Klink (VVD): ‘Met innoveren realistische doelen bereiken’

Jan Klink (36) staat op plaats 35 van de kandidatenlijst van de VVD. Foto: ANP
Jan Klink (36) staat op plaats 35 van de kandidatenlijst van de VVD. Foto: ANP

In een serie interviews geven kandidaat-Kamerleden hun visie op het landbouwbeleid. Vandaag deel 4: Jan Klink (VVD) vindt innovatie dé oplossing voor de milieu- en klimaatuitdagingen.

Jan Klink (36) staat op plaats 35 van de kandidatenlijst van de VVD. “We hebben een agrarische sector van wereldformaat. Dat willen we graag behouden.”

Waar kennen boeren u van?

“Samen met mijn moeder en broers hebben we tot 2015 een melkvee- en akkerbouwbedrijf gerund in Boven Pekela (Gr). We hadden 100 hectare grond direct om het bedrijf, 230 melkkoeien en een moderne stal die in 2012 was gebouwd. Mijn twee broers waren werkzaam bij FrieslandCampina en Cefetra, ik werkte bij het ministerie. Mijn moeder woonde op het bedrijf en bedrijfsleider en melksters verzorgden het dagelijkse werk. Het was een hele mooie constructie.

Met mijn landbouwhart wil ik graag mijn steentje bijdragen om de mooie agrosector weer vooruit te krijgen

Toen in 2014 de bedrijfsleider plotseling overleed, hadden we ondanks het prachtige bedrijf geen motivatie meer. Het leek of de geschiedenis zich herhaalde; mijn vader verongelukte in 2000 op het bedrijf, ook twee jaar na nieuwbouw. We besloten het bedrijf te verkopen. Ik ben nu wethouder in de gemeente Wijdemeren en werkte daarvoor bij de ministeries van Economische Zaken en landbouw.”

Waarom wilt u in de Tweede Kamer?

“De polarisatie over de landbouw is nu zo extreem, dat ik met mijn landbouwhart graag mijn steentje wil bijdragen om de mooie agrosector weer vooruit te krijgen.”

Wat is het eerste dat u op landbouwgebied gaat veranderen?

“Ik wil de agrosector niet veranderen. We hebben een sterke wereldwijd toonaangevende sector, die van groot belang is voor de economie en voor het Nederlandse handelsoverschot. Voor de consument zorgt de sector voor goed en veilig voedsel, voor een lage prijs. Er zijn wel uitdagingen, vooral op het gebied van stikstof. Dat moet je samen met de sector oplossen door realistische en haalbare doelen te stellen, die we met innovaties kunnen bereiken.”

Maar er wordt toch al jaren geïnnoveerd, maar toch zijn er problemen?

“Als je duidelijke en realistische doelen stelt en de grote agrarische spelers zoals FrieslandCampina, Cosun en Vion zetten zich er samen met de overheid en de sector voor in, gaat het lukken. Maar dan moeten de problemen niet worden ontkend of doelen steeds veranderen en er moeten op voorhand geen oplossingen – zoals kernenergie bij de klimaatopgave- worden uitgesloten.”

Sluit u dan de optie van krimp van de veestapel dan ook niet uit?

“Voor mij is halveren of zelf nog meer krimp van een mondiaal toonaangevende sector geen serieuze optie. Dan neem je ook echt afscheid van de sector. Dat lijkt me geen verstandige route. Zet in op innovaties. Wereldwijd neemt de vraag naar eiwit toe. Dan kun je ook inzetten op andere vormen van eiwitbronnen, zoals kweekvlees.”

Krimp is dus geen optie?

“Als de sector zelf kleiner wil worden, is dat prima. De overheid heeft met dierrechten en fosfaatrechten al een begrenzing opgesteld. Dat was toen een geschikte grens. Het lijkt me onverstandig om dat aan te passen. Bovendien is er al een autonome ontwikkeling van steeds minder dieren.”

Op de kandidatenlijst van de VVD staat Daan de Neef, die opkomt voor verbetering van dierenwelzijn net boven u. Wat zegt dit over het standpunt van de VVD over de veehouderij?

“Alle tachtig kandidaten zijn verschillend en hebben verschillende expertises, maar iedereen onderschrijft het verkiezingsprogramma. Ik ben niet tegen dierenwelzijn, maar in de veehouderij moet je er wel rationeel en economisch naar kijken. Een veehouder wil ook het beste voor zijn dieren. Gezonde dieren zonder stress leveren ook de hoogste opbrengst. Sectorinitiatieven voor hogere standaarden voor dierenwelzijn juichen we uiteraard toe, maar dan moet het verdienvermogen van de boer wel verbeteren. Als dat niet aan de orde is, waar begin je dan aan?

Sectorinitiatieven voor hogere standaarden voor dierenwelzijn juichen we uiteraard toe, maar dan moet het verdienvermogen van de boer wel verbeteren

Nieuwe wetten leiden tot nieuwe regels en dat betekent meer kosten en meer handelingen voor de veehouder. Dan is het evident dat het verdienmodel beter moet worden. Het moet wel uitvoerbaar zijn. Kijk naar PlanetProof van FrieslandCampina. Daarbij blijkt dat vraag en aanbod niet bij elkaar aansluiten. De consument heeft vooral behoefte aan voedsel dat voldoet aan de gangbare hoge standaard die we in Nederland al hebben.”

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur


Beheer