Skip to content

Internationale groeikansen voor Nederlandse eiwitsector

Internationale groeikansen voor de Nederlandse eiwitsector en praktische tips voor succes in Duitsland en Frankrijk.

Nederlandse eiwitsector premium

RVO organiseerde onlangs de Internationale Themadag Proteïne op de Wageningen campus. Foto: Canva

Bedrijven die een product, techniek, kennis of dienst aanbieden met betrekking tot duurzame eiwitten helpen in het buitenland voet aan de grond te krijgen. Vanuit deze gedachte organiseerde RVO de Internationale Themadag Proteïne in het Omnia congrescentrum op de Wageningen campus.

Tijdens de plenaire sessie van de Themadag Proteïne lichtten diverse sprekers toe hoe ze naar de eiwittransitie kijken. Welke basiswaarden zijn belangrijk? Maatschappij, ecologie of economie. Die vraag werd, met behulp van interactieve software, ook aan de aanwezigen in de zaal gesteld. Daaruit bleek dat de belangrijkste drijfveer economische waarde is. Annemieke Broesterhuizen, afdelingsmanager Internationaal Ondernemen bij RVO, legde uit dat RVO zich richt op internationale kansen. Ze moedigt ondernemers dan ook aan om het internationale netwerk, de ambassadecontacten, financiering, subsidies en de kennis en informatie van de overheidsdienst te benutten.

Focus van LNV

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) stelt met de Nationale Eiwitstrategie als doel om de komende 5 tot 10 jaar de zelfvoorzieningsgraad van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten op een duurzame manier, die bijdraagt aan de gezondheid van mens, dier en natuurlijke omgeving. Daarnaast zijn we met de verschillende landbouw- en innovatieraden actief bezig om de markt voor Nederlandse eiwitproducten te openen, vertelt Gelare Nader, Program Manager Protein Transition bij LNV. Nader benadrukt dat de focus ligt op het ontwikkelen van een internationale eiwitstrategie. Daarnaast legde ze uit dat er gelobbyd wordt bij de EU en onderzoek wordt gedaan naar de consumentenperceptie van insecten in voeding.

Vanuit de zaal werd de vraag gesteld wanneer LNV de gestelde doelstelling van een consumptie van 50% plantaardige eiwitten in 2030 gaat bijstellen naar 60%. De doelstelling van 50% is gebaseerd op het advies van de Gezondheidsraad, daarnaast is een doelstelling van 60% nog niet te verkopen aan de brede politiek en zou er te veel weerstand komen vanuit de maatschappij, licht Nader toe. Ze is blij met de hogere doelstellingen bij de Nederlandse supermarkten en relativeert dat de ambities in de meeste andere EU-landen nog lager ligt dan bij ons.

Een doelstelling van 60% is nog niet te verkopen aan de brede politiek en er zou te veel weerstand komen vanuit de maatschappij

Kansen in Duitsland

In de Duitsland-sessie begint Duitsland deskundige Drs. Jochem Wolthuis, van service- en expertisedesk Duitsland Desk, met wat cijfers om de kansen van afzet naar Duitsland kracht bij te zetten. Duitsland heeft vijf keer meer consumenten dan Nederland, heeft een oppervlakte die negen keer zo groot is en heeft vijftien keer meer discounters. Wolters publiceerde recent het handboek ‘Duitsland schept op’, waarin hij praktische tips presenteert voor ondernemers die willen exporteren naar Duitsland. De eetgewoonten in Duitsland zijn anders dan bij ons, zo wordt er bijvoorbeeld in de middag warm gegeten. Wolters sluit af met een aantal nieuwsberichten uit de Duitse media, zo presenteerde Lidl in Duitsland recent dat ze na het verlagen van de prijzen van hun plantaardige assortiment een omzetstijging van 30% noteerden.

Apetito is een van Duitslands grootste maaltijdproducenten. In Nederland zijn ze ook actief, maar de productie daarvoor vindt plaats in Duitsland. Algemeen Directeur van Apetito Nederland, Julius Rorink, legt uit dat de eiwittransitie onderdeel is van de duurzaamheidsstrategie van Apetito. Apetito, dat zich onder andere richt op thuiszorg en zorginstellingen, wil gedrag stapsgewijs veranderen. Reden daarvoor is dat de doelgroep voornamelijk 75+ is en minder goed tegen verandering kan. Door te laten zien hoe lekker en aantrekkelijk plantaardig ook kan zijn, kan je consumenten inspireren, adviseert Rorink.

In het bestelsysteem stelt Apetito daarnaast ook een milieuvriendelijke menuplanning voor. En er worden gezondheidsdagen georganiseerd in instellingen of bij andere afnemers. In Duitsland is 53% van de verkochte artikelen bij Apetito inmiddels vegetarisch, aldus Rorink.

Stapsgewijze verandering van gedrag bij Apetito - Foto: Chris Polkamp
Stapsgewijze verandering van gedrag bij Apetito. Foto: Chris Polkamp

Franse markt: gezondheid als drijfveer

Eiwitten is een belangrijk speerpunt bij de Nederlandse ambassade in Parijs, aldus Agricultural Counsellor Martijn Weijtens. Weijtens licht een aantal punten toe uit het recent gepubliceerde rapport ‘Plant-based and alternative protein leaders’. Gezondheid is de voornaamste drijfveer voor de Fransen en de smaak moet goed zijn. De groei van vlees- en zuivelvervangers loopt achter ten opzichte van Nederland en het aantal flexitariërs groeit er, blijkt uit het rapport. Frankrijk streeft in haar eiwitstrategie naar meer autonomie, voegt Weijtens eraan toe. Grote partijen zoals ingrediëntenleverancier Roquette hebben veel geld en kijken ook naar overnames van Nederlandse start-ups. Nederland heeft een erg goede naam op dit gebied, aldus Weijtens. Tevens heeft Frankrijk een erg goed ecosysteem voor start-ups, met rijkelijke subsidies. Nederlandse bedrijven kunnen daar alleen aanspraak op maken door een joint venture op te zetten met minimaal één Franse partij.

Overzicht Franse eiwitsector - Foto: Chris Polkamp
Overzicht Franse eiwitsector. Foto: Chris Polkamp

Start-ups zitten er goed in cash. Bijna jaloersmakend, vindt Corjan Van den Berg van Revyve, een bedrijf dat voedselingrediënten haalt uit gebruikt biergist en bezig is met het uitbreiden naar de Franse markt. Ze merken daar een heel andere interesse. Zo is er veel meer vraag naar bakkerijproducten en worden clean label- en hybride producten als interessant beschouwd. Van den Berg merkt dat Franse bedrijven veel meer denken vanuit chefs in productontwikkeling, waar dat in Nederland veel meer vanuit techniek gebeurt.

De groei van vervangers is dan wel lager is in Frankrijk, maar de consumptie van pure peulvruchten is veel groter

De verschillen in interesse zijn ook bij verwerker van ruwe grondstoffen Inveja onder de aandacht, aldus Paul van Zanten, Sales Manager bij Inveja. Ze zijn gevestigd in Nederland en Frankrijk. Voor het werken en zakendoen met Fransen kan Van Zanten dan ook een aantal tips geven. Zo spreekt niet iedereen er Engels, hoewel dat in de grote steden zoals Parijs al veel meer vanzelfsprekend is. Om 17:00 uur naar huis gaan is er minder vanzelfsprekend en pauzes duren er vaak een uur. De Fransen houden van lekker eten: eend, crème brulee, baguette, taarten, enzovoort.

Van Zanten ziet kansen op het gebied van gelatinevervanging in desserts, de grote Franse bakkerijsector en de grote zuivelindustrie. Fransen zijn ook veel meer bezig met gezondheid en daarmee hybride producten of producten met clean label ingrediënten. Weijtens, van de ambassade in Parijs, voegt eraan toe dat de groei van vervangers dan wel lager is in Frankrijk, maar de consumptie van pure peulvruchten is veel groter. De Franse consument wantrouwt ‘ultraprocessed food’, stelt Weijtens.  

Snel delen

Chris Polkamp
Chris Polkamp

Hoofdredacteur Foodagribusiness.nl en Eiwit Magazine

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin