GS Brabant verrast: uitstel vergunningtermijn

De rechtszaak die boerenorganisaties ZLTO en POV tegen provincie Noord-Brabant hebben aangespannen, kende een bijzonder verrassende start. Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Brabant kwam bij aanvang met een voorstel om de termijn voor de vergunningaanvraag voor duurzame stalsystemen met negen maanden uit te stellen, tot 1 januari 2021.

De boerenorganisaties willen de Provinciale Verordening natuurbescherming uit 2017 van tafel krijgen. Juist in deze zitting voor de Haagse rechtbank eisen ZLTO en POV opschorting van de aanvragen van vergunningen voor duurzame stalsystemen voor veehouders. Dit doen de organisaties omdat ze vinden dat de uiterste termijn daarvoor, 1 april 2020, niet realistisch en niet haalbaar is. Op zo’n korte termijn kan geen ontvankelijk en vergunbare aanvraag worden opgesteld, aldus de advocaten.

Maatregelenpakket Brabantse Aanpak Stikstof

Voordat de advocaten van de boerenorganisaties met argumenten hun eis konden onderbouwen, las een ambtenaar van de provincie een mededeling van Gedeputeerde Staten voor. In de brief, gericht aan de Haagse rechters, valt de lezen dat diezelfde ochtend (vrijdag 6 december) GS een besluit heeft genomen over een ‘integraal maatregelenpakket rondom de aanpak voor de Stikstofproblematiek’: de ‘Brabantse Aanpak Stikstof’. Daarin verschuift GS het indienen van vergunningaanvragen of meldingen van 1 april 2020 naar uiterlijk 1 januari 2021. De uiterste termijn voor de daadwerkelijke vervanging van verouderde stalsystemen gaat van 1 januari 2022 naar 1 oktober 2022.

Advocaat: provincie erkent onhaalbaarheid

Na een schorsing om na te denken over deze zet van GS was Franca Damen, de advocaat van Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) duidelijk in haar oordeel. “Hiermee erkent de provincie dat de datum van 1 april niet haalbaar is.”

Zowel Damen als Marieke Toonders, advocaat van belangenbehartiger ZLTO, pleiten ervoor dat de rechtbank deze termijnen vastlegt in een vonnis om duidelijkheid te creëren voor veehouders. Dit omdat Provinciale Staten het plan op 13 december nog moeten bespreken en er geen zekerheid is dat het plan daadwerkelijk wordt aangenomen. Damen: ”Er is geen enkele garantie dat deze plannen ook daadwerkelijk worden ingevoerd. De onzekerheid blijft.”

Lees ook: Advocaat Damen: stikstofbeleid drukt boeren in hoek

Politieke beslissing

De advocaat van de provincie, Jan van Heijningen, kijkt er heel anders tegen aan. “Er is geen spoedeisend belang meer bij deze procedure, nu de data zijn verschoven. Er is geen sprake van dat GS hiermee zou toegeven dat 1 april 2020 niet haalbaar is voor vergunningaanvragen of meldingen. De keuze voor 1 april 2020 was een zorgvuldige; daar is niets mis mee.” Volgens van Heijningen gaat het hier uitsluitend om een politieke beslissing die zorgt voor een verschuiving naar 1 januari 2021 en verder niet.

Deze uitleg wil er bij advocaat Damen niet in. “Waarom komt GS dan nu opeens met een verlenging van de termijn als de oude zo prima is?”

‘Redelijke termijn’

Wat betekent het als veehouders in de nu geldende verordening op 2 april 2020 nog geen vergunningaanvraag of melding hebben gedaan? Op die vraag antwoordt Van Heijningen dat de veehouder in overtreding is. “Er kan dan worden gehandhaafd. Veehouders krijgen vervolgens een redelijke termijn – een aantal weken – om alsnog te voldoen aan de aanvraag. Daarnaast wordt een deadline gesteld voor de nieuwe huisvestingssystemen, maar wel een redelijke, in ieder geval voor 2022.”

In deze – in hun ogen verontrustende – uitleg zien de advocaten van ZLTO en POV voldoende reden om er bij de rechter op aan te dringen in het vonnis vooral een datum voor het uitstel op te nemen.

Hoog welles-nietesgehalte

De pleitnota’s van de verschillende partijen hadden een hoog welles-nietesgehalte. De advocaten van ZLTO en POV benadrukken dat:

  • de termijn te kort is,
  • er geen geschikte stalsystemen zijn,
  • er capaciteitsproblemen zijn bij adviesbureaus,
  • er geen berekeningen kunnen worden gemaakt vanwege het niet goed werken van rekentool Aerius.

De advocaten van Brabant stellen daar tegenover dat nergens uit blijkt dat de termijn te kort is. Van Heijingen: “Er zijn al vele aanvragen gedaan.” Ook zouden er best stalsystemen zijn die nu toepasbaar zijn en is het de provincie nog niet opgevallen dat er problemen zijn bij adviesbureaus.

Voor Aerius zijn er alternatieven, zoals rekentool AAgro-Stacks, aldus een ambtenaar van de provincie. “Het is wat bewerkelijker, er moeten 25 tot 30 punten worden ingevoerd, maar met twee uur kan het.” Deze opmerking leverde het nodige hoongelach op zaal waar enkel tientallen veehouders de zitting bijwoonden.

Aanvragen vergunning complex en duur

De ervaringen van de provincie staan haaks op die van Chris van der Heijden, directeur van adviesbureau Van Dun Advies in Ulicoten, die namens POV sprak. “De vergunningaanvragen zijn complex en de procedure is duur. Er moeten nog duizenden vergunningsaanvragen worden verwerkt in Brabant. Door de ontwikkeling rond het Programma Aanpak Stikstof ligt alles stil. We kunnen klanten niet adviseren, dat lukt gewoon niet. Als alles meezit kunnen we in de loop van januari 2020 de draad weer oppakken, na driekwart jaar.”

Rechtbank komt over vier weken met vonnis

Over vier weken zal de rechtbank Den Haag vonnis wijzen over de Brabantse termijnen voor vergunningaanvragen. Eind januari dient voor dezelfde rechtbank de procedure tegen de Brabantse Verordening natuurbescherming, de versnelde verduurzaming veehouderij. De boerenorganisaties willen die van tafel omdat de verordening desastreuze gevolgen heeft voor de Brabantse boeren.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.