Lichte stijging mestproductie in eerste kwartaal

De hoeveelheid fosfaat en stikstof in dierlijke mest is in het eerste kwartaal licht gestegen.

In de melkveehouderij is de hogere melkproductie per koe een van de oorzaken. Het aantal melkkoeien op 1 april is iets hoger dan het gemiddelde aantal in 2019. De mestproductie van de andere diersoorten is in de eerste kwartaalrapportage in 2020 vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt uit de kwartaalmonitor fosfaat en stikstofexcretie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Onder plafond door stikstofaanpak

De veranderingen in de varkenshouderij en pluimveehouderij zijn beperkt en deze sectoren blijven onder de sectorplafonds. Dat schrijft minister van Landbouw Carola Schouten in een Kamerbrief over de cijfers. De melkveehouderij blijft met 77,5 miljoen kilo fosfaat ruim onder het fosfaatplafond van 84,9 miljoen kilo, maar gaat wel licht over het stikstofplafond op basis van deze cijfers. Schouten verwacht dat de aangekondigde stikstofaanpak er voor zorgt dat de melkveehouderij ‘uiteindelijk onder het sectorale plafond blijft.’

Hogere melkproductie, minder mais

De melkveehouderij komt uit op een gemiddelde melkproductie van 8.930 kilo melk per koe per jaar. Dat is een zogenoemd voortschrijdend jaargemiddelde tot en met maart 2020 en is 0,7% hoger dan gemiddeld in 2019. De hogere melkproductie vergt iets meer voer. In het mengvoer zat vrijwel evenveel stikstof, maar wel duidelijk meer fosfor dan in het eerste kwartaal van 2019. Het verbruik van snijmais is opnieuw lager ingeschat op basis van het beschikbare areaal in 2019 en de gemiddelde opbrengst in de jaren 2015-2019 (exclusief de hoogste en laagste opbrengst). Het maisareaal was in 2019 9% kleiner dan in 2018 en 16% kleiner dan in 2015.

Rundveeaantallen april 2020

Voor rundvee zijn de dieraantallen per 1 april 2020 gebruikt, voor de andere sectoren is gerekend met de dieraantallen op 1 april 2019 volgens de landbouwtelling. Het aantal melkkoeien per 1 april was 1,589 miljoen, eind 2019 was dat 1,593 miljoen. Over heel 2019 waren er gemiddeld 1,578 miljoen melkkoeien. Voor de berekening van de mestproductie van varkens, pluimvee, paarden, pony’s, konijnen en pelsdieren zijn de definitieve excretiefactoren (mestproductienormen) van 2018 gebruikt.

Voorlopige cijfers

De kwartaalcijfers worden door het CBS berekend op basis van de meest recente cijfers over vee-aantallen, melkproductie en de samenstelling van krachtvoer en ruwvoer. De cijfers voor het jaar 2019 zijn gelijk aan voorlopige cijfers die in januari dit jaar zijn gepubliceerd. Alle sectoren zitten op basis van die cijfers onder de betreffende plafonds. De definitieve cijfers verschijnen eind juni of begin juli.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.