Inflatie in voeding: the worst is yet to come

Consumenten zullen meer gaan betalen voor voeding, maar hoeveel is nu nog niet te zeggen. De prijsstijgingen zijn echter nog lang niet allemaal doorberekend. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Rob Engelaar
Consumenten zullen meer gaan betalen voor voeding, maar hoeveel is nu nog niet te zeggen. De prijsstijgingen zijn echter nog lang niet allemaal doorberekend. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Rob Engelaar

Producenten van levensmiddelen maken flink hogere kosten voor energie, transport, verpakkingen, personeel en grondstoffen. Producenten en supermarkten onderhandelen nog over de prijzen. Consumenten gaan uiteindelijk meer betalen voor voeding.

De prijsonderhandelingen tussen voedingsmiddelenbedrijven en supermarkten verlopen deze herfst lastiger dan in voorgaande jaren. Levensmiddelenproducenten hebben te maken met forse kostenstijgingen voor energie, transport, verpakkingen, personeel en grondstoffen. De grote vraag is in hoeverre producenten de extra kosten kunnen doorberekenen aan de supermarkten. Ten tweede: in hoeverre schuift de retail die rekening door naar het bordje van de consument.

Consumenten zullen meer gaan betalen voor voeding, maar hoeveel is nu nog niet te zeggen

Sebastiaan Schreijen, senior-analyst Consumer Foods van RaboResearch, constateert dat in de supermarkten de prijsstijgingen van voedingsmiddelen tot nu toe beperkt zijn gebleven. “Agrarische grondstoffen, energie en levensmiddelen worden vaak geleverd onder contracten die een langere periode beslaan. Dat heeft een vertragend effect op de inflatie in de voedingssector. Maar als die contracten aflopen, dan volgen stevige onderhandelingen over de nieuwe contracten.”

Hij vervolgt: “De huidige kosteninflatie is ongekend. Voedingsmiddelenproducenten en retailers moeten daar eigenlijk nog op reageren. Consumenten zullen meer gaan betalen voor voeding, maar hoeveel is nog niet te zeggen. De prijsstijgingen zijn echter nog lang niet allemaal doorberekend. Voor de consumenten geldt: the worst is yet to come.”

Kosten doorberekenen

Schreijen bezocht in oktober de voedingsbeurs Anuga in Keulen. “Daar viel te beluisteren dat levensmiddelenproducenten 9 tot 10% extra kosten maken door de gestegen prijzen voor grondstoffen, energie, transport, verpakkingen en personeel. De vraag is in hoeverre ze dat kunnen doorberekenen aan hun afnemers. Een producent die vrijwel geen marge maakt, zal dat zeker doen. Hij gaat niet met verlies zijn producten leveren. Andere producenten hebben misschien wat meer ruimte om kostenstijgingen zelf op te vangen, maar het huidige inflatieniveau is wel héél hoog.”

Nemen ze de prijsstijging volledig voor eigen rekening door in te leveren op hun marge? Of zoeken ze een tussenweg?

Stel dat een levensmiddelenproducent zijn kostenstijging geheel of deels kan doorberekenen aan de supermarkt. Dan zitten de supermarkten met de lastige vraag hoe zij die hogere inkoopprijs gaan opvangen, zegt Schreijen: “Stel dat ze 10% meer betalen voor de inkoop van voedingsmiddelen. Rekenen ze dat in één keer door aan de consument? Nemen ze de prijsstijging volledig voor eigen rekening door in te leveren op hun marge? Of zoeken ze een tussenweg?

Bijvoorbeeld nu 3% erbij en later in een paar stappen de rest van de hogere inkoopprijzen doorberekenen? Niet alle producten zijn geschikt om prijsstijgingen volledig door te berekenen. Als kant-en-klaar maaltijden boven de € 5 tot € 6 per stuk komen, vragen veel consumenten zich af of ze dat er nog wel voor over hebben.”

Supermarkten onvoorspelbaar

Wat de supermarkten gaan doen is niet te voorspellen. De coronacrisis maakt het voor de supermarkten extra lastig om te reageren, zegt Schreijen. “Tijdens de lockdowns zag je dat klanten vaak maar één winkel bezoeken voor hun dagelijkse boodschappen. Als de schapprijzen hard omhooggaan, zul je zien dat consumenten weer meer op zoek gaan naar aanbiedingen en in meerdere winkels hun boodschappen gaan doen. Een retailer zal dan niet snel als eerste zijn prijzen verhogen. Ook verschuift bij een versoepeling een deel van de consumptie van thuis naar de out-of-home markt. Het allerspannendst voor de supermarkten is inschatten wat de consument gaat doen.”

Meer promotie

Schreijen verwacht dat supermarkten meer aan promotie gaan doen, gezien de onzekere situatie. “Tijdens de lockdowns hadden ze dat minder nodig omdat consumenten dan minder verschillende winkels bezoeken. Bij versoepelingen is meer promotie van de eigen supermarkt nodig. Promotie doen supermarkten vooral met merkproducten en niet met private label producten. Consumenten kunnen merkproducten ook in andere supermarkten kopen, private label merken niet. Het is overtuigender voor consumenten als een supermarkt bij merkproducten de goedkoopste is.”

Goedkopere alternatieven

Ook is het mogelijk dat consumenten gaan downtraden als voedingsmiddelen duurder worden, zegt Schreijen. “Consumenten zoeken dan goedkopere alternatieven. Ze kopen bijvoorbeeld gehakt in plaats van een biefstuk of karbonade. Of ze kiezen voor geplette haver in plaats van een samengesteld ontbijtgraan. Of ze kiezen voor een huismerk in plaats van een A-merk.”

In de horeca verwacht Schreijen een vergelijkbaar downtrading-effect. “Consumenten gaan bij hogere prijzen eerder naar een goedkoper cafetaria dan naar een duur restaurant. Ze willen graag uit eten gaan, maar kiezen dan voor het goedkopere alternatief. Maar ook hier zie je een tegengestelde beweging. Mensen gaan dan ook weer naar het duurdere Starbucks omdat ze zichzelf ook wel eens willen verwennen als ze moeten bezuinigen. Dit soort effecten maakt het lastig om goed te voorspellen wat de consument gaat doen.”

Voedingssector zeer divers

Het is lastig om de hoogte van de inflatie in de voedingssector in één getal uit te drukken. Dat komt omdat de sector zeer divers is, zegt Schreijen. “Bij het bakken van brood of koekjes vormen de energiekosten een aanzienlijk deel van de kostprijs. Dat is bij de productie van bijvoorbeeld kaas veel minder het geval. Bij verpakte levensmiddelen spelen de kosten voor de verpakking een belangrijke rol.

In weer andere levensmiddelen zijn veel agrarische grondstoffen verwerkt. Als je grondstoffen uit Azië komen, dan heb je te maken met hoge transportkosten. Het vervoeren van een container uit China naar Rotterdam kostte vóór corona zo’n 800 dollar. Nu is dat bijna 10.000 dollar. Bij een gemiddelde voedingsmiddelenproducent kun je grofweg zeggen dat verpakkingen en energie samen 40% van de kostprijs uitmaken. De inkoop van agrarische grondstoffen is ook nog eens 40%. De rest van de kostprijs is opgebouwd uit kosten voor personeel en transport.”

De overheid heeft bij voedingsprijzen niet iets om direct op in te grijpen

Schreijen ziet geen rol weggelegd voor de overheid om de stijgende voedingsprijzen voor de consumenten te compenseren. “De overheid heeft bij voedingsprijzen niet iets om direct op in te grijpen. Dat is anders bij de gasprijs. Daar kan de overheid sleutelen aan de energiebelasting om de prijsstijging te compenseren. Bovendien heb je als huurder geen keuze als de verhuurder je huis niet wil isoleren. Dat ga je als huurder niet zelf doen. Consumenten hebben bij voedingsmiddelen veel meer keuzes bij de besteding van hun budget.”

Al eerder gebeurd

De huidige situatie met prijsstijgingen op veel fronten is niet nieuw. Schreijen verwijst naar de jaren 2007-2008. “Toen piekten de prijzen van agrarische grondstoffen met zo’n 25 tot 30% boven het gebruikelijke niveau. En stegen de energieprijzen 25%. Dat maakte transport en verpakkingen ook duurder. Hetzelfde zag je gebeuren eind 2010 en begin 2011. Dat duwde de inflatie flink omhoog. Consumenten zijn toen gemiddeld 5% meer voor voeding gaan betalen. Maar in beide gevallen zie je dat na een jaar de inflatie begint af te vlakken. De prijzen van agrarische grondstoffen en energie zaten binnen een jaar weer op normale niveaus.”

Consumentenprijzen gaan na een periode van inflatie niet noodzakelijkerwijs naar beneden

Dat wil niet zeggen dat de consument dan weer goedkoper uit is met voeding. Schreijen: “De ervaring leert dat consumentenprijzen na een periode van inflatie niet noodzakelijkerwijs naar beneden gaan. Vergelijk het maar met het kwartje van Kok uit de jaren 90. De verhoging van de brandstofaccijns zou tijdelijk zijn, om een gat in de overheidsbegroting te dichten. Maar dat kwartje extra is nooit weer opgeheven.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur



Beheer