Kalversector gaat kalveren missen door transportduur

Deze week bespreekt minister Schouten met andere EU-landbouwministers het beperken van diertransporten.

Onderdeel daarvan is een maximale transportduur voor jonge kalveren. Daarnaast moeten er duidelijkere eisen aan het vervoer bij een buitentemperatuur boven de 30 graden komen.

Maximale transportduur 8 uur

Eisen aan de maximumduur van transport van jonge kalveren komt niet zomaar uit de lucht vallen. Daar wordt al jaren over gediscussieerd. Tot nu toe heeft dat eisen aan de vrachtwagens opgeleverd, bijvoorbeeld de eis dat kalveren tijdens de rit water kunnen drinken. Tot veel problemen leidde deze eis niet. Er zijn uiteindelijk niet minder kalveren geïmporteerd.

Er vallen met een transportbeperking zo 100.000 kalveren af. Hoe gaat de Nederlandse kalverhouderij dat opvangen?

De maximale transporteur van 8 uur gaat wel iets meer betekenen voor het aantal kalveren. Voor dit jaar is de schatting dat er 1,58 miljoen vleeskalveren worden geslacht. Ongeveer de helft daarvan is uit het buitenland afkomstig. Vorig jaar was 52,2% van de 1,64 miljoen geslachte kalveren buitenlands. Voor het overgrote deel van de kalverimporten zal er weinig veranderen door invoering van de transportduur van 8 uur, 8 uur is ongeveer 500 tot 600 kilometer. Daarmee is het grootste deel van de belangrijkste kalverleverancier Duitsland, goed voor bijna driekwart van de buitenlandse kalveren, afgedekt.

Weinig kalveren uit Polen

Voor landen als Ierland, Polen en de Baltische staten is het bij een transportduur van 8 uur over en uit. Of er moet een mogelijkheid komen dat kalveren tussen twee ritten van maximaal 8 uur ergens 24 uur in een ruststal moeten staan. Gezien het huidige politieke klimaat lijkt dat onwaarschijnlijk. De import uit Polen is de laatste vijf tot zes jaar geminimaliseerd. Daar waar in 2014 krap 70.000 Poolse kalveren werden ingevoerd waren dat er vorig jaar amper 2.000. Dit is het gevolg van Poolse subsidies voor de rundvleessector waardoor de kalveren daar worden afgemest. Voor de Ierse melkveehouderij waar vorig jaar krap 80.000 kalveren en dit jaar 47.000 vandaan kwamen komt een vervoersbeperking hard aan. Ook voor Letland met 22.000 en Estland met een goede 20.000 kalveren zal het wegvallen van de Nederlandse markt in eerste instantie een hard gelag zijn. Denemarken is met zo’n 35.000 tot 40.000 kalveren een beetje een twijfelgeval. Met de maximale reistijd kom je in Zuid-Denemarken uit, daarmee zou een groot deel van de kalveren uit dat land niet meer naar Nederland kunnen. Of er moet niet te ver over de grens verzameld worden voor transport.

Krimp van import

Al met al vallen er met een transportbeperking zo 100.000 kalveren af. Hoe gaat de Nederlandse kalverhouderij dat opvangen? De afgelopen jaren is het aantal kalverplaatsen nog gegroeid. Daar staat tegenover dat een grote groep Brabantse kalverhouders aangeeft te willen stoppen vanwege de Brabantse eisen om voor 2024 emissiearm te bouwen. Maar het is de vraag of de plaatsen die daar mogelijk wegvallen er elders niet bij komen. Misschien komt een krimp van de import uiteindelijk helemaal niet zo slecht uit.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.