Grote hongersnood dreigt en wij jagen de boeren het land uit?

27-08 | |
Boswijk
Derk Boswijk Lid van de Tweede Kamer voor het CDA
Foto: Canva/Artem Gromov
Graanveld in Oekraïne. Foto: Canva/Artem Gromov

Leidt de transitie in de landbouw hier tot hongersnood elders op de wereld? Nee, stelt Derk Boswijk. Met zulke oneliners kom je niet verder.

Door de oorlog in Oekraïne staat voedselzekerheid weer bovenaan de agenda, waar het eigenlijk altijd zou moeten staan. Tot de deal in juli kon veel graan niet, of zeer moeilijk, vanuit Oekraïne naar het Midden-Oosten en Afrika worden geëxporteerd naar landen die enorm afhankelijk zijn van dit graan. Deze dreigende hongersnood met waarschijnlijk veel onrust en vluchtelingenstromen tot gevolg ontstaat nu gelijktijdig terwijl we in Nederland aan de vooravond staan van een transitie in de landbouw.

Een goed en stabiel inkomen

Deze landbouwtransitie zal betekenen dat in sommige delen van ons land de sector minder intensief zal gaan produceren om weer in een goede balans te komen met de draagkracht van bodem, water en lucht. We hebben namelijk de opdracht om ook voor de generaties na ons een land na te laten dat in goede staat is en waarbij bijvoorbeeld de bodem nog vrucht draagt. Bij deze transitie moeten we ook zorgen dat boeren weer een goed en stabiel inkomen ontvangen omdat de schaalvergroting van de afgelopen decennia ons land veel heeft gebracht, maar de individuele boer bedroevend weinig.

Oneliners van beide kanten

In deze complexe en onzekere tijd waar beeldvorming helaas telkens bepalender is geworden, is de verleiding groot om met simpele antwoorden op deze complexe vraagstukken te komen. ‘Waarom jagen we boeren van hun land nu er in Afrika mensen sterven van de honger?’ is een veel gehoord statement. Ook het tegenovergestelde geluid valt in deze categorie, zoals recent een columnist in een landelijk dagblad schreef: ‘Miljoenen mensen lijden honger omdat we ons graan liever aan dieren geven’.

Complexiteit van ons mondiale voedselsysteem

Beiden oneliners gaan voorbij aan de complexiteit van ons mondiale voedselsysteem. Allereerst moeten we ons realiseren dat wij als Nederland nooit het gat gaan opvullen dat nu door de oorlog in Oekraïne ontstaat. Maar ook moeten we ons afvragen of het wel zo gezond is dat een heel werelddeel zo afhankelijk is van het graan een paar duizend kilometer verderop. De coronapandemie, maar ook het vrachtschip de Ever Given dat een aantal dagen het Suezkanaal blokkeerde, heeft ons laten zien hoe kwetsbaar lange logistieke lijnen zijn.

Verdeling is niet goed

Daarbij lijden mensen in Afrika nu geen honger omdat er op mondiaal niveau een voedseltekort is, maar omdat de verdeling niet goed is. Sterker nog, in Europa zijn op dit moment grote tarweoverschotten maar de export naar Afrika valt enorm tegen, waarom? Omdat een klein groepje speculanten de graanmarkt beheersen. De beste manier om dit tegen te gaan is door de lijnen tussen voedselproductie en consumptie zo kort mogelijk te maken. Alleen komt voedselproductie in bijvoorbeeld Afrika moeilijk van de grond door instabiele overheden en corruptie, maar ook omdat de Afrikaanse boer moeilijk kan concurreren tegen producten uit Europa en in dit geval graan uit Oekraïne.

De transitie van ons voedselsysteem is slechts één van de grote, ingewikkelde opgaven waarvoor we staan

Kortom, een complexe opgave waarbij we niet moeten verzanden in oneliners, maar wel fundamenteel anders moeten gaan kijken naar ons voedselsysteem en ons afvragen in hoeverre voedselzekerheid moet worden overgelaten aan de marktwerking. De transitie van ons voedselsysteem is slechts één van de grote, ingewikkelde opgaven waarvoor we staan. We moeten ons niet laten verleiden door makkelijke antwoorden omdat hierdoor het broodnodige gesprek nooit zal plaatsvinden, en in plaats van te polderen we verzanden in polariseren.

Dit opinieverhaal is in iets uitgebreidere versie eerder gepubliceerd in het Financieele Dagblad en met toestemming doorgeplaatst.



Beheer