‘In de kern gezonde bedrijven krijgen we door de crisis’

Bedrijven die steun nodig hadden vanwege de coronacrisis staan voor een cruciale nieuwe fase. Carin van Huët, directeur Food en Agri van Rabobank, verwacht dat sommige bedrijven versneld gaan stoppen.

De meeste bedrijven in de land- en tuinbouw die het zwaar hebben door de coronacrisis, gaan het redden. Dat komt door de veerkracht van bedrijven en de diverse steunmaatregelen door overheid en banken. Wel zal het aantal ondernemers die stoppen tijdelijk groter worden door corona. Dat verwacht Carin van Huët, directeur Food en Agri van Rabobank Nederland.

De komende maanden worden cruciaal: de economie start weer op en bedrijven gaan zo goed mogelijk terug naar de normale bedrijfsvoering. Volgens de Nederlandse vereniging van banken (NVB) is inmiddels ruim € 15 miljard aan extra kredieten en uitstel van aflossingen verleend door banken.

Extra krediet vooral in tuinbouw

Hoeveel extra geld per sector is bijgefinancierd, laat Van Huët in het midden. “Dat doen we als banken samen, maar in de agrarische sectoren gaat veruit het grootste bedrag naar de tuinbouw, en dan specifiek de sierteelt. Die is keihard getroffen door de lockdown, juist in de periode maart-mei dat de piekomzetten gemaakt zouden worden. In de tuinbouw is, naast uitstel van aflossingen, ook veel extra krediet verleend, al dan niet via de borgstellingsregelingen.”

De eerste klappen zijn opgevangen door alle maatregelen

De tweede sector die hard getroffen wordt door corona, is de melkveehouderij. Hier zijn vooral de aflossingen uitgesteld bij ondernemers die liquiditeitstekort verwachten. Naast corona komt daar nu de droogte bij. Andere sectoren waar extra ruimte nodig was zijn bedrijven met fritesaardappelen en in mindere mate varkensbedrijven. Verder gaat het bijvoorbeeld om foodservicebedrijven, daar viel met name de afzet naar de horeca weg.

Veerkracht bedrijven

Het aantal faillissementen lijkt vooralsnog beperkt. Van Huët: “Her en der zie je wel een bedrijf omvallen, maar dan gaat het vaak om ondernemingen die al niet lekker draaiden. In de kern gezonde bedrijven krijgen we gezamenlijk door de crisis, daar ben ik van overtuigd. Dat geldt ook voor sectoren als de melkveehouderij en akkerbouw. Met name in de melkveehouderij verwachten we meer gevolgen van de droogte en van de stikstofmaatregelen.”

In de tuinbouw trekt de aanvoer op veilingen weer aan en komt deze redelijk op niveau, volgens Van Huët. “Het is daarbij mooi om te zien hoe veerkrachtig bedrijven zijn, maar in maart tot en met mei wordt in de sierteelt normaal gesproken de winst binnengehaald en dat kun je niet meer goedmaken.”

Meer stoppers

Geen golf van faillissementen dus. Wel een flinke aanslag op de geldstromen in verschillende sectoren, en mede daardoor een toename van het aantal stoppers, verwacht Van Huët. Bijvoorbeeld tuinders die er nu nog wel uitspringen, maar toch de keuze maken om niet een nieuwe ronde in te gaan. Bijvoorbeeld omdat er geen opvolgers zijn. “In de varkenshouderij speelt de opkoopregeling een belangrijke rol. Het is nog te vroeg om te zeggen hoeveel bedrijven definitief gaan stoppen, maar het gaat om een substantieel deel van de 500 aanmelders voor de regeling.”

Hoe groot de crisis gaat uitpakken met een anderhalvemetereconomie is ook nog een onzekere factor

Een andere sector die het zwaar heeft, is de vleeskalversector. “Het dieptepunt lijkt geweest, maar het herstel gaat langzaam en er is nog veel leegstand. Desondanks verwachten we dat het merendeel het wel gaat redden”, aldus Van Huët. Maar dan staan ondernemers vervolgens voor een keuze waarbij ook aanvullende milieumaatregelen, zoals ammoniakreductie en scherpere eisen voor dierenwelzijn en milieu, een rol gaan spelen.

De komende maanden cruciaal

“De komende maanden in het tweede halfjaar worden cruciaal. De eerste klappen zijn opgevangen door alle maatregelen, mede door het steunpakket voor de tuinbouw en voor telers van fritesaardappelen. Als de situatie weer min of meer terug naar normaal gaat, dan gaan uiteindelijk verplichtingen als rentebetaling en aflossing ook weer lopen.” Van Huët benadrukt dat verleend uitstel van aflossing in principe kan doorlopen tot 1 oktober. Onzekerheden zijn er nog volop, bijvoorbeeld of er wel of geen tweede golf van het aantal besmettingen gaat komen. “Dat is niet te voorspellen. Ook moet nog blijken in hoeverre de afzet en de markten van voor de corona-uitbraak volledig herstellen. En hoe groot de crisis gaat uitpakken met een anderhalvemetereconomie is ook nog een onzekere factor.”

Het is prima om producten elders af zetten als dat verantwoord kan

Afzet gaat veranderen

Dat de afzet in ieder geval deels gaat veranderen, is voor Van Huët een gegeven. “De digitalisering gaat heel hard nu. Denk aan online veilen en de opkomst van allerlei webshops. Dat was al in ontwikkeling, maar blijkt nu versneld te worden uitgerold. Verder gaat de consument meer direct bij de producent kopen.” Directe afzet, de zogenoemde korte keten, ziet Van Huët overigens als een klein deel van de totale afzet. Niet als dé toekomst voor alle bedrijven. Daarvoor is de zelfvoorzieningsgraad in Nederland te hoog. “Het is wel een groeiende afzetmarkt en in de kern goed, bijvoorbeeld als het gaat om inspelen op wensen uit de markt. Dat is voor elke afzetmarkt belangrijk.”

Afzet nu al vooral in Europa

De afzet wordt grotendeels al gerealiseerd in Europa. Daar zal steeds meer de nadruk op komen te liggen, is de visie van Van Huët, maar het ligt wel genuanceerd. “Het is juist prima om producten elders af zetten als dat verantwoord kan. Bijvoorbeeld de varkensdelen die wij in Europa niet eten, maar in andere landen zoals China goed te verkopen zijn. Prima voor de noodzakelijke vierkantsverwaarding van het hele product en het volledig benutten van geproduceerd voedsel. Een ander voorbeeld is hoogwaardig melkpoeder voor Zuidoost-Azië. Afzet buiten de EU zal vooral hoogwaardige producten betreffen.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.