Matte traditionele aftrap verkiezingen door corona

De coronacrisis maakt Prinsjesdag en de jaarlijkse Algemene Politieke Beschouwingen sober. Het wil maar niet knallen.

De laatste Algemene Politieke Beschouwingen van een kabinetsperiode vormen doorgaans de onofficiële aftrap van de verkiezingscampagne. Fractievoorzitters reageren niet alleen op de plannen van het kabinet, maar gebruiken het debat om hun nieuwe plannen te presenteren en vooral om felle kritiek te uiten op de andere partijen. Verschillen tussen de partijen moeten immers zichtbaar worden voor de kiezer.

Politici kijken meer naar het totale plaatje

De coronacrisis maakt alles een beetje anders. Prinsjesdag zonder pracht en praal maakt het – ondanks de opbeurende woorden en de forse investeringen in plaats van bezuinigingen – een stuk soberder dan normaal. Dat klinkt ook door bij Algemene Politieke Beschouwingen. De coronacrisis lijkt ertoe te leiden dat politici meer kijken naar het totale plaatje waar Nederland staat en waar het met het land naar toe moet, in plaats van mee te hollen met de waan van de dag.

Stikstofcrisis van ondergeschikt belang

De stikstofcrisis, door premier Rutte destijds bestempeld als de grootste crisis die hij ooit meemaakte, blijkt opeens van ondergeschikt belang. Uit een enquête in opdracht van de NOS staat stikstofbeleid op de tweede plaats in de lijst met onderwerpen waar het kabinet minder aandacht aan zou moeten geven.

Kamerleden hielden zich ook opvallend stil over stikstof. Misschien niet zozeer omdat ze er niets van vinden, maar wellicht ook omdat ze ook niet zo goed weten hoe ze uit de impasse moeten komen.

In de bijdragen van regeringspartijen CDA en VVD werd in ieder geval duidelijk dat ze behoorlijk met dit ingewikkelde dossier in hun maag zitten. Met het aandragen van nieuwe rollen voor de overheid, laten ze doorschemeren er geen vertrouwen meer in te hebben dat er op de huidige manier een oplossing wordt gevonden.

Minder sturende rol overheid

Het CDA wil af van het Haagse ‘tekentafelbeleid’ en oppert om het beleid weer van onderop te maken; mét, maar vooral ook dóór betrokkenen. Zij moeten volgens Pieter Heerma zeggenschap, maar dan ook verantwoordelijkheid krijgen bij het beleid. Hij oppert een beetje een productschap 2.0. VVD‘er Klaas Dijkhoff komt met een iets minder concreet voorstel, maar ook hij wil dat de overheid minder sturend wordt met regels, en iedereen meer de ruimte geeft om de doelen te bereiken.

Partij kiezen voor of tegen de boeren

De reuring met alle boerenacties zorgt ervoor dat politieke partijen bij de beschouwingen partij kiezen voor of tegen de boeren. PVV, Forum voor Democratie en lid Van Haga vinden dat boeren met het huidige beleid worden weggepest. Linkse partijen schromen niet hun bekende opvatting op de veehouderij te uiten: GroenLinks, PvdD en met name D66 hameren opnieuw op krimp van de veestapel. “Als we geen einde maken aan de bio-industrie, blijven we als land kwetsbaar”, vindt Rob Jetten (D66).

Tikkende tijdbom

Esther Ouwehand (PvdD) noemt Nederland een tikkende tijdbom, met zoveel dieren en dierenhandel. “De bio-industrie is onhoudbaar. Heb nu het lef om tegen boeren te zeggen: de veestapel moet inkrimpen. Het liefst vrijwillig, maar als dat niet lukt moet het verplicht”, vindt Jesse Klaver (GroenLinks). Terwijl D66 op landbouwterrein graag zo ver mogelijk afstand lijkt te nemen van de landbouwvisie van coalitiepartijen CDA en VVD, lijkt GroenLinks in de aanloop naar de verkiezingen juist wat ruimte te bieden om tot compromissen te komen. Zij het wat mat, de verkiezingscampagne is begonnen.

Lees ook: Koning benadrukt belang landbouw in Troonrede

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.