​Loodzware opgave voor veehouderij bij aanpak stikstof

10-06 | |
Locatie van een bedrijf is bepalend of en hoe de toekomst van veehouderijen en akkerbouwers er uit komen te zien. - Foto's: Canva, bewerking Misset
Locatie van een bedrijf is bepalend of en hoe de toekomst van veehouderijen en akkerbouwers er uit komen te zien. - Foto's: Canva, bewerking Misset

Rondom natuurgebieden en in de Gelderse Vallei gaat de veehouderij drastisch op de schop. Maar ook in andere gebieden staat de landbouw voor een enorme (stikstof)opgave in de nieuwste plannen van het kabinet. Vanuit de sector klinken woedende reacties.

De gevreesde forse krimp van de veestapel, die komt er. Rondom natuurgebieden moet de stikstofuitstoot fors naar beneden. De hardste klappen vallen in Gelderland: de uitstoot uit stallen moet in de Gelderse Vallei met 80% naar beneden, in die regio zit veel intensieve veehouderij. Ook in gebieden rondom natuur is de opgave fors: 70%. Daar zullen bedrijven weg moeten.

Bekijk de kaart van Nederland met richtinggevende doelen per gebied

Landelijk gaat de uitstoot sowieso 12% naar beneden, op basis van al geldende landelijke maatregelen. In de eerste plannen van stikstofminister Van der Wal moet per gebied de uitstoot met 47%, 58% en 70% verminderen.

De ministers Henk Staghouder van Landbouw en Christianne van der Wal voor Natuur en Stikstof zetten vrijdag 10 juni hun plannen voor de landbouw uiteen. Conclusie: er gaat heel veel veranderen. De locatie van een bedrijf is bepalend of en hoe de toekomst van veehouderijen en akkerbouwers er uit komen te zien. Maar evengoed zorgt het beleid voor maar een beperkte ontwikkelruimte voor bedrijven, en de PAS-melders blijven in het ongewisse.

Lees verder onder de grafiek; klik op ‘1’ of ‘2’ bovenaan de grafiek om te switchen

Procentueel moet Limburg het meest reduceren, gevolgd door Gelderland en Brabant. Bij de absolute getallen: De provincies Gelderland, Brabant en Overijssel moeten de grootste emissiereductie leveren.

Veenweide

In de kleigebieden in de kustgemeentes is het reductiedoel 12%, uitspoelingsgevoeligere gronden krijgen een veel forser doel mee: 47%. Dat geldt ook voor veenweidegebieden. De oxidatie van veengrond zorgt voor de uitstoot van CO2 en moet volgens de afspraken in het klimaatakkoord worden tegengegaan. Een hoger waterpeil gaat die oxidatie tegen, maar betekent ook dat er geen of veel minder melkveehouderij mogelijk is.

Kortgezegd zijn er voor boeren in gebieden met hoge reductiepercentages een paar opties: innoveren, extensiveren, verplaatsen of stoppen. Dat laatste het liefst vrijwillig, maar als de overheid dat nodig vindt, kan een bedrijf onteigend worden. Voor innovatie en extensivering moet geld beschikbaar komen uit het transitiefonds, de pot van € 25 miljard die is aangekondigd in het coalitieakkoord.

De reductiedoelen voor stikstof, water en klimaat zijn al langer bekend, ze staan onder andere in het coalitieakkoord of zijn Europees vastgelegd, in het geval van de waterkwaliteit. De bedoeling is dat aan al die doelen tegelijk gedacht wordt bij het maken van de gebiedsplannen, die over iets meer dan een jaar klaar moeten zijn. Zowel voor het halen van de doelen op het gebied van stikstof als klimaat, is het onvermijdelijk dat er minder vee komt, dat zien beide ministers ook in.

Perspectief?

Minister Staghouwer doet een poging om voor ondernemers te schetsen wat de mogelijkheden zijn. Boeren moeten de kringloop op zo klein mogelijke schaal sluiten en daar moet ook geld mee te verdienen zijn. Wat Staghouwer betreft is er in de toekomst in Nederland plek voor een landbouwsector met ‘maatschappelijke waardering’. Tegelijk ziet hij dat alleen een economisch sterke sector in staat is om de oplossing te bieden voor de problemen met natuur en milieu. Wat hem betreft is het aan ondernemers zelf om de keuze te maken hoe ze hun bedrijf klaarstomen voor de landbouw van de toekomst.

Medeauteurs: Jan Braakman en Mariska Vermaas

van Rooijen
Meer over


Beheer