Herbezinning op pluimveehouderij onontkoombaar

06-05 | |
Stadig
Lisanne Stadig Senior beleidsmedewerker veehouderij bij de Dierenbescherming
Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen

Naast vaccinatie is er volgens Lisanne Stadig van de Dierenbescherming meer nodig in de strijd tegen de vogelgriep.

Na bijna zes maanden ophokplicht en het doden van op dat moment al ruim 2 miljoen kippen, eenden en kalkoenen, leek nog maar enkele weken geleden het ergste leed geleden. Totdat de Gelderse vallei half april abrupt werd opgeschrikt door nieuwe uitbraken van de vogelgriep. Inmiddels zijn in dat gebied al circa 1 miljoen dieren gedood. Dat is nog zonder de cijfers van een aantal preventief geruimde bedrijven, die nog niet bekend zijn gemaakt. En zonder de kuikens die moesten worden gedood omdat ze niet mochten worden getransporteerd of geplaatst op pluimveebedrijven. Zeer waarschijnlijk gaat het in de Gelderse vallei om verspreiding van vogelgriep tussen bedrijven onderling.

De jaarlijks terugkerende vogelgriepuitbraken zijn dramatisch voor de dieren, pluimveehouders en de hele pluimveesector. Dit is geen houdbare situatie, dus moet er nu werk gemaakt worden van structurele oplossingen. Een herbezinning op de huidige pluimveehouderij is onontkoombaar en zou onderdeel moeten zijn van de integrale aanpak met betrekking tot stikstof, water, klimaat en zoönosen. Ook kan het niet losstaan van het verbeteren van dierenwelzijn, zoals via het nog te starten Convenant Dierwaardige Veehouderij.

Huidige bestrijding niet meer steekhoudend

Naar verwachting blijft dit probleem bestaan, aangezien hoog pathogene varianten van het vogelgriepvirus (HPAI) inmiddels endemisch zijn in wilde vogels. Het is duidelijk dat de huidige bestrijding in deze nieuwe situatie niet meer steekhoudend is.

Momenteel worden er in Nederland proeven met vaccins tegen vogelgriep voorbereid

Dat vaccineren van pluimvee noodzakelijk is, daar lijkt iedereen het inmiddels over eens. Althans in eigen land. Het gaat ziekte en verspreiding van het virus tegen, waardoor er veel minder of geen ‘ruimingen’ meer nodig zullen zijn, en het risico voor de volksgezondheid afneemt. Momenteel worden er in Nederland proeven met vaccins tegen vogelgriep voorbereid. Ook Frankrijk test vaccins, en efsa wordt gevraagd om een overzicht te maken van vogelgriepvaccins. Dit zijn zeker stappen in de goede richting.

Echter, het is zaak om vaccins ook zo snel mogelijk in de praktijk in te zetten. LNV kan hieraan bijdragen door meer geld vrij te maken voor vaccinonderzoek. Daarnaast wordt gewerkt aan een stappenplan voor vaccinatie – één van de actiepunten uit de Roadmap Strategische Aanpak Vogelgriep. Hierbij horen zaken als het inventariseren van beschikbare vaccins en het wegnemen van knelpunten zoals handelsbelemmeringen.

Meer nodig dan vaccinatie

Naast vaccinatie is er volgens de Dierenbescherming echter meer nodig. Met name in de Gelderse Vallei en rondom Venray is de concentratie van pluimveebedrijven zeer hoog. Bij HPAI-besmettingen in deze gebieden kan het virus zich verspreiden tussen bedrijven en veel slachtoffers maken, zoals nu blijkt. Iedere besmetting vormt een risico voor het ontstaan van voor de mens gevaarlijke varianten van het virus, die de volksgezondheid serieus bedreigen. Het rapport van de commissie Bekedam ‘Zoönosen in het vizier’ heeft dan ook als kernaanbeveling om de bedrijfsdichtheid in dit soort gebieden te verlagen.

Bij de aanleg van nieuwe natte natuur moeten de natuurdoelstellingen leidend zijn

Het verlagen van het aantal dieren per bedrijf is óók een kernaanbeveling van deze commissie. Niet alleen verkleint een lager aantal dieren op een besmet bedrijf de kans op (voor mensen gevaarlijke) mutaties, ook hoeven er minder dieren te worden gedood als er tóch ‘geruimd’ moet worden.

Pluimveebedrijven vs. natte natuur

Pluimveebedrijven in de buurt van grote wateren lopen meer risico op besmetting. Nieuwe pluimveebedrijven zullen zich hier wellicht al minder vaak vestigen, maar dit moet ook onderdeel worden van het beleid van overheden. Ook voor bestaande bedrijven, en bedrijven in de nabijheid van ‘nieuwe natte natuur’, zijn oplossingen nodig. Denk aan stoppersregelingen, of (financiële) steun bij het verplaatsen van bedrijven of bij het omschakelen naar andere (agrarische) activiteiten op de huidige locatie.

Bij de aanleg van nieuwe natte natuur moeten de natuurdoelstellingen leidend zijn; daar waar mogelijk kan rekening worden gehouden met aanwezige pluimveebedrijven, maar dat zal niet overal gaan. Natte natuur kan overigens ook juist helpen om watervogels te sturen naar waar je ze wél wilt hebben.

Grotere stappen nodig

Naast de bovengenoemde punten zijn er nog diverse, kleinere stappen te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van weren van watervogels uit vrije uitlopen door goede beplanting, of verbeteringen op het gebied van bioveiligheid. Maar alleen daarmee gaan we het niet redden – er zijn grotere stappen nodig. Het is dus hoog tijd dat er serieus aan al deze oplossingsrichtingen gewerkt gaat worden. Niet alleen omdat het dierenwelzijn nu in gevaar is door alle ruimingen en de lange ophokplicht, maar ook voor de pluimveehouders, voor de vrije uitloopsector en voor de volksgezondheid.

Dr. Lisanne Stadig is senior beleidsmedewerker veehouderij bij de Dierenbescherming.

Meer over


Beheer