Klimaatplan Deense landbouw laat veestapel ongemoeid

Koeien in de melkput bij een Deense melkveehouder in Rødekro. - Foto: Mark Pasveer
Koeien in de melkput bij een Deense melkveehouder in Rødekro. - Foto: Mark Pasveer

De Deense landbouw moet bijdragen aan de klimaatambities van de politiek maar mag daaraan niet ten onder gaan. Dat is de kern van een klimaatakkoord voor de landbouw in dit land. Dat wil meer plantaardig eiwit maar geen geforceerde krimp van de veestapel.

De Deense parlementariërs hebben een akkoord gesloten over de klimaatprestaties die de landbouwsector moet leveren in de aanloop naar 2030. In dat jaar wil Denemarken de CO2-emissie met 70% reduceren ten opzichte van 1990. Voor de landbouw geldt dat percentage niet. Hier wordt gemikt op 55% tot 60%. Bovendien zal dit voor een aanzienlijk deel moeten worden gerealiseerd met behulp van de ontwikkeling van nieuwe technologie. Die is weliswaar nog lang niet altijd beschikbaar dan wel praktijkrijp, maar het vertrouwen dat de techneuten de klus zullen klaren is groot.

Geen gedwongen krimp veestapel

In die zin komt de agrarische sector ten opzichte van andere bedrijfstakken goed weg. Van een gedwongen gedeeltelijke afbouw van de veestapel bijvoorbeeld is geen sprake. Daarvoor wordt het economische belang van de veehouderij te groot geacht. Belangenorganisatie LF (Landbrug&Fødevarer) reageert in ieder geval opgelucht. Voor LF ging het er op allereerste plaats om, dat er een breed akkoord tot stand zou komen waarmee de toekomst van de landbouw niet op het spel wordt gezet. Tevens is de financiering in grote lijnen gewaarborgd. “Dat is ten dele gelukt,” stelt LF-bestuurstopman Søren Søndergaard vast.

Meer plantaardig

Zaken als mestbehandeling, natuurherstel en uit de productie nemen van laag gelegen gronden vormen de weg die tot het doel moet leiden, maar niet alleen dat. De overschakeling op meer plantaardige productie is ook een centraal element, zo heet het in het akkoord. Met het oog daarop zal een plan van aanpak worden opgesteld.

Daarnaast komt er geld beschikbaar, namelijk jaarlijks € 10 miljoen in de periode 2022-2030. Dat geld vloeit in eerste instantie naar een fonds, dat de middelen beschikbaar kan stellen voor ontwikkelingsinitiatieven op het gebied van gewasveredeling, verwerking, afzetbevordering, opleiding en kennisoverdracht. De helft van het bedrag is los daarvan bestemd voor het segment biologische plantaardige voeding.

Verdubbeling biologische areaal

De politieke partners zetten eveneens in op een verdubbeling van het biologische areaal. Dat scheelt volgens de berekeningen een emissie van 0,5 miljoen ton CO2-equivalenten. Hiervoor wordt € 480 miljoen aan hectarepremies gereserveerd. Nog eens € 80 miljoen tussen 2023 en 2027 komt er voor een zogenoemd eco-scheme (betalingsplan) voor plantaardige voeding en € 35 miljoen voor de bioraffinage van gras. Hiermee worden verschillende types ‘groene’ proteïne voor mens en dier geproduceerd.

Verseput
Wim Verseput Freelance redacteur


Beheer