Kamerleden willen meer graan uit graandeal naar arme landen

03-11 | |
Graan uit Oekraine wordt gelost in de haven van Green Harbour in Sudan. Tweede Kamerleden willen dat het kabinet zich inzet om het graan uit de graandeal naar arme landen te laten gaan. - Foto: Reuters
Graan uit Oekraine wordt gelost in de haven van Green Harbour in Sudan. Tweede Kamerleden willen dat het kabinet zich inzet om het graan uit de graandeal naar arme landen te laten gaan. - Foto: Reuters

CDA, D66, SP en SGP willen dat Nederland zich meer inzet om het Oekraïense graan uit de graandeal met Rusland terecht te laten komen in arme regio’s.

Tijdens de begrotingsbehandeling van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben de partijen minister Liesje Schreinemacher gevraagd zich hier in internationale overleggen meer voor in te zetten.

CDA’er Anne Kuik en SP-Kamerlid Jasper van Dijk vinden het niet goed dat het graan via de graandeal uit Oekraïne voor een groot deel als veevoer in westerse landen terecht is gekomen.

Schreinemacher reageert dat het natuurlijk de bedoeling is van de graandeal dat die vooral ten goede komt aan lage- en middeninkomenslanden. “Er is 2,5 miljoen ton tarwe langs de corridor geëxporteerd. Daarvan is 20% naar arme landen gegaan en 50% naar middeninkomenslanden, bijvoorbeeld in Noord-Afrika en Oost-Afrika”, zegt de minister.

Minister: graandeal heeft effect

Ze wijst erop dat de graandeal effect heeft op de graanmarkt. Doordat er meer aanbod kwam, is er meer rust op de graanmarkt gekomen, met als gevolg een daling van de prijzen.

Ook zijn er volgens Schreinemacher meerdere schepen graan voor het World Food Programme geëxporteerd. “Het belangrijkste van de graandeal is dat de prijzen van graan weer omlaag gaan, zodat de lage-inkomenslanden dat graan niet hoeven in te kopen voor een ontzettend hoge prijs. Zonder die graandeal zouden 100 miljoen mensen in extreme armoede terechtkomen”, aldus Schreinemacher.

Van Dijk: voedsel moet prioriteit hebben

Van Dijk vindt het inzetten op deze marktwerking onvoldoende. Hij vindt dat het World Food Programme van de VN beter in stelling moet worden gebracht, zodat dit prioriteit heeft boven de beschikbaarheid van veevoer in West-Europa.

Volgens de minister kan dit niet zomaar, omdat de commercieel afgesloten contracten dan afgekocht zouden moeten worden, terwijl deze soms al een jaar van tevoren gesloten waren. Nederland kiest er daarom voor om op een andere manier te handelen: door financiële steun aan het World Food Programme en via diplomatie, om ervoor te zorgen dat het graan bij het World Food Programme terechtkomt.

Nederland zet zich daarnaast in bij het opbouwen van eigen voedselproductie in ontwikkelingslanden. Ook wil Nederland Oekraïne zo veel mogelijk helpen bij de wederopbouw van de landbouw, zodra dat kan.

Lees meer over de brood-, meel- en graansector op deze themapagina

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur


Beheer