Landbouwgerelateerde lachgas-uitstoot stijgt

Terwijl de uitstoot van broeikasgas N2O (lachgas) uit de landbouw in Europa in de afgelopen decennia licht daalt, stijgt de landbouwgerelateerde N2O-emissie in de rest van de wereld.

De wereldwijde door mensen veroorzaakte uitstoot van lachgas komt voor de helft op conto van de landbouw. Dat blijkt uit een publicatie van een groep wetenschappers uit de gehele wereld in het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift Nature. Aan de wetenschappelijke publicatie hebben Nederlandse onderzoekers meegewerkt van het Planbureau voor de Leefomgeving, de universiteiten van Utrecht en Amsterdam en de University of East Anglia (Norwich, Verenigd Koninkrijk).

Hogere uitstoot van lachgas

De onderzoekers waarschuwen dat vermindering van de N2O-emissie nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen. Als de uitstoot van lachgas niet naar beneden gaat, zullen er extra maatregelen moeten worden genomen om de CO2- en CH4-uitstoot te verminderen.

N2O is een lachgas dat in belangrijke mate bijdraagt aan de vorming van broeikasgassen. 1 gram lachgas levert een even grote bijdrage aan de opwarming van de aarde als 300 gram CO2. De uitstoot van lachgas is volgens de onderzoekers hoger dan de scenario’s waarmee het IPCC, de Intergouvernementele Werkgroep Klimaatverandering, rekening houdt en waarop het Parijse klimaatakkoord is gebaseerd.

N2O is een lachgas dat in belangrijke mate bijdraagt aan de vorming van broeikasgassen

De totale lachgas-uitstoot wordt in de Nature-publicatie geschat op 7,3 terragram (=7,3 miljard kilo) per jaar. De bijdrage van de landbouw daaraan is 3,8 terragram per jaar over de periode van 2007 tot 2016. In de jaren 80 wordt de bijdrage uit de landbouw geschat op 2,6 terragram. De bijdrage vanuit Europa is sinds de jaren 90 licht gedaald van ongeveer 0,7 terragram naar 0,6 terragram. Tegelijk is de uitstoot van lachgas uit andere door mensen veroorzaakte bronnen in Europa in diezelfde periode gedaald van ongeveer 0,5 terragram tot iets meer dan 0,2 terragram.

Gebruik van stikstofkunstmest

De bijdrage uit de landbouw wordt vooral toegeschreven aan het gebruik van stikstofkunstmest. Brazilië, India en China hebben als ontwikkelende economieën een groot aandeel in de stijging van de uitstoot.

De toegenomen wereldwijde vraag naar vlees en zuivel zorgt indirect voor meer lachgasproductie onder andere door lachgas uit mest van de grotere veestapel, en door de uitbreiding van het gebruik van grasland (verandering van landgebruik). De productie van veevoergrondstoffen draagt ook bij aan de N2O-uitstoot. Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor bij de visteelt.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.