Jeroen Elfers (RFC): ‘We willen meer biomelk’

14-07 | |
Jeroen Elfers (55) houdt zich met zijn team naast de diverse melkstromen ook bezig met dairy development. Het gaat om de ontwikkeling van lokale melkproductie in landen als Vietnam, Pakistan en Nigeria. - Foto: Koos Groenewol
Jeroen Elfers (55) houdt zich met zijn team naast de diverse melkstromen ook bezig met dairy development. Het gaat om de ontwikkeling van lokale melkproductie in landen als Vietnam, Pakistan en Nigeria. - Foto: Koos Groenewol

FrieslandCampina is op zoek naar meer biologische melk. De nieuwe strategie begint haar vruchten af te werpen, volgens Jeroen Elfers, Corporate Director Dairy Development & Milkstreams.

Zuivelbedrijf FrieslandCampina heeft bijna € 8 miljoen geïnvesteerd in de productie van biologische kaas en ingrediënten in het Groningse Bedum. De investering is onderdeel van de nieuwe strategie voor biologisch die in 2017 werd ingezet. De eerste fase is afgerond en nu is het tijd om op te schalen, zo legt Jeroen Elfers uit.

Het gesprek met Elfers vindt plaats in de ontvangstruimte op het melkveebedrijf van Erik Valk in Broekland (Overijssel.) Deze melkveehouder is lid van FrieslandCampina’s bio-commissie. Valk en Elfers kennen elkaar goed. Niet alleen van de bio-commissie, maar ook van de ledenraad. Elfers was hiervoor vijf jaar directeur coöperatieve zaken. Nu is hij Corporate Director Dairy Development & Milkstreams.

Over de melkstromen heen kijken

Vrij vertaald houdt Elfers zich samen met een team bezig met de ontwikkeling en doorontwikkeling van bijzondere melkstromen in binnen- en buitenland. Hij kijkt als het ware over de hele melkstroom heen en voorziet betrokkenen gevraagd en veelal ongevraagd van advies. Als voorbeeld noemt hij de bouw van een mobiele yoghurtfabriek in Nigeria.

Het gaat trouwens niet alleen om innovaties met melk. Zo was Elfers’ team ook betrokken bij de introductie van weiderundvlees bij Jumbo afkomstig van FrieslandCampina-leden. “Je zou onze rol kunnen omschrijven als die van vrije spits”, aldus de directeur.

Hoe gaat het met biologisch bij FrieslandCampina?

“De tijd van wachtlijsten voor biologische melkveehouders is voorbij. Voorheen zaten we voor bio eigenlijk bijna alleen op dagvers. Daarmee waren we kwetsbaar. In 2020 zijn we gestart met bio-kaas en bio-ingrediënten in Bedum. Dat slokt nu twee dagen in de week meer dan de helft van de totale bio-aanvoer op. Soms moeten we daardoor melk ver- of bijkopen. We willen daarom de productie in Bedum uitbreiden. Dat moet zorgen voor meer continuïteit in de verwerking van eigen biologische melk.”

FrieslandCampina heeft voor dagvers biologisch onder het Campina-merk gebracht. Hoe heeft dat uitgepakt?

“Helaas hebben we op dagvers biologisch marktaandeel verloren. Dat komt deels doordat er steeds meer partijen in actief zijn, ook onder private label. Als gevolg van de nieuwe strategie raakt dit verlies aan marktaandeel ons beperkt. We kunnen de melk namelijk prima verwerken tot kaas en ingrediënten. En het daar zelfs nog beter verwaarden. Dat betekent niet dat we ons niet meer inzetten voor dagvers. Zo wordt er gewerkt aan een frisse nieuwe campagne voor dagvers Campina biologisch, die binnenkort naar buiten komt. We blijven dus inzetten op alle drie de pijlers.”

Draaien alle drie de biologische pijlers – dagvers, kaas en ingrediënten – winstgevend?

“Al de drie de pijlers hebben potentie.”

Is dat hetzelfde als winstgevend?

“Als ik hier ja of nee op zeg, kom ik in een lastige discussie, want wat is bij ons winst? Daar zit de garantieprijssystematiek achter. Daarbij rapporteren wij nooit per segment. Het is bekend dat FrieslandCampina na 2015 rode cijfers schreef op het gegroeide volume bio, dat is nu niet meer het geval. Dat vind ik trouwens het mooie aan een coöperatie. Dat je elkaar als leden in dit soort situaties tijdelijk kunt ondersteunen. Dat maakt het collectief sterk. Verder lijkt me duidelijk dat we niet gaan investeren en roepen om meer biologische melk als we daar geen gezonde business case bij hebben. Essentieel is nu wel om bio te laten groeien.”

Op welke termijn moet de productie omhoog?

“We zien dat de markt en afzet er zijn. Dat geldt zowel voor biologische kaas (bijvoorbeeld Goudse onder private label, red.) als ingrediënten (D90) en biologische kindervoeding onder het merk Friso. De kaas blijft vooral binnen Europa en de ingrediënten en babyvoeding gaan naar Zuidoost-Azië en dan met name China. Dat betekent dat we nu al gaan opschalen. Daarmee zetten we de capaciteit voor bio in Bedum dan zo goed als vol. In totaal moet onze biologische melkaanvoer daarvoor in de komende jaren met bijna 50% stijgen.”

Hoeveel biologische leden-melkveehouders telt FrieslandCampina?

“Dat zijn er nu in Nederland ongeveer 120. Vorig jaar zomer hebben we een oproep gedaan voor 20 tot 30 nieuwe leveranciers van biologische melk. Dat is voor een groot deel gelukt. Wat we nu aan extra biologische melk vragen, komt daar nog bovenop. Tegelijk hebben we natuurlijk net als anderen te maken met melkveehouders die stoppen of vertrekken. Zo kon een aantal leden zich vanuit idealistisch oogpunt niet vinden in onze deels exportgerichte strategie voor bio.”

Hoeveel leveranciers van biologische melk kunnen jullie erbij hebben?

“Het is moeilijk om daar een exact getal aan te hangen. Het is namelijk ook afhankelijk van de omvang van de bedrijven die zich melden, maar het zijn er vele tientallen.”

Het is op zijn minst opvallend te noemen dat FrieslandCampina vraagt om meer biologische melk. Vanwaar deze kentering?

“Voor FrieslandCampina is balans tussen vraag en aanbod steeds uitgangspunt geweest. We werkten met wachtlijsten, omdat we in de periode rond de afschaffing van de melkquotering te maken kregen met een fors aantal melkveehouders in omschakeling. Het ging om tientallen bedrijven en de bijbehorende melk konden we simpelweg niet kwijt in onze dagverse producten. Hadden we toen niet ingegrepen, dan had dat geleid tot Franse toestanden waar de biologische melkprijzen flink zijn gedaald als gevolg van overaanbod.

Het heeft nogal wat voeten in de aarde om de productie van biologische ingrediënten en kindervoeding voor de Aziatische markt op te zetten

We hebben inmiddels wel gesteld dat we biologisch van strategische waarde vinden voor de onderneming. Er is tijd gekocht door melk te verkopen aan derden. Die periode hebben we gebruikt voor een complexe investering in Bedum. Het heeft nogal wat voeten in de aarde om de productie van biologische ingrediënten en kindervoeding voor de Aziatische markt, en dan met name China, op te zetten. Het resultaat is dat we nu met bio enorm kunnen groeien zonder de thuismarkt op z’n kop te zetten.”

Heeft FrieslandCampina door dit passieve beleid veel leden verloren?

“Dat zijn er tientallen geweest. Als een melkveehouder besluit om te schakelen naar biologisch, gaat het voor een individueel bedrijf om een grote investering. Ze wilden duidelijkheid die we toen nog niet konden bieden. Er waren andere partijen die wilden groeien, en die voorheen de biologische melk bij ons betrokken, waar ze terecht konden. Helaas horen we dat nog steeds terug in de markt, terwijl we nu met onze nieuwe strategie wel de juiste afzet voor groei hebben weten te realiseren.”

Is er wel voldoende animo voor omschakeling naar bio?

“Wat nu nog in de pijplijn zit, zijn achttien bedrijven die hebben aangegeven in omschakeling te zitten of serieus overwegen de stap te zetten. Maar dat is te weinig. Het verschil tussen de reguliere en biologische melkprijs is kleiner dan ooit. Ik verwacht dat dit een tijdelijk fenomeen is, maar dat maakt het nu financieel gemakkelijker de omschakelingsperiode te overbruggen (de periode waarin je nog geen biologische prijs ontvangt, red.).

Voor een deel van de veehouders biedt de overstap naar biologisch mogelijk een oplossing om uit de stikstofimpasse te komen

Dan ligt er nog het stikstofdossier. Ik wil wegblijven van de discussie, maar voor een deel van de veehouders biedt de overstap naar biologisch mogelijk een oplossing om uit de impasse te komen.

We hebben als FrieslandCampina gezegd dat we biologische melk van strategische waarde vinden. Met alleen dagverse melkproducten vonden we de risico’s echter te groot. Met de huidige opzet is dat niet langer het geval. Als leden nu willen omschakelen is de onderneming daar strategisch goed op ingericht. Daarom zeggen we: We gaan ten aanzien van omschakelaars van passief naar actief beleid. We gaan ook echt werven, de boer op.”

Willem Veldman


Beheer