Kokkelkweek op het land biedt nieuwe perspectieven in verzilte gebieden

22-09 | |
Binnendijkse kokkelkweek biedt een nieuw verdienmodel en biedt kansen in de eiwittransitie, zegt André Seinen van Meromar Seafoods.
Polder Wassenaar is een buitendijkse polder. Het zuidelijke deel ervan wordt al een aantal jaren gebruikt voor zeewier-, slib- en kokkelonderzoek. - Foto: Meromar Seafoods

De stijging van de zeespiegel zorgt voor verzilting. Hierdoor wordt de agrarische functie van de kustgebieden bedreigd. Binnendijkse kokkelkweek biedt een nieuw verdienmodel.

Volgens André Seinen, directeur van Meromar Seafoods in Harlingen, kan dit een prima alternatief zijn voor boeren nabij de Groningse en Friese Waddenzee. Samen met het NIOZ heeft hij jarenlang praktijkonderzoek gedaan. “Ik zie veel kansen. Zeker nu we middenin de eiwittransitie zitten.”

André Seinen houdt zich al sinds 2007 met kokkelkweek en algenkweek op het land bezig. “Destijds hebben we twee opstellingen geplaatst om schelpdieren en zilte groenten te kweken: een op Texel en een in Harlingen. In Harlingen groeiden de zilte groente het beste en op Texel, op een prachtige locatie aan de haven van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), blonken de kokkels uit.”

Dat was volgens Seinen geen verrassende uitkomst. “In Harlingen gebruikten we bronwater en op Texel zeewater. We hadden in Harlingen een heel mooi systeem opgezet. We kweekten zowel micro-algen als macro-algen, zoals zeesla. We hadden vegetarische vissen, harders, uitgezet die de wieren konden eten. Alles wat overbleef, konden we oogsten. Helaas bleken de opbrengsten in Harlingen tegen te vallen. Zeker in vergelijking met Texel.”

Polder Wassenaar

Naar aanleiding van de goede resultaten op Texel is het plan voor Polder Wassenaar ontwikkeld. Dit is een buitendijkse polder in het noordoosten van het eiland vlakbij de vuurtoren. In samenwerking met het Waddenfonds en de provincies Noord-Holland en Groningen wordt het zuidelijke deel van de polder al een aantal jaren gebruikt voor zeewier-, slib- en kokkelonderzoek.

“We willen onderzoeken of binnendijkse kokkelkweek met gebruik van de natuurlijke getijdewerking mogelijk is”, legt Seinen uit. “We hebben voor de testen zestien raceways aangelegd: acht diepe en acht ondiepe. We hebben allerlei testen uitgevoerd, onder meer op het gebied van dichtheid, voedsel en doorstroming.”

Spectaculaire resultaten kokkelkweek

De uitkomsten waren spectaculair, benadrukt hij. “We waren uitgegaan van een groeicyclus van drie jaar, maar dit bleek één jaar te zijn. Zelf dacht ik dat natuurlijke zaadval in de raceways mogelijk was, maar dat was nog niet bewezen. De zaadval heeft inderdaad plaatsgevonden.”

Tekst gaat door onder de foto

André Seinen:
André Seinen: "Schelpdieren bieden volop kansen in de eiwittransitie." - Foto: Marten Tacoma

Het liefst zou hij zelf een zilt aquacultuurbedrijf starten. “Tussen Delfzijl en Eemshaven is achter de bestaande zeedijk een extra dijk gelegd. Tussen beide dijken is een gebied waar zeewater in en uit zou kunnen stromen. Hier kan slib uit de Eems bezinken en nieuwe natuur ontstaan. Helaas liep de voortgang van dit project vast op besluiten van ambtenaren. Daardoor konden we niet verder. Dat is erg jammer.”

Een ander nadeel vormen de tegenstanders, die het lastig maken om de vergunning rond te krijgen. “Een aantal ngo’s wil niet dat zaad uit de natuur wordt gebruikt. Het zaad kan gekweekt worden, maar dat biedt extra uitdagingen en nog meer onzekerheden.”

Zelf is hij voorstander van het gebruik van een natuurlijke zaadval in kokkelkweek. “De kokkels planten zich in de natuur uitstekend voort. Door dit zaad te gebruiken, kunnen we bijdragen aan de natuurlijke stand van de schelpdieren. Deze zomer zijn in de Waddenzee om onduidelijke redenen vrijwel alle kokkels doodgegaan, terwijl ze in onze raceways in Polder Wassenaar waarschijnlijk wel hadden overleefd. Ik weet niet hoe dat komt, maar het is wel een interessant vraagstuk.”

Potentiële opbrengsten van € 35.000 per hectare lijken niet onwaarschijnlijk

De hoge investeringskosten vormen eveneens een bedreiging. “Banken staan niet te springen om te investeren. Ervaringscijfers wijzen uit dat in het geval van nieuwe markten en nieuwe producten slechts 10% van de financieringsaanvragen wordt gehonoreerd, ook al heb je een gedegen plan.” Gelukkig worden aan de productie- en afzetkant wel vorderingen gemaakt. “Potentiële opbrengsten van € 35.000 per hectare lijken niet onwaarschijnlijk en het aantal potentieel geschikte productielocaties langs de kust neemt toe.”

Eiwittransitie

Een groot deel van de kokkels wordt nu uit het buitenland gehaald. Zonde, vindt André Seinen. - Foto: Meromar Seafoods
Een groot deel van de kokkels wordt nu uit het buitenland gehaald. Zonde, vindt André Seinen. – Foto: Meromar Seafoods

Handel en afzet lijken voor kokkels voorlopig geen enkel probleem. Daarbij speelt ook de eiwittransitie een rol. “Om miljoenen mensen te voorzien van voldoende eiwitten, wordt meer ingezet op de productie van plantaardig eiwit. Daarbij heeft het de voorkeur dat die productie dichtbij plaatsvindt. Schelpdieren bieden op dat gebied volop kansen. De belasting van schelpdieren op de omgeving is laag in vergelijking met andere dierlijke eiwitten. Ook is de energie-input laag en vergelijkbaar met die van plantaardige productie op land, zeker als bij de productie alleen gebruik wordt gemaakt van het natuurlijke getij en het voedselaanbod dat in het natuurlijke zeewater aanwezig is.”

De vraag naar kokkels is heel groot, weet Seinen. “Mechanische kokkelvisserij is vanaf 2003 verboden. Daarom wordt dit sindsdien handmatig gedaan. De vangsten daarvan zijn echter relatief klein, terwijl de vraag, onder andere uit Spanje, groot is. Daarom wordt een groot deel van de kokkels nu uit het buitenland gehaald. Dat is zonde.”

Volop kansen zilte teelt

Seinen is van mening dat zilte teelt volop kansen biedt. “Door de klimaatverandering stijgt de zeespiegel. Dat proces gaat sneller dan veel mensen denken. Daardoor treedt verzilting op en zullen boeren op den duur problemen krijgen met het telen van hun gewassen. Met name de boeren aan de Waddenkust van Groningen en Friesland zullen hiermee te maken krijgen. Hoe snel het zal gaan, is afhankelijk van de zeespiegelstijging. Zilte teelt biedt hen nieuwe perspectieven en een nieuw verdienmodel.”

Leestip | Onderzoek: verzilting leidt tot half miljard schade

Hij hoopt dat in de toekomst boeren openstaan voor zilte aquacultuur. “Dat de tijd er nog niet rijp voor is, dat snapte ik in 2008, maar nu niet meer. Ik begrijp de vertraging niet. We weten allemaal dat de klimaatverandering doorzet en dat de zeespiegel stijgt. Ik ben ervan overtuigd dat er mogelijkheden zijn voor een nieuwe sector in de polders langs de Waddenzee die langzaam opgezet kan worden en bij succes kan worden uitgebreid. Ik denk dat het daar uitstekend past en dat het een uitstekend moment is om ermee te starten.”

Noordzij
Wendy Noordzij Freelance redacteur


Beheer