LTO-pachtvisie focust op langdurige pachtcontracten

LTO wil toe naar langdurige pachtcontracten waarin zekerheid voor de boer en duurzaamheid centraal staan. De korte geliberaliseerde pacht moet verdwijnen. Hoe ziet dat eruit en hoe reageren boeren?

In rumoerige tijden rond de stikstofperikelen en het coronavirus presenteerde LTO Nederland op woensdag 17 juni haar pachtvisie 2020. “Een goede timing, want het pachtstelsel is aan vernieuwing toe om de continuïteit van boerenbedrijven te waarborgen”, vindt LTO-portefeuillehouder Veiligheid & Pacht, Alfred Jansen. “Ook sluit het aan bij het voornemen van landbouwminister Carola Schouten om meer te focussen op langdurige pacht om duurzaam gebruik van de bodem en zekerheid bij de boer te vergroten”, aldus Jansen. Naast de vier reeds bestaande pachtvormen wenst LTO twee nieuwe pachtvormen: loopbaanpacht en duurzame flexibele pacht.

Weg van korte geliberaliseerde pacht

LTO hamert op het behoud van de reguliere pacht zoals die nu is, met een langere duur en een andere wijze van prijsbepaling. “De prijs moet gebaseerd worden op de opbrengstwaarde. We willen af van korte pacht waarin boeren vaak in onzekerheid verkeren of ze de grond terugkrijgen. Als er in de toekomst middelen beschikbaar zijn, moet ook de kwaliteit van de grond een rol gaan spelen”, aldus Jansen. Ook wil LTO de pensioenleeftijd herintroduceren als beëindigingsgrond bij reguliere pacht. “De helft van onze leden stemde hiervoor. Omdat dit veelal jonge boeren waren, vinden wij dat deze regel past in een pachtstelsel voor een vitale landbouw”, aldus Jansen.

Een goed alternatief voor jonge boeren is loopbaanpacht

Dat voornemen valt in goede aarde bij melkveehoudster Marije Klever uit De Meern (U.). “Langere pachtvormen spreken mij aan. Daar wil ik best wat meer voor betalen. Wij willen zekerheid dat we de grond voor langere tijd kunnen pachten, zodat de toekomst van het bedrijf zeker is en we ook een nieuwe stal kunnen bouwen.”

Duurzame flexibele pacht

Een van de nieuw gewenste pachtvormen is duurzame flexibele pacht. Dat komt neer op langdurige pacht waarin de maatschappelijke wensen op het gebied van duurzaamheid, klimaataanpassing, biodiversiteit en natuurinclusief ondernemen meegenomen zijn. De pachtprijs moet dan gecorrigeerd worden voor de genomen maatregelen op perceelsniveau. Melkveehouder Gert-Jan Trompert uit Deventer (Ov.) vraagt zich wel af hoe duurzaamheid in deze pachtvorm vormgegeven wordt. “Wie gaat de prijs daarvoor betalen? Welke invloed hebben maatregelen op de pachtprijs? Dat zijn nog onbeantwoorde vragen.”

Loopbaanpacht

Een goed alternatief voor jonge boeren is loopbaanpacht, vindt LTO. Dat zou jonge boeren extra ruimte bieden voor ontwikkeling. Deze vorm van pacht is gebaseerd op langjarige pachtvormen uit het Spelderholt-deelakkoord. De duur van de pacht moet minstens 25 jaar zijn, en mag niet eindigen voor de AOW-gerechtigde leeftijd. De vraag is hoe deze vorm zich verhoudt naast erfpacht. Erfpacht wordt echter niet specifiek genoemd in de visie van LTO. In tegenstelling tot de andere pachtvormen is erfpacht een zakelijk recht. Dat betekent dat het recht niet verbonden is aan een persoon, maar aan een onroerende zaak, zoals grond. Portefeuillehouder Jansen geeft tijdens de vragenronde in het webinar aan dat erfpacht prima naast de andere pachtvormen kan bestaan. “Die keuze moet ieder zelf maken.”

Naast het voorgestelde pachtstelsel wil LTO grondgebruiksovereenkomsten introduceren om aan te sluiten bij de gedachte van kringlooplandbouw. Dat moet gronduitwisseling tussen actieve ondernemers mogelijk maken in gevallen waar beiden daar voordeel van hebben.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.