Hierom is Nederland in trek bij agrifood-multinationals

23-12-2020 | |
De campus van Wageningen University & Research met linksonder de gebouwen van FrieslandCampina en Unilever. - Foto: ANP
De campus van Wageningen University & Research met linksonder de gebouwen van FrieslandCampina en Unilever. - Foto: ANP

Nederland is in trek bij grote agrifoodbedrijven. Ze openen graag een (onderzoeks)locatie in ons land. Factoren als een goede infrastructuur, samenwerking met onderwijsinstellingen en toegepast onderzoek spelen hierin een belangrijke rol.

Unilever, Kraft Heinz, Kubota, Yili, Danone en KWS. Wat hebben al deze internationale bedrijven gemeen, behalve dat ze in de agri- en foodsector actief zijn? Ze hebben allemaal een belangrijke productie- of onderzoekslocatie in Nederland.

Multinationals en snelgroeiende bedrijven naar Nederland

Cijfers over investeringen van internationale agrifoodbedrijven in Nederlandse locaties zijn er niet, maar de vestigingen in de laatste jaren laten zien dat ons land in trek is. Eind vorig jaar opende Unilever het nieuwe Foods Innovations Center, waarin het € 85 miljoen investeerde, in Wageningen. Rond dezelfde tijd maakte zaadbedrijf KWS bekend zijn hoofdkantoor voor groenteveredeling te vestigen in Wageningen. Onder andere de Chinese zuivelgigant Yili en Kraft Heinz gingen Unilever en KWS al voor met een onderzoekslocatie in respectievelijk Wageningen en Nijmegen.

Ook FrieslandCampina besloot, in 2010 al, zijn R&D-activiteiten te concentreren in Wageningen. In 2020 volgde machinefabrikant Kubota met de opening van een Innovation Center. Ook Upfield, producent van plantaardige zuivel(spreads), kondigde de bouw aan van zijn Food Science Centre, met een investering van € 50 miljoen, in Nederland.

Niet alleen grote internationale agrifoodbedrijven kiezen Nederland als land voor een belangrijke locatie. Jonge, snelgroeiende bedrijven doen dat ook. Beyond Meat, de Amerikaanse producent van vleesvervangers, bijvoorbeeld, ging een samenwerking aan met Zandbergen in Zoeterwoude en bouwt ook een eigen fabriek in Enschede.

De aantrekkelijke factoren van Nederland

Dat is niet toevallig. Bedrijven hebben goede redenen om hier neer te strijken. Volgens FNLI, de brancheorganisatie voor de levensmiddelenindustrie, is een van de redenen de nauwe samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kenniscentra in Nederland. “Dat zorgt voor actieve en betrokken ondernemers en het ontwikkelen en toepassen van (wetenschappelijke) kennis”, aldus de brancheorganisatie.

Ook de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), een overheidsinstantie die buitenlandse bedrijven ondersteunt die activiteiten in Nederland willen opzetten, noemt deze redenen. “Gevoed door onderzoeksinstituten van wereldklasse, universiteiten en de publiek-private samenwerking tussen wetenschap, industrie en overheid is Nederland een wereldleider in agrifoodinnovatie’.

Lees verder onder de LinkedIn-post

Topsector Agri & Food stimuleert nieuwe kennis en innovatie

Ook de Topsector Agri & Food draagt daar aan bij, aldus FNLI. De Topsector stimuleert nieuwe kennis en innovaties, waarbij het niet alleen gaat om fundamenteel en toegepast onderzoek, maar ook om het benutten van kennis voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe producten. Ook de geografische positie, een sterke infrastructuur, gunstige wet- en regelgeving en hoog opgeleid personeel spelen een rol.

Een ander bijkomend voordeel: het grootste deel van de Nederlanders spreekt Engels. Dat is voor veel internationale bedrijven een groot pluspunt. Met andere woorden: het gehele Nederlandse ‘ecosysteem’ is aantrekkelijk voor veel agrifoodbedrijven. En met de vestiging van gerenommeerde bedrijven, breidt het ecosysteem zich verder uit, wat ook weer nieuwe bedrijven aantrekt.

Wageningen UR bolwerk van agrifoodinnovatie

Een van de factoren die belangrijk is in dat ecosysteem en die vaak genoemd wordt, is Wageningen University & Research (WUR). De campus van de universiteit en de regio eromheen is uitgegroeid tot een bolwerk van agrifoodinnovatie. Foodvalley NL en de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Oost-Nederland, OostNL, hebben een belangrijke rol in het aantrekken van bedrijven naar deze regio (zie kader verderop in dit artikel).

De Japanse machinefabrikant Kubota opende onlangs een kantoor voor zijn Innovation Center Europe in Wageningen. Kubota koos voor Wageningen om de samenwerking met onderzoekers en met jonge en innovatieve ondernemers te versterken. Met de nieuwe locatie wil de machinefabrikant eigen onderzoek naar nieuwe technologieën op het gebied van onder andere robotica en digitalisering verder brengen.

Lees verder onder de tweet

Unilever concentreert voedselinnovatie in Wageningen

Ook Unilever koos bewust voor Wageningen als nieuwe locatie voor voedselinnovatie. Voorheen waren de innovatie-activiteiten verspreid over drie locaties in Duitsland, Polen en Nederland. “Wageningen is het centrum van voedingsexpertise. Het pand staat op de Wageningen-Campus, dicht bij start-ups, bij andere bedrijven zoals FrieslandCampina en kennisinstellingen. Daardoor kunnen we sneller en beter innoveren”, zei projectleider van het nieuwe centrum Serpil Tascioglu, ten tijde van de opening van het centrum, tegen Food&Agribusiness.

Start-ups en scale-ups trekken multinationals aan

De aanwezigheid van agrifood-start-ups en -scale-ups is ook een reden voor multinationals om dicht bij de bron van deze jonge bedrijven te zitten. De jonge bedrijven kunnen grote ‘corporates’ helpen aan nieuwe ideeën voor innovatie. Onder andere WUR, maar ook andere hogescholen en universiteiten in Nederland zijn een kweekvijver van jonge bedrijven, opgericht door studenten of afgestudeerden.

Daarnaast zijn er in Nederland goede faciliteiten voor deze startende bedrijven, zoals financiële ondersteuning en uitgebreide netwerken, waardoor ze snel kunnen groeien en in contact kunnen komen met de grotere agrifoodbedrijven.

Kloosterman



Beheer