Iedereen wil iets anders met mestbeleid

Foto: Henk Riswick
IMG_ris144852-014

De Tweede Kamer is erg verdeeld over de toekomst van het mestbeleid.

De verschillen in opvatting zijn zo groot, dat het er niet naar uit ziet dat dit kabinet nog echt stappen kan zetten in de herziening van het mestbeleid. Tijdens een debat in de Tweede Kamer blijkt dat er veel kritiek is op de contouren voor een nieuw mestbeleid, zoals landbouwminister Carola Schouten ze in september presenteerden.

Grondgebondenheid en krimp veestapel

De harde knip tussen volledige grondgebondenheid of volledige mestverwerking gaat de rechterzijde van de Kamer veel te ver: ze pleiten voor een derde route waarin de combinatie gebruik op eigen grond en mestverwerking mogelijk is. De linkerzijde wil helemaal niet aan de mestverwerking. Zij pleiten voor minder dieren en grondgebondenheid als oplossing om de milieudoelen te halen en minder fraudedruk te krijgen.

Gebruik kunstmest

Schouten vindt mestverwerking een belangrijk onderdeel van het uitfaseren van kunstmest. Door dierlijke mest hoogwaardig te verwerken, kan het ingezet worden als kunstmestvervanger. Nederland krijgt in Brussel inmiddels steun van Denemarken en België om hier goedkeuring voor te krijgen van de Europese Commissie.

Terwijl Schouten de hoop uitsprak om met de Kamer nog stappen te kunnen zetten naar een herziening van het mestbeleid, lijken de mogelijkheden hiervoor klein. De meningen zijn te verschillend en met de verkiezingen in het verschiet lijken partijen minder geneigd tot compromissen.

Geen uitspoelingsgevoelige gewassen meer op uitspoelingsgevoelige gronden

Drijfmest

Tjeerd de Groot (D66) pleit voor de meest extreme veranderingen. Zo wil hij af van drijfmest en het onderwerken van mest. Ook wil hij de gewaskeuze voor boeren beperken. “Geen uitspoelingsgevoelige gewassen meer op uitspoelingsgevoelige gronden”, zegt hij. Coalitiegenoten Jaco Geurts (CDA) en Helma Lodders (VVD) zijn hier fel tegen. Schouten kiest liever voor alternatieven, maar sluit een beperkte gewaskeuze niet uit voor gebieden waar de normen echt niet worden gehaald. VVD en CDA willen juist meer ruimte voor het vakmanschap van de boer. “Bemesten is een vak”, zegt Lodders, die liever een doelenbeleid ziet dat een maatregelenpakket. CDA wil een eenvoudiger mestbeleid waarbij meer oog is voor bodembeheer. Geurts maakt zich bovendien grote zorgen over het verdienmodel van de boer bij de nieuwe plannen.

Grondgebondenheid

Hoewel Schouten voor een vrij duidelijke definitie van grondgebonden kiest – voldoende plaatsingsruimte voor de mest die je produceert – stelt de Kamer de definitie toch weer ter discussie. Sommige partijen zien liever een eenvoudige norm in de vorm van grootvee-eenheden per hectare. Daarmee varieert de bemestingsruimte volgens Schouten teveel tussen hoog- en laagproductieve dieren.

Het sectorvoorstel om een percentage eiwit van eigen land in te stellen, ziet Schouten niet zitten. “Te complex”, zegt ze. CDA-er Geurts is vooral bezorgd over de beschikbaarheid van voldoende grond. Hij pleit ervoor om grond van terreinbeherende organisaties ook in te zetten voor landbouw, door er bijvoorbeeld rundvee te laten grazen in de natuur. Geurts oogst felle kritiek van de linkse oppositie, maar de minister zegt toe het gesprek aan te zullen gaan met de natuurorganisaties. CDA vindt daarnaast dat vitale landbouwgrond een beschermde status moeten krijgen.

Derogatie

Het draagvlak voor derogatie lijkt ook wat af te kalven. GroenLinks, SP en PvdD waren al niet enthousiast over de uitzonderingspositie, D66 zegt dat derogatie voor hen niet meer ‘heilig’ is, mede vanwege ‘de gedrochten van voorwaarden’. De Groot trekt het positieve effect van derogatie op de grondwaterkwaliteit ook sterk in twijfel. De politicus verwijt de minister zelfs de Kamer onjuist te informeren hierover. Schouten zegt niet dat derogatie zorgt voor een betere grondwaterkwaliteit, maar dat de waterkwaliteit onder derogatiebedrijven gemiddeld beter is dan onder niet-derogatiebedrijven. Dat komt voor een belangrijk deel door het areaal grasland op derogatiebedrijven.

De Groot vindt dat de overheid ook op een andere manier kan zorgen dat boeren veel grasland hebben. De Groot: “Daar is derogatie niet voor nodig.” VVD-er Helma Lodders is kritisch op de derogatievoorwaarden. Ze pleit voor een democratischer proces. De Kamer heeft nu geen invloed kunnen uitoefenen op het besluit van de Europese Commissie dat boeren klei- en veengrond alleen nog met een sleepvoet mogen bemesten bij een temperatuur onder de 20 graden. Ook Schouten zegt dat de deze maatregel liever niet had, maar dat er geen keus was.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.