LNV fors in de fout met vaststellen fosfaatrechten

04-05 | |
Foto: Ton Kastermans
Foto: Ton Kastermans

Het gerommel met de toekenning van de juiste aantallen kilo’s fosfaatrechten blijkt een dure grap voor LNV te worden. Het CBb kent geen genade voor de minister.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) had een dure week bij het College van Beroep (CBb) voor het bedrijfsleven, door gerommel met de toekenning van de juiste aantallen kilo’s fosfaatrechten. In totaal moet er meer dan € 35.000 moet er betaald worden aan vier veehouders. Dat blijkt uit vier recente uitspraken van het CBb.

De vier veehouders waren een zaak begonnen omdat ze van mening waren dat door het te laat toekennen van de juiste aantallen kilo’s fosfaatrechten door LNV ze de mogelijkheid gemist hadden die tegen een veel hogere prijs te verkopen. Het CBb gaat mee in die zienswijze van de boeren en veroordeeld in alle vier uitspraken LNV voor het plegen van ‘onrechtmatige besluitvorming’.

Onjuist vastgestelde fosfaatrechten

In alle gevallen gaat het over onjuiste vastgestelde fosfaatrechten in 2018.

In de eerste zaak kreeg een boer in eerste instantie in januari 2018 76 kilo toegekend , dat werd in september verlaagd naar 22 kilo en vervolgens in oktober 2019 verhoogd tot 141 kilo. Volgens het CBb had de boer – die wilde stoppen met zijn bedrijf -als hij de juiste fosfaatrechten in 2018 had ontvangen (141 kilo) ruim € 5.500 meer kunnen krijgen voor zijn fosfaatrechten.

In de tweede zaak gaat het om een veehouder die zijn in januari 2018 toegekende rechten van 88 kilo verkocht. Doordat in september de rechten werden teruggebracht naar 22 kilo moesten de veehouder dure rechten voor 2018 bijkopen. Een schadepost van € 1.500. In februari 2020 werden alsnog 141 kilo’s aan fosfaatrechten toegekend. Die werden in mee van dat jaar verkocht voor een lagere prijs dan in 2018 mogelijk was geweest. Een waardedaling van bijna € 4.000. Volgens het CBb heeft deze boer recht op ruim € 5.500 schadevergoeding.

In de derde zaak gaat het opnieuw over een te laag vastgestelde hoeveelheid fosfaatrechten in 2018. In januari 2018 werd 638 kilo toegekend, in oktober werd dat verlaagd tot 598 kilo om vervolgens in maart 2019 te worden vastgesteld op 678 kilo. Ook deze stoppende veehouder leed schade door de lagere prijs van fosfaatrechten, in totaal bijna € 4.500.

In de laatste zaak werd aan een veehouder in januari 2018 120 kilo toegekend die vervolgens in september werden teruggedraaid tot nul. Na langdurige juridische procedures werd in oktober 2020 317 kilo fosfaatrechten aan de veehouder toegekend. Voor het CBb betoogde de veehouder dat als hij in 2018 had kunnen beschikken over de juiste hoeveelheid fosfaatrechten – die hij wilde verkopen aan een andere maatschap – hij veel meer geld had ontvangen voor zijn rechten. Bijna € 19.000 in totaal. Ook in deze zaak was het CBb op de hand van de veehouder en kende de schadevergoeding toe.

Beukema
Eric Beukema Redacteur


Beheer