‘Korte keten als grootschalig businessmodel is moeilijk haalbaar’

07-07 | |
Bert Destoop (L) en Sjarel Buysschaert, grondleggers van het korte-ketenconcept Lokaalmarkt. Foto: Lokaalmarkt
Bert Destoop (L) en Sjarel Buysschaert, grondleggers van het korte-ketenconcept Lokaalmarkt. Foto: Lokaalmarkt

De marges in de korte keten zijn te klein voor een duurzaam, grootschalig businessmodel. Dat zegt Sjarel Buysschaert, mede-eigenaar van VZW Lokaal dat het korte-ketennetwerk Lokaalmarkt beheert. Hij maakt deze conclusie nadat in een maand tijd drie filialen van de Lokaalmarkt de deuren sloten en het management beslist heeft om het project op een laag pitje te zetten. “We hebben 50.000 consumenten een leuke tijd bezorgd en kennis van lokaal geproduceerde voeding bijgebracht.”

Na een flitsende start in 2016, waarna er op het hoogtepunt wekelijks acht Lokaalmarkten in Vlaanderen plaatsvonden, is er aan het project een einde gekomen. Alhoewel de markt in Heule (West-Vlaanderen) blijft voortbestaan, heeft de overkoepelende VZW Lokaal besloten het project niet langer proactief verder te zetten.

Laten we bij het begin beginnen. Waarom zijn jullie opgestart en hoe verliep de aanvankelijke ontwikkeling?

“We zijn in 2016 begonnen met een boerenmarkt in Deerlijk. Met een gezonde portie idealisme, ons motto was: lokale voeding als sleutel voor een duurzame toekomst. Wij wilden zonder veel poespas lokale, ambachtelijke boeren bijeenzetten en in contact brengen met de consument. De start verliep zeer goed met veel interesse van het publiek en boeren. Het was aanvankelijk trouwens helemaal niet het plan om er een business van de maken.”

Jullie breidden snel uit. Kun je de groei schetsen en verklaren?

“De eerste jaren liepen erg goed. Er kwamen veel klanten langs en op een gegeven moment waren er acht verschillende Lokaalmarkten in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Antwerpen. Gezamenlijk trokken de markten wekelijks een paar 1.000 klanten. Gemiddeld stonden er een vijftiental boeren met een uitbreid aanbod variërend van zuivel, tot brood, vlees, groente en fruit. Bezoekers konden op de markt voor zeker 80% van hun voedingsbehoeften terecht. Voor een banaan of pasta of rijst moesten ze nog wel aanvullend naar een supermarkt.”

Wat is er dan misgegaan?

“Toen wij net aan het opschalen waren, sloeg corona toe en moesten we dicht. Na verloop van tijd mocht de markt weer open, maar de bar en het kinderatelier niet. Omdat hierdoor de beleving weg viel – de helft van ons concept – liep het bezoek sterk terug. De sfeer die voor corona was ontstaan, was helemaal weg. Hierdoor haakten ook sommige boeren af en kwamen we in een vicieuze cirkel terecht. Niet overal trouwens. Sommige markten bleven het wel behoorlijk doen.”

Wat heeft je uiteindelijk doen besluiten om te stoppen?

“De nekslag was de sluiting van drie filialen in juni. Dat begon met het filiaal in Gentbrugge, ons best lopende filiaal. De franchisehouders besloten een maand geleden op eigen benen verder te gaan. Daarnaast speelden er vestigingsproblemen in Antwerpen en Roeselare waar we niet op de bestaande locatie verder konden. De markt in Roeselare liep behoorlijk waardoor we nog wel naar alternatieven hebben gekeken, maar dat is niet gelukt. De markt in Antwerpen liep niet goed, waardoor we daar niet verder hebben gekeken. De sluiting van deze drie filialen betekende eigenlijk het einde van Lokaalmarkt. Er is nog een markt over in Heule die door een groep vrienden onder franchise gerund wordt. Zij blijven onze ondersteuning krijgen. Maar we zullen niet meer actief nieuwe vestigingen openen.”

Bewijst jullie verhaal de grenzen van de korte-ketenverkoop? Zie jij überhaupt mogelijkheden voor dergelijke concepten?

“Ik zie zeker kansen voor de korte keten, maar ik denk dat we moeten accepteren dat dit gefragmenteerd en kleinschalig is. Boerderijwinkels zullen zeker mogelijk zijn en een periodieke boerenmarkt in combinatie met eventueel een kermis bijvoorbeeld ook. Korte keten als een grootschalig professioneel businessmodel is een ander verhaal. Dat zie ik niet voor mij.”

Waarom niet?

“De productiekosten voor lokale, ambachtelijke boeren liggen hoog. Als je kijkt naar de maximale prijs die consumenten willen betalen, dan is er weinig marge. Als richtlijn hou ik de prijzen van discounter Colruyt aan, plus 20-30%. Deze marge staat het niet toe om een professionele schakel tussen producent en consument te hebben. En dat is wel nodig als je het concept grootschalig wil uitrollen en er ook nog een boterham aan wil verdienen. Ik baseer deze mening niet alleen op ons verhaal. Ook buiten ons zie ik nergens een grootschalig korte ketenconcept dat echt succesvol is, ook niet in de ons omringende landen.”

Auteur: Jerom Rozendaal (Vilt)

Vilt Vlaams infocentrum land- en tuinbouw


Beheer