IGC: krapte aan mais op wereldmarkt houdt aan

03-05 | |
Foto: Peter Roek
Foto: Peter Roek

Volgens de International Grains Council blijft de beschikbaarheid van mais ook volgend seizoen erg krap. De verwachting is dat tarwe, mais en soja voorlopig duur blijven.

De wereldmarkt voor mais blijft ook volgend seizoen 2021-‘22 erg krap. Die voor tarwe en sojabonen worden iets ruimer dan dit seizoen. Dat valt op te maken uit de laatste marktprognose van de International Grains Council (IGC), een samenwerkingsverband van dertig graanexporterende en graanimporterende landen.

Extra areaal inzaaien

De IGC kijkt voorzichtig al vast naar het volgende seizoen 2021-‘22. Wat opvalt is dat de maisproductie een nieuw record gaat bereiken. Mais is het afgelopen jaar duur geworden en dat zet boeren wereldwijd aan om extra areaal in te zaaien. Maar het verbruik van mais stijgt ook voortdurend en gaat volgend seizoen naar bijna 1.200 miljoen ton. De IGC houdt hier wel een slag om de arm, want de mais moet nog groeien op het noordelijk halfrond. Daarom werkt de IGC met gemiddelden. Ervan uitgaande dat de IGC het juist inschat, dan heeft de wereld volgend seizoen opnieuw een tekort aan mais. Want de productie van 1.192 miljoen ton is onvoldoende om de vraag te dekken. Daardoor moet de wereld de maisvoorraad aanspreken en die krimpt in 2021-‘22 dan ook naar 264 miljoen ton. De wereld heeft in acht jaar niet zo’n kleine maisvoorraad gehad. Dat zorgt voor een stevige bodem onder de maisprijs, verwachten marktanalisten.

Beschikbaarheid tarwe

Om de marktsituatie in te schatten kijkt de handel vooral naar de stocks-to-use-ratio. Dat is de verhouding tussen het verbruik en de voorraad die er aan het eind van het seizoen nog over is. Immers, hoe kleiner de voorraad ten opzichte van het verbruik, des te minder de voorraad is staat is om een tegenvallende oogst op te vangen. Voor mais bedraagt de stocks-to-use-ratio 22,0% voor seizoen 2021-‘22. Voor dit lopende seizoen is dat 23,2%. Een groot verschil met de bijna 32% van vijf jaar geleden.

Bij tarwe voorziet de IGC dat de beschikbaarheid goed op peil blijft. De wereld produceert 790 miljoen ton tarwe in 2021-‘22. Dat is ruim voldoende om het verbruik van 782 miljoen ton te dekken. De voorraad tarwe in de wereld groeit dan ook, waardoor de stocks-to use-ratio stijgt naar 38,1%, de hoogste score ooit. Dit lopende seizoen bedraagt de verhouding tussen verbruik en eindvoorraad 37,9%.

Duur

Ondanks de goede beschikbaarheid blijft tarwe duur, net als mais. Dat komt omdat tarwe en mais voor een deel uitwisselbaar zijn. Daarom trekt de maisprijs die van tarwe mee omhoog. Dat was vorige week goed te zien op de termijnmarkt in Chicago. Het termijncontract voor mais dat afloopt in juli 2021 sloot vrijdag 30 april op $ 6,732 per bushel (€ 220 per ton). Er is nog nooit zoveel voor dit maiscontract betaald sinds de handel daarin begon in december 2017. Het juli-contract voor tarwe sloot op $ 7,346 per bushel (€ 224 per ton), ook een prijsniveau dat niet is gezien sinds de handel startte in juli 2018.

Ook soja blijft duur. Het juli-contract sloot vrijdag 30 april op $ 15,342 per bushel (€ 468 per ton). Ook een record voor dit contract. De stocks-to-use ratio bij sojabonen is dit seizoen volgens de IGC-gegevens slechts 12,8%, de laagste in vijf jaar. De verhouding tussen verbruik en voorraad groeit volgend seizoen iets naar 13,2%. Als de prognoses van de IGC werkelijkheid worden, dan blijven tarwe, mais en soja voorlopig duur.

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur
Meer over

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.