LTO-Akkerbouw: hogere prijzen nodig door middelenverbod

31-12-2019 | Laatste update op 17-06 | |
Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO-vakgroep Akkerbouw heeft een akkerbouwbedrijf in Kootwijkerbroek. - Foto: Koos Groenewold -
Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO-vakgroep Akkerbouw heeft een akkerbouwbedrijf in Kootwijkerbroek. - Foto: Koos Groenewold

Akkerbouwers worstelen met extreem weer en met het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen. Het zijn voor voorzitter Jaap van Wenum van LTO-Akkerbouw de speerpunten in de belangenbehartiging.

Het is half december als het gesprek plaatsvindt met Jaap van Wenum, voorzitter van de LTO-vakgroep Akkerbouw. Er zitten her en der nog aardappelen en peen in de grond. Niet alles zal worden gerooid deze herfst. Als belangenbehartiger voor de akkerbouwers houdt de moeizame oogst Van Wenum bezig. “We hebben twee extreme jaren achter de rug. 2018 was erg droog. 2019 was tot en met juli ook droog en we hebben een kletsnatte herfst achter de rug.”

De vakgroepvoorzitter noemt vier zaken in de belangenbehartiging die een relatie hebben met het weer. “De brede weersverzekering voor 2020 is aangepast. De assurantiebelasting van 21% vervalt en de schadedrempel wordt lager. Wat we ook willen bereiken, is dat akkerbouwers in goede jaren fiscaal vriendelijk geld kunnen reserveren voor moeilijke jaren. Daarnaast pleiten we voor goede voorzieningen voor zoet water, zodat akkerbouwers kunnen beregenen als de nood aan de man komt. Zo blijft het Volkerak-Zoommeer zoet water. Daar hebben de akkerbouwvakgroep en ZLTO hard voor gepleit.”

Als vierde punt in relatie met het weer noemt Van Wenum de contracten tussen aardappeltelers en de verwerkers. “Het risico van een misoogst ligt volledig bij de telers. De verwerkers moeten ook helpen de lasten te dragen bij een misoogst door overmacht. De vakgroep praat hier al langer over met de verwerkers.”

De invoering van een participatiecontract kan bijdragen aan het verdelen van de lasten van een misoogst. Zo’n contract houdt in dat de aardappelprijs mede wordt bepaald door de opbrengstprijzen van de producten die de verwerkers verkopen. Van Wenum: “Het is een vorm van winstdeling en risicospreiding. Het zorgt voor een eerlijkere verdeling van de marges in de aardappelketen.”

Gewasbescherming steeds lastiger door wegvallen middelen

Niet alleen het weer is een uitdaging voor akkerbouwers. De kast met gewasbeschermingsmiddelen raakt steeds leger. De middelen sneuvelen bij bosjes. Drie neonicotinoïden zijn eind 2018 verboden. In 2020 vallen het kiemremmingsmiddel chloorprofam, het loofdodingsmiddel Reglone en het onkruidbestrijdingsmiddel desmedifam weg. De insectenbestrijder thiacloprid (een neonicotinoïde) staat ter discussie evenals de schimmelbestrijder mancozeb. De onkruidbestrijder glyfosaat heeft een toelating tot en met december 2022. Sommige politici en maatschappelijke groeperingen willen dat glyfosaat wordt verboden in de landbouw.

Verbod chloorprofam en Reglone kost 3 cent per kilo aardappel

Van Wenum maakt zich zorgen over deze ontwikkeling. “De akkerbouwers raken in korte tijd veel middelen voor grote teelten kwijt, terwijl er geen of nauwelijks alternatieven zijn. Dat kost de akkerbouwers veel geld. Zo’n situatie hebben we niet eerder meegemaakt. Het gebrek aan alternatieven leidt er bijvoorbeeld toe dat in bieten meer volvelds met insecticiden wordt gespoten na het verbod op de neonicotinoïden. Vergelingsziekte stak afgelopen jaar de kop op in bietenpercelen, vooral in het zuidwesten van het land.”

Om problemen te voorkomen, pleit Van Wenum voor twee zaken. “Ten eerste moet de toelating van laag-risicostoffen sneller gaan. Dat kan bijvoorbeeld als die stoffen lijken op stoffen die al een toelating hebben. Ook pleiten we er voor dat in de EU nieuwe genetische technieken zoals Crispr-Cas niet onder de huidige regels voor genetische modificatie vallen. Met nieuwe veredelingstechnieken kunnen sneller betere ziekteresistenties in planten worden gerealiseerd. Gelukkig heeft de Europese Commissie in de Green Deal opgenomen zich in te zetten dat deze technieken beschikbaar komen.”

Residu chloorprofam blijft jarenlang aanwezig

Het verbod op chloorprofam leidt tot een specifiek probleem voor de aardappeltelers. Residuen van dit middel blijven jarenlang zitten in kieren en naden van kisten en van de bewaarplaats. Dat kan leiden tot een te hoog residu in de aardappel. LTO wil wat chloorprofam betreft twee zaken realiseren. Van Wenum: “We gaan een reinigingsprotocol invoeren voor bewaarschuren en kisten. Telers laten dan zien dat ze er alles aan doen om besmetting van hun aardappelen te voorkomen, maar dan moeten ze gevrijwaard zijn als er toch een residu aan chloorprofam in de aardappelen zit. Daarnaast moet de Europese Commissie tijdelijk een minimale MRL (residu) instellen voor chloorprofam, net zo lang tot het middel door natuurlijke afbraak uit de kisten en bewaarschuren is verdwenen.”

Aardappelverwerkers moeten ook de lasten dragen van een misoogst

Het wegvallen van chloorprofam kost de akkerbouwers 2 cent per kilo aardappelen, stelt Van Wenum. “Er moet een reinigingsprotocol worden uitgevoerd en alternatieve kiemremmers, zoals 1,4Sight, zijn duurder. Het wegvallen van Reglone kost nog eens 1 cent per kilo, want andere middelen werken langzamer waardoor het loof eerder moet worden dood gemaakt. Dat kost opbrengst. Daarom pleiten wij er voor om de contractprijzen voor bewaaraardappelen in 2020 met 3 cent per kilo te verhogen.”

Van Wenum verwijst naar de toegenomen virusdruk in de pootgoedsector door het wegvallen van neonicotinoïden. “De vakgroep ondersteunt de aanvraag van de toelatingshouder om het middel Closer ook voor de bloei te mogen toepassen in pootaardappelen. Tot nu toe mag dat alleen na de bloei. Wij willen dat pootgoedtelers het ook kunnen gebruiken totdat de eerste aardappelbloemknoppen in het perceel verschijnen.”

Bodemgezondheid belangrijk voor vakgroepvoorzitter

Naast de gewasbescherming blijft de bodemgezondheid Van Wenum bezig houden. Over twee jaar moet het zevende actieprogramma nitraatrichtlijn ingaan. Van Wenum wil proefprojecten uitvoeren met gewasderogatie, waarbij op bepaalde gewassen meer stikstof uit dierlijke mest mag worden aangevoerd. Ook wil LTO dat akkerbouwers extra bodemverbeteraars, zoals compost of champost, kunnen aanvoeren. Daar is een ruimere fosfaatgebruiksnorm voor nodig.

LTO heeft een plan van aanpak ingediend bij LNV. Van Wenum: “Zo leggen de akkerbouwers meer CO2 vast in de bodem. Het verbetert de bodemgezondheid en het bespaart op het gebruik van kunstmest. Dat scheelt in de uitstoot van CO2.”

De akkerbouw en de veehouderij hebben elkaar nodig

Het vastleggen van CO2 in de bodem kan een verdienmodel worden als aan die kooldioxide een prijskaartje wordt gehangen. Van Wenum pleit voor een systeem van vergoedingen voor bepaalde maatregelen op het akkerbouwbedrijf. “Zoals het verhakselen van stro, het toepassen van niet-kerende grondbewerking of de aanvoer van bodemverbeteraars. Ik zie op korte termijn weinig in een koppeling tussen CO2-vastlegging en het gehalte aan organische stof in de bodem. Ten eerste duurt het jaren voor het organischestofgehalte stijgt. Ten tweede benadeel je dan boeren die al een hoog organischestofgehalte hebben. Daarom zie ik meer heil in vergoedingen voor maatregelen die vastlegging van CO2 bevorderen. Die vergoedingen moeten uiteraard wel wat voorstellen.”

Akkerbouw gebaat bij een voldoende grote veehouderijsector

De veehouderij is in rep en roer door de fosfaatwetgeving en de stikstofregels. Van Wenum hoopt dat dat niet leidt tot een forse krimp van de veestapel. “De akkerbouw en de veehouderij hebben elkaar nodig. De akkerbouw gebruikt de mest uit de veehouderij om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Bovendien wordt de akkerbouw anders te afhankelijk van kunstmest. En de akkerbouwsector heeft de veehouderij nodig om de bijproducten uit de voedingsproductie te verwaarden. Denk maar aan bierbostel, bietenpulp, aardappelsnippers of aardappelstoomschillen. De kringlooplandbouw die landbouwminister Schouten wil, is alleen mogelijk als de veehouderij voldoende groot blijft.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur



Beheer