Kamer vraagt extra inzet op stikstof uit industrie

De stikstofuitstoot van de 700 meest risicovolle bedrijven (industrie) in Nederland kan naar schatting met 26% verminderen, als die bedrijven worden gehouden aan de eisen die de overheid stelt.

Dat blijkt uit een risicoanalyse van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van juni 2019.

De Tweede Kamer heeft er in een motie op aangedrongen dat de regering met ILT en de provincies en omgevingsdiensten gaat bekijken hoe de stikstofuitstoot (NOx) bij die bedrijven kan worden verminderd. Kamerleden Suzanne Kröger (GroenLinks) en Wytse Postma (CDA) dienden bij het overleg over de handhaving van de milieuwetgeving een motie in, waarin ze verwezen naar de risicoanalyse van ILT.

Stikstofuitstoot industrie verder terugdringen

Kröger en Postma stellen dat de stikstofuitstoot van de industrie verder kan worden teruggedrongen. Uit het ILT-rapport blijkt dat jaarlijks ongeveer een kwart van de betrokken risicovolle bedrijven in beeld komt vanwege een nieuwe vergunningaanvraag of een revisie van de vergunning. De inspectie beoordeelt niet al die aanvragen.

ILT komt tot de conclusie dat er voor een kwart miljard aan milieuschade ontstaat door vermijdbare stikstofemissies. De berekening is gebaseerd op cijfers uit de periode 2012-2015. De cijfers voor 2019 liggen in dezelfde orde van grootte, meldt ILT.

De oproep van de Kamerleden van CDA en GroenLinks kreeg een ruime meerderheid, ook al stemden VVD, PVV, FvD en het Lid-Van Haga tegen.

Stikstofuitstoot van bedrijven zonder natuurvergunning bekend

Landbouwminister Carola Schouten schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat het ontbreken van de vereiste natuurvergunning bij bedrijven niet automatisch betekent dat de uitstoot van stikstof niet bekend is. “De emissies van bedrijven zonder natuurvergunning zijn wel in beeld”, aldus Schouten. Zij verwijst daarbij naar de gegevens in de elektronische milieujaarverslagen.

De emissie van bedrijven die geen milieujaarverslag hoeven in te dienen, wordt afgeleid van gegevens over heet energieverbruik en de productie van de bedrijven. “Het totaal van deze emissies is ook bekend, doordat gegevens over de precieze hoeveelheid totaal verstookte brandstof geleverd worden door het CBS”, aldus de minister.

Gevolgen PAS-uitspraak Raad van State

Dat sommige bedrijven geen natuurvergunning hadden, is in eerste instantie een omissie van de bedrijven zelf. Het is aan de provincies daarop toezicht te houden, zegt de minister.

Veel bedrijven hoefden onder het Programma Aanpak Stikstof geen natuurvergunning te hebben, omdat hun stikstofeffect op kwetsbare natuurgebieden lager was dan 1 mol per hectare per jaar. Die ruim 3.000 bedrijven zijn door de PAS-uitspraak van de Raad van State min of meer illegaal geworden. Het kabinet heeft in samenspraak met de provincies besloten dat die bedrijven niet worden verplicht alsnog een vergunning aan te vragen.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.