Inkomens Britse boeren vertonen sterk wisselend beeld

Foto: ANP
Foto: ANP

De inkomens in de Britse landbouw gaan over een breed front omlaag. Houders van pluimvee, schapen en vleesrundvee boerden afgelopen jaar wel vooruit.

Britse pluimveehouders hebben in het businessjaar tot eind februari gemiddeld € 150.000 aan inkomen gedraaid. Dat is nagenoeg de helft meer dan in de voorafgaande twaalf maanden. De pluimveesector staat daarmee op afstand aan de top van de Britse boereninkomens. Voor akkerbouwers en vooral de varkenshouderij ziet het plaatje er juist somber uit met in veel gevallen de laagste inkomens in jaren.

Jaar wisselend verlopen

Het plattelandsministerie Defra maakt elk jaar een schatting van de inkomens in de landbouw in het Verenigd Koninkrijk. Daarbij wordt gerekend tot begin maart, omdat dan de oogsten van het afgelopen seizoen ook grotendeels zijn verkocht en de opbrengsten dus meegerekend kunnen worden. Die afgelopen twaalf maanden zijn voor Britse boeren, vooral door corona, zeer wisselend verlopen.

Pluimveehouders boerden letterlijk goed, omdat de markt voor zowel kippenvlees als eieren door de coronabeperkingen uitstekend draaide. De concurrentiepositie van kip blijft versterken ten opzichte van ander, duurder vlees, terwijl eieren door de kook- en bakwoede tijdens de lockdowns niet aan te slepen waren. Weliswaar lagen de voerkosten gemiddeld 2% hoger, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de hogere opbrengsten. Het ministerie noteert wel dat de werkelijke cijfers kunnen afwijken, omdat het aantal onderzochte pluimveebedrijven relatief gering is.

Grazend vee

De enige andere sector waar de inkomens een duidelijke groei laten zien is ‘grazend vee’, dat wil zeggen zowel schapen als (vlees)rundvee. Voor beide soorten vlees lagen de prijzen door de grote vraag vanuit de retail een stuk hoger dan in de voorafgaande periode. Fokschapen kwamen eveneens duurder uit terwijl de input-kosten slechts beperkt toenamen. Voor schapen- en veehouders leidde dat tot een nog altijd bescheiden inkomen van € 19.500, wat 78% meer was dan hun geringe inkomen in 2019/20. Boeren in achtergestelde gebieden, heuvelland zoals in Schotland of Wales, verdienden gemiddeld € 36.800 ofwel 42% meer.

Pijlen naar beneden

Maar verder staan alle pijlen duidelijk naar beneden. Britse melkveehouders hielden gemiddeld € 87.400 over, een daling van 10% door hogere voerkosten in combinatie met redelijk stabiele melkprijzen. Wel lag de productie tijdens het begin van de pandemie lager door de plotselinge verstoringen in de afvoerketen. “Het is wel belangrijk te wijzen op de enorme variatie in de melkprijzen, waardoor sommigen veel meer of juist veel minder verdienden dan het gemiddelde,” tekent Defra aan.

Graanverbouwers zagen hun inkomen met 43% inzakken naar € 41.400 door de, vanwege ongunstige weersomstandigheden, lagere oogsten. Akkerbouwers met een meer gemengd bouwplan met bijvoorbeeld aardappelen en andere gewassen kwamen € 63.250 ofwel 35% lager uit, met name door lagere prijzen voor aardappelen door de sluiting van de horeca.

Varkenshouders slechtst af

Het slechtste af zijn de Britse varkenshouders die gemiddeld niet meer overhouden dan € 5.750, 87% minder dan in 2019/20. Defra analyseert dat hogere slachtcijfers niet voldoende waren om de rond de zomer ingezette daling van de varkensprijzen zelf op te vangen. De National Pig Association noemt die cijfers catastrofaal, vooral omdat Britse varkensboeren in de jaren rond 2018 nog zo’n € 34.500 overhielden. “Die cijfers worden ook bevestigd door de berichten die ons bereiken over varkenshouders die in de eerste maanden van 2021 duizenden per week verlies draaien door de perfecte storm van stijgende kosten, dalende prijzen, exportproblemen door brexit, de gevolgen van de AVP in Duitsland, schorsing door China van de invoer uit de grootste Britse vleesfabrieken en de grote overvloed aan varkens die niet tijdig verwerkt kunnen worden.”

Peijs
Ruud Peijs Freelance redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.