Snel delen

Afbeelding
Bouke Poelsma

Freelance redacteur

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin