Hoogleraar Rotmans: ‘Kantelpunt eiwittransitie in tien jaar’

01-06 | |
Jan Rotmans is hoogleraar transities en duurzaamheid aan Erasmus Universiteit Rotterdam. “De rol die sociale interactie speelt in een transitie en daarmee de macht van de consument, wordt vaak onderschat.” - Foto: Jan Rotmans
Jan Rotmans is hoogleraar transities en duurzaamheid aan Erasmus Universiteit Rotterdam. “De rol die sociale interactie speelt in een transitie en daarmee de macht van de consument, wordt vaak onderschat.” - Foto: Jan Rotmans

De eiwittransitie zit nog in de beginfase, maar binnen tien jaar is er chaos, met protesten, toenemende weerstand, en rechtszaken tegen de gevestigde bedrijven in de vleessector. Dat is het kantelpunt. Sociale interactie speelt een belangrijke rol in verandering van denken en doen van consumenten. Dat stelt Jan Rotmans, hoogleraar transities en duurzaamheid.

Rechtszaken tegen grote industriële bedrijven, zoals nu bij Shell gebeurt, staan de vleesindustrie waarschijnlijk ook te wachten. Wanneer dat gebeurt, is er een kantelpunt in de eiwittransitie en begint een machtswisseling tussen traditionele vleesbedrijven en bedrijven die zich focussen op plantaardige eiwitten. Dat stelt Jan Rotmans, hoogleraar transities en duurzaamheid aan Erasmus Universiteit Rotterdam.

De eiwittransitie zit nu nog in de beginfase, maar Rotmans verwacht dat het kantelpunt er binnen tien jaar zal zijn. “De druk op de vleesindustrie is dan te groot geworden. Daarna kan het snel gaan.”

Bekijk ook deze Food&Agribusiness Update met Jan Rotmans en lees verder onder de video

In 2008 schreef u mee aan een rapport over de eiwittransitie in opdracht van twee ministeries. In dat rapport staat dat de druk op het ‘eiwitregime’ toen niet groot genoeg was voor een autonome transitie. Hoe is dat nu, dertien jaar later?

“Sindsdien is inderdaad veel veranderd, maar er is nog geen brede urgentie om minder dierlijke eiwitten te consumeren. We zitten echt nog in de beginfase van de eiwittransitie. Je ziet wel dat de jongere generaties zich steeds meer bewust worden van de noodzaak van een eiwittransitie. Bewustwording is het begin van een cultuuromslag. Daarna volgt verandering van attitude (houding) en daarna van gedrag.”

Hoe lang duurt zo’n beginfase en wanneer is de druk wel groot genoeg?

“Tot er een kantelpunt is. Een transitie is een S-curve. Er is eerst een langzame voortonwikkeling. Daarna volgt een kantelpunt. Op dat moment is er chaos, met protesten, toenemende weerstand en rechtszaken tegen de gevestigde bedrijven bijvoorbeeld. Een complex systeem streeft altijd naar evenwicht. Wanneer de spanning op het systeem toeneemt, past het systeem zich aan of sterft het af. We zien dat nu bij Shell.”

Het kantelpunt in de vleesindustrie komt wanneer die zegt: ‘We worden bedreigd in wat we doen, dit kan zo niet langer’

“De druk van buitenaf op Shell om te verduurzamen neemt toe. Dat de rechter nu eist dat Shell zijn CO2-uitstoot fors vermindert, is een voorbeeld van te laat reageren. Of Shell het gaat overleven, hangt af van of het zich voldoende weet aan te passen. Zo ziet een kantelpunt eruit. Het is een kantelperiode die wel tien jaar kan duren, het is niet één moment. Het kantelpunt in de vleesindustrie komt wanneer die zegt: ‘We worden bedreigd in wat we doen, dit kan zo niet langer’.”

Er zijn nu al veel voorbeelden te noemen van typische vleesbedrijven die in de productie van vleesvervangers stappen, zoals Vion. Is dat een voorbeeld van aanpassen aan het systeem?

“Ja, enigszins. Alleen gaat dat niet snel genoeg. Ik weet de verhoudingen niet, maar ik denk dat het aandeel vleesvervangers binnen zulke bedrijven heel klein is. Dat is hetzelfde als Shell dat zich ook met duurzame energie gaat bezighouden. Het echte aanpassen is een volledige machtswisseling: als Shell meer gaat investeren in duurzame energie dan in fossiele energie en als een vleesbedrijf meer gaat investeren in vleesvervangers dan in vlees. Dat betekent dat een vleesbedrijf zijn eigen vlees-DNA zou moeten ‘opeten’ en dat is lastig.”

Welke partij in het hele systeem heeft de meeste invloed op een transitie?

“De rol die sociale interactie speelt in een transitie en daarmee de macht van de consument, wordt vaak onderschat. Een overheid kan met prijsprikkels, zoals een vleestaks, sturen in de consumptie en een industrie kan het aanbod aan producten aanpassen, maar uiteindelijk is het vooral de onderlinge beïnvloeding tussen mensen die zorgt voor een verandering van denken en doen. Zelfs wanneer de media het onderwerp vleesconsumptie veelvuldig oppakken, bereikt dat maar een relatief kleine groep. Anders hadden we de transitie allang doorlopen. Die groep wordt overigens wel steeds groter. Ook wetenschappelijke inzichten en boodschappen van milieuclubs komen maar bij een relatief klein deel van de consumenten terecht.”

Wanneer bereikt de gedachtegang van zo’n kleine groep mensen dan de massa?

“Over het algemeen heb je een kleine groep van zo’n 5 à 10% van de bevolking die vooroploopt. De rest van de bevolking wordt door deze groep met enige traagheid beïnvloedt. Als de ideeën eenmaal 25% van de mensen hebben bereikt, ben je bij het kantelpunt. Dan is het onomkeerbaar en verandert ook het gedrag. Die groep beïnvloedt de overige bevolking dan relatief snel, al kan daar ook nog een generatie overheen gaan. Na het kantelpunt volgt dan ook een versnellingsfase en daarna stabilisatie.”

Als je nu nog rookt, ben je toch een sukkel. Zo’n patroon verwacht ik bij vlees ook

“Belangrijk in de beïnvloeding zijn bijvoorbeeld verjaardagen of feestjes waarop mensen het er met elkaar over hebben en elkaar aanspreken op hun gedrag. Ze moeten er direct mee geconfronteerd worden, het voelen. Als de sociale norm verandert, verandert het gedrag uiteindelijk mee. Dat zag je ook bij roken. In eerste instantie wist niemand van de negatieve bijwerkingen van roken. Toen dat wel bekend werd bij een kleine groep mensen, verspreidde dat zich uiteindelijk onder de rest van de bevolking. Het werd steeds minder normaal om te roken.

Roken was vroeger stoer en sociaal, nu is het vies en ongezond. Als je nu nog rookt, ben je toch een sukkel. Zo’n patroon verwacht ik bij vlees ook. Negatieve aspecten van vlees eten worden door onderlinge beïnvloeding bij een steeds grotere groep bekend. Over tien jaar is vlees eten waarschijnlijk niet meer normaal of stoer.”

Volgens de laatste cijfers is de vleesconsumptie in Nederland niet dalend. Hoe komt dat volgens u?

“Naast dat ik twijfels heb over de cijfers, denk ik dat er twee factoren meespelen. De eerste is de zogenoemde cognitieve dissonantie. Dat mensen andere dingen doen dan dat ze zeggen. Dus dat ze wel vlees blijven eten, hoewel ze zeggen dat ze minderen.

Het tweede is dat we vaak vlees eten bij het uit eten gaan en mensen blijven dat doen. We vragen vaak meer van anderen dan van onszelf. Wijzen naar de overheid, naar bedrijven en naar andere consumenten, is makkelijk. We veranderen zelf pas als we steeds vaker persoonlijk worden geconfronteerd met de gevolgen van ons gedrag.”

De overheid, maar ook de industrie, zou meer moeten inzetten op het gezondheidsaspect

Als de overheid een rol wil spelen in de eiwittransitie, op welke manier zou ze dat moeten doen?

“Klimaatverandering is voor veel mensen een ingewikkeld onderwerp. Zeker een afgeleide daarvan, zoals de impact van vleesconsumptie op klimaatverandering. Een veel bepalendere factor is gezondheid. De overheid, maar ook de industrie, zou meer moeten inzetten op het gezondheidsaspect. Positieve beïnvloeding werkt veel beter en voor langere tijd. Naast dat we in een eiwittransitie zitten, zitten we ook in een transitie naar gezonder eten. Het verminderen van de vleesconsumptie kan hier prima op meeliften.”

Kloosterman



Beheer