Grote vraag naar vroege maisrassen

In deze maanden wordt de keuze gemaakt voor de maisrassen die telers dit jaar willen zaaien. De focus ligt op vroegheid van de rassen.

Er is een zeer grote vraag naar zeer vroege of vroege maisrassen. Dat blijkt uit een inventarisatie onder maiszaadkweekbedrijven KWS Benelux, Limagrain en Pioneer Hi-Bred. “Vorig jaar was er veel vraag naar vroege rassen, maar dit jaar lijkt dat nog steviger door te zetten”, geeft Arjan Lassche van KWS aan. Jos Groot Koerkamp van Limagrain ervaart hetzelfde. “De vraag naar vroege rassen is nog extremer is dan vorig jaar.”

Onderzaai in 2019

Telers willen er zeker van zijn dat ze voor 1 oktober kunnen oogsten. “De ervaringen van onderzaai in 2019 spelen daar ook een rol in”, zegt Jan Willem Bruins van Pioneer. “In het hele land is er een trend naar vroegere rassen. In het Noorden zelfs naar ultravroeg.”

Het accent in de veredeling ligt ook op de vroegste rassen en mede daardoor gaat de vooruitgang in die groep snel

Arjan Lassche, KWS

Verschil in opbrengst kleiner

Het verschil in opbrengst tussen de vroege en de middenvroege rassen wordt steeds kleiner. Lassche: “Het accent in de veredeling ligt ook op de vroegste rassen en mede daardoor gaat de vooruitgang in die groep snel.” Groot Koerkamp: “Er zijn inmiddels voldoende zeer vroege en vroege rassen die zich qua opbrengst kunnen meten met de opbrengst van de middenvroege groep.”

Opbrengst en kwaliteit

Na de keuze voor de vroegheidsgroep zijn opbrengst en/of kwaliteit de belangrijkste afwegingen in de maisrassenkeuze. Veehouders die veel mais voeren en niet om de laatste 10 gram zetmeel verlegen zitten, zullen daar voor opbrengst kiezen. Voor derogatieboeren, met relatief veel gras in het rantsoen, ligt de nadruk veel meer op de kwaliteit en het zetmeelgehalte van het ras.

Slagingskansen in eigen hand

De laatste twee jaar is het groeiseizoen droog geweest. Dat geeft stress, waardoor de planten ook gevoeliger zijn voor builenbrand. Er zijn wel telers die vragen om rassen met een hogere droogtetolerantie en ook om een goede resistentie tegen builenbrand, maar toch is vroegheid leidend in de rassenkeuze. Lassche ziet daarbij dat telers steeds meer beseffen dat ze de slagingskansen van de maisteelt meer in eigen hand hebben door het management op het bedrijf. Daarin zijn bodemvruchtbaarheid, kalivoorziening, zuurgraad en de mogelijkheid tot beregenen belangrijker dan de rassenkeuze.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.