Grote zorgen detailhandel over voorstel wijziging minimumloon

03-08 | |
De brancheorganisaties van onder meer speciaalzaken zoals bakkers pleiten voor een minimumuurloon dat beter aansluit bij de praktijk. - Foto: Roel Dijkstra
De brancheorganisaties van onder meer speciaalzaken zoals bakkers pleiten voor een minimumuurloon dat beter aansluit bij de praktijk. - Foto: Roel Dijkstra

De branches binnen de detailhandel, waaronder de versspeciaalzaken, maken zich grote zorgen over het initiatiefvoorstel van PvdA en GroenLinks om per 1 januari een minimumuurloon op basis van een 36-urige werkweek in te voeren. Zij vrezen voor verdere kostenstijgingen, wat het einde betekent van een ‘significant aantal fysieke winkels’.

Het voorstel komt bovenop het besluit om het minimumloon in tranches extra te verhogen met in totaal 7,5% én bovenop de inflatiecijfers, schrijven de gemeenschappelijke brancheorganisaties, waaronder de Koninklijke Nederlandse Slagersvereniging (KNS), de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV) en de Ambachtelijke Versdetailhandel Nederland (AVN).

Kostenverhoging van 30%

Achtergrond is dat het kabinet werk lonender wil maken door onder meer de bodem van het bestaansminimum te verstevigen. “Onze sector – waar veel lonen rondom het minimumloon liggen – dreigt door de maatregelen onevenredig de dupe te worden met verstrekkende gevolgen. Voor bedrijven met een 40-urige werkweek betekent dit namelijk een kostenverhoging van ruim 30%”, aldus de gemeenschappelijke organisaties.

Een normale arbeidsduur op 36 uur werkt volgens hen oneigenlijk kostenverhogend. “In onze achterban is er geen enkele cao met een normale arbeidsduur van 36 uur. Wij doen dus een appél op het kabinet om zich te bezinnen op de grondslag voor dat minimumuurloon. Vooral nu onze sector de dupe dreigt te worden van de genomen maatregelen, pleiten wij voor een minimumuurloon dat beter aansluit bij de praktijk.”

Hogere loonkosten in prijzen verwerken lastig

De stijging van het minimumloon pakt bovendien onevenredig hoog uit, vinden de brancheorganisaties. “Bedrijfsresultaten staan echt onder druk. Het exploitatiebeeld van veel retailers is niet heel rooskleurig. Niet alleen corona, maar ook de concurrentie van internationale platforms, die die producten tegen andere (loon)kosten aanbieden, spelen een rol. In onze sector is sprake van krappe marges van gemiddeld 3% tot 4%. Als het aandeel personeelskosten groter wordt bij gelijkblijvende of afnemende omzet, dan betekent dat het einde van een significant aantal fysieke winkels. Daar waar andere sectoren de stijgende loonkosten kunnen verwerken in de prijzen, is dat voor winkeliers nagenoeg onmogelijk. Consumenten zijn niet bereid meer voor hetzelfde product te betalen als ze dat online goedkoper kunnen bemachtigen.”

Ook zorgen de maatregelen er niet voor dat werken meer loont, omdat lasten op arbeid niet worden verlaagd. Andere knelpunten zijn volgens de organisaties dat er geen integrale aanpak is en dat de maatregelen ingrijpen in het sociale domein. Daardoor ontstaat er onevenwichtigheid en worden loongebouwen in elkaar gedrukt.

Noordzij
Wendy Noordzij Freelance redacteur
Meer over


Beheer