Late lente laat sporen na in vroege teelten

08-05 | |
Alvantho-directeur David Hage (61) bekijkt de opkomst van Frieslander-aardappelen in een nabij gelegen perceel. Het koude voorjaar heeft effect op de groei van de vroege aardappelen, hoewel ze onder plastic een stuk verder zijn ontwikkeld dan in de koude grond. - Foto: Peter Roek
Alvantho-directeur David Hage (61) bekijkt de opkomst van Frieslander-aardappelen in een nabij gelegen perceel. Het koude voorjaar heeft effect op de groei van de vroege aardappelen, hoewel ze onder plastic een stuk verder zijn ontwikkeld dan in de koude grond. - Foto: Peter Roek

De natuur loopt dik twee weken achter op vorig jaar. Door de vroege start van het teeltseizoen, leidt het koude voorjaar niet direct tot lege winkelschappen. Maar de voorsprong die vroege teelten hadden, zijn ze kwijt. De meeste zorgen zijn er om peen, dat veel moeite heeft met de kou.

Gewassen kregen afgelopen maand de koudste aprilmaand sinds 1986 voor de kiezen. Ook begin mei is het weertechnisch nog geen feest. Afgelopen week leek eerder herfst dan voorjaar.

In de fruitteelt was het wel even billenknijpen in april. Ondernemers beschermden hun bomen met een ijslaagje door te beregenen of zetten vuurpotten neer voor warmte. Een windmachine om koude lucht te verdrijven, kwam ook voorbij. De schade lijkt beperkt.

Maar op de vroege aardappelveiling Alvantho in Sint-Annaland zal de veilingklok ‘gewoon’ in juni gaan draaien, waarna de primeurs via handelaren hun weg vinden in binnen- en buitenland. De eerste plantuien worden ook in juni verwacht, wat de normale tijd is voor de eerste oogst. Peen is echter een gevoeliger gewas voor weersinvloeden, waardoor de productie van vroege peen wat zorgwekkend is. Wellicht komt daar enige krapte in. De vraag naar peen trekt aan, waardoor de prijzen stijgen.

Voorsprong weg voor primeurs

Ondanks de koude en droge aprilmaand, verloopt de gewasontwikkeling op de akkers dankzij de mooie bodemstructuur gemiddeld toch nog beter dan vorig jaar, blijkt uit een rondgang langs teeltspecialisten. Het voorjaar ging akkerbouwtechnisch mooi vroeg van start onder goede omstandigheden. In tegenstelling tot seizoen 2020 is de bodemstructuur prima de winter uitgekomen – wat dat betreft komen kou en droogte juist goed te pas – en dat stemt de boeren tevreden. Zaai- en pootgoed kon mooi op tijd de grond in.

Ook op het Zeeuwse Tholen, de bakermat van primeuraardappelen, gingen de aardappeltelers in maart met bovengemiddelde temperaturen aan de slag. De vroege aardappelteelt is die voorsprong nu echter wel kwijt door de koude aprilmaand, zegt David Hage, veilingmeester en directeur van Alvantho. “De aardappelen lopen nu wel een dag of tien achter op normaal, heb ik het idee”, zegt Hage. “De planten hebben weinig temperatuur gehad. Daardoor verloopt de groei wat moeizaam. Als het weer omslaat, kunnen ze een groeispurt krijgen en daarmee wat tijd inhalen.”

Lees verder onder foto

Terugblik op weer in april van weer.nl. - Beeld: ANP
Terugblik op weer in april van weer.nl. - Beeld: ANP

Droogte geen item

Droogte is niet echt een item, aldus Hage. “Vorige week hebben we nog een dag regen gehad, ideaal voor deze tijd. Het is puur de kou, en de wind erbij, die niet bevorderlijk is voor de groeiontwikkeling van de primeuraardappelen. Gelukkig geven ze voor de korte termijn betere temperaturen op. Met mooi weer kun je toch nog rond de normale tijd oogsten. Ik denk dat we in juni beginnen met veilen dit jaar. Het blijft echter afwachten.”

Wat wel enorm scheelt, is dat telers dit jaar tijd hadden om plastic over de percelen te leggen, wat weer zorgt voor een versnelling van de gewasontwikkeling. Het verschil tussen aardappelen onder en zonder plastic is aanzienlijk, vertelt Hage. “Het aandeel plastic is behoorlijk groter dit jaar. Daar heb je mooi de tijd voor als je vroeg kunt poten. Zeker in dit koude voorjaar is dat een groot voordeel. De stand is groter onder plastic, maar nog steeds niet de normale stand voor begin mei. Ze horen verder te zijn in de ontwikkeling.”

Zorgen om vroege peen

Joost Litjens van groentezaadveredelaar Bejo Zaden schat dat de natuur zeker twee weken achterloopt door de kou. “De tulpen zijn bijna drie weken later dan vorig jaar, toen alle percelen al waren gekopt”, schetst Litjens. “Het schiet niet op in de kou. Nu pas beginnen bollentelers mondjesmaat met het koppen. Dat is een goede leidraad voor de andere buitenteelten. Deze week groeit het ook nog niet echt door.”

De ontwikkeling van vroege peen wil niet bepaald vlotten. “Vroege teelten worden allemaal wat later. De afgelopen jaren zijn we ook wel verwend met warmte in het voorjaar. Over vroege peen beginnen we ons wel zorgen te maken.”

Het begin maart gezaaide gewas staat al zes tot zeven weken in het stadium van twee blaadjes, vertelt Litjens. “Het kroontje wil er maar niet inkomen. Het gewas heeft regelmatig vorst meegemaakt en soms zelfs hagel. De kleine plantjes staan te kwijnen en te kwakkelen met een flinke achterstand. Het kan allemaal nog goed komen, maar ik heb er wel flinke twijfels bij.”

Stress leidt bovendien tot meer ziektedruk in een gewas, dus ook daarvoor is het oppassen geblazen voor de telers. Het areaal lijkt wat te zijn gegroeid, maar door de slechte gewasstand is het maar de vraag of er meer kilo’s komen dit jaar. Bewaarpeen wordt rond deze tijd pas gezaaid.

Lees verder onder foto

Close-up van uienplanten. Hier wordt geen vertraging van verwacht. - Foto: Jaap Jonker
Close-up van uienplanten. Hier wordt geen vertraging van verwacht. - Foto: Jaap Jonker

Goede opkomst uien

De meeste uienzaden vonden ook in maart een plekje in de grond. Telers die geprimed uienzaad, dat sneller kiemt dan gewoon zaad, hebben gezaaid, profiteren van een voorsprong. Litjens: “Uien ben ik niet zo bang voor. De opkomst duurt lang, maar de stand is over algemeen wel goed. Het voordeel van priming laat zich bijzonder goed zien dit jaar. Dat is echt een groot verschil met ongeprimed zaad. Met priming gaan ze sneller los, wat leidt tot een flinke voorsprong. Het aandeel priming groeit gestaag door. In de biologische teelt doet bijna iedereen het, omdat je met een uniform gewas het brandmoment veel beter kunt bepalen.”

In de Benelux is dit jaar zo’n 30% van het uienzaad geprimed, zegt collega Jaap Jonker van uienzaadbedrijf De Groot en Slot. “Netto kost het zo’n € 80 tot € 90 euro meer per hectare. Steeds meer telers zien de meerwaarde ervan in.”

Jonker voegt toe dat de eerste plantuien, de overwinteringsuien, gewoon rond 15 juni zullen worden geoogst dit jaar. “Door de kou in april is de ontwikkeling van gewassen wel geremd, maar op de lange termijn heeft het niet zoveel effect. Het herstelt zich wel, dat hebben we in eerdere koude voorjaren wel gezien.”

De zaaiuienplanten hebben allemaal het daglicht gezien. De essentiële groeimaanden zijn juni en juli. De mooie uitgangspositie voor de teelt, met een mooie structuur, is volgens Jonker veel belangrijker dan temperatuur in het vroege voorjaar.

Schade in wijnbouw en fruitteelt

Ook de analisten van de Europese Commissie zien vertraging in de teelten, maar denken dat het vooralsnog niet leidt tot lagere opbrengsten in de akkerbouw. De wijnbouw en fruitteelt hebben in Zuid-Europa wel veel schade ondervonden van de koude periode. Berichten over schade komen uit onder andere Spanje en Italië, landen waar de Nederlandse retail ook groente en fruit (zoals abrikozen, perziken en nectarines) van betrekt. Daar kan schaarste door ontstaan.

Medeauteurs: Jeroen Verheul en Stan Verstegen

Vos
Petra Vos Redacteur



Beheer