Meer kans voor veldboon dan soja in Nederland

16-09-2021 | |
Nederlandse veldbonen. Veldbonen lijken een kansrijker gewas dan sojabonen in Nederland. Foto: Mark Pasveer
Nederlandse veldbonen. Veldbonen lijken een kansrijker gewas dan sojabonen in Nederland. Foto: Mark Pasveer

De EU wil minder afhankelijk worden van de import van eiwitrijke gewassen als soja, en meer zelfvoorzienend worden. Daarom wordt onder andere ingezet op lokale teelt van eiwitgewassen, zoals soja. Die teelt blijkt tot nu toe niet succesvol in Nederland. Hebben andere eiwitgewassen meer kans, zoals de veldboon die steeds meer aandacht krijgt?

De sojateelt in Nederland is de afgelopen jaren geen succes geweest. In 2018 werd er 540 hectare soja geteeld en nu is het areaal nog zo’n 140 hectare. Daarmee is de ambitie van de Green Deal Soja uit 2016 – die een ambitieus areaal van 10.000 hectare voorzag – ver uit beeld geraakt. De eerste jaren van het project leken gunstig te zijn, met gemiddeld 3 ton per hectare, maar al snel bleek dat er ook keerzijdes zitten aan het telen van soja.

Late oogsttijd van soja

“De eerste drie jaren gingen goed met zo’n 3 ton en het derde jaar zelfs 4 ton”, vertelt akkerbouwer Albert-Jan Knijp uit Anderen, die meedeed aan het project. “Ik was erg enthousiast en besloot van 4 hectare naar 7 hectare te gaan, maar het volgende jaar had ik een mislukte oogst, geen opbrengst en was alles dat ik voorgaande jaren had opgebouwd weg. De jaren daarna waren erg wisselend en uiteindelijk kon het gewoon niet uit.” Knijp was niet de enige teler in het project van onder andere Agrifirm die dit ervaarde en al snel stopten meer akkerbouwers met de sojateelt. Vooral de late oogsttijd en het Nederlandse klimaat gooiden roet in het eten.

Agrifirm schrijft soja nog niet af

Jos Tholen is transitiemanager bij Agrifirm. Hij geeft aan dat, ook al is soja op dit moment geen succes, Agrifirm niet zal stoppen met het experimenteren met soja in Nederland. “Alleen soja zal niet voldoende zijn voor de eiwitbehoefte, maar ik denk wel dat de combinatie van verschillende eiwitrijke gewassen gaat werken. Op dit moment zie je dat we het gewas nog niet goed begrijpen en dat de afzet te wensen overlaat, hierdoor is het minder interessant voor de telers. We kijken nog steeds hoe we verbeterslagen kunnen maken en ook wat het juiste afzetkanaal is voor soja.”

Tholen geeft aan dat het een tijd duurt voordat je een nieuw gewas begrijpt. “Je denkt vaak aan grote volumes, maar wanneer je het hebt over een hele nieuwe ontwikkeling moet je niet praten over tonnen en hectares. Voordat je de teelt goed begrijpt, op welke bodem die het goed doet en welke rassen je moet hebben, dan ben je jaren verder!”.

Alleen soja zal niet voldoende zijn voor de eiwitbehoefte, maar ik denk wel dat de combinatie van verschillende eiwitrijke gewassen gaat werken

Agrifirm probeert zich meer te focussen op de keten in plaats van alleen de teler. “Het is belangrijk om die ketens goed in kaart te hebben en te snappen wat de behoeftes zijn. Voor wie wordt het geproduceerd? Wie is de klant van onze klant en wat zijn de wensen? Als je het over eiwitgewassen hebt dan moet je een totaal concept leveren. Je levert een product en het advies, maar ook de kennis om zo’n keten op te zetten en die teler een product te laten maken voor de wensen aan de andere kant.”

Oogst van sojabonen in Nederland. Succes van sojateelt in Nederland blijft nog uit. Foto: Hans Prinsen
Oogst van sojabonen in Nederland. Succes van sojateelt in Nederland blijft nog uit. Foto: Hans Prinsen

Ton Wouda, manager akkerbouwgewassen bij veredelingsbedrijf Limagrain, ziet soja niet als een gewas met veel potentie in Nederland. “Je moet heel goed opletten wanneer je gewassen gaat introduceren, wat kunnen we ermee en is het toepasbaar? Soja is goed te veredelen, maar niet voor het Nederlandse klimaat. Daarom besloten wij al vrij snel om ermee te stoppen.” Soja wordt geoogst in september/oktober en het mag dan niet te nat zijn. Daarbij heeft het gewas veel warmte nodig en is een koude natte zomer zoals dit jaar funest voor de sojateelt.

Veel potentie in veldbonen

Wouda is vanuit Limagrain nauw betrokken bij de eiwitketen voor humane consumptie en neemt deel aan veel keten- en kennisprojecten. “We zien wel veel potentie in veldbonen en we kunnen grote stappen maken in de veredeling hiervan. Zo hebben we al het eiwitgehalte verhoogd van 24 naar 32%, de kilogramopbrengst verhoogd en gewerkt aan resistenties tegen ziektes.” Andere eiwitgewassen hebben meer risico’s volgens de manager akkerbouwgewassen. “Erwten zijn gevoelig voor nattigheid, wanneer je vlak voor de oogst regen hebt verlies je veel opbrengst en lupine is een gewas dat de concurrentie niet aankan: qua opbrengst is het niet genoeg en er zit te weinig eiwit in.”

Op het gebied van eiwitrijke gewassen is het echt nog pionierswerk en je wilt het zo goed mogelijk uitvogelen

Limagrain ziet ook het belang van een koppeling met de hele keten. “Wij hebben feedback nodig van de keten om het benodigde eindproduct te halen. Op het gebied van eiwitrijke gewassen is het echt nog pionierswerk en je wilt het zo goed mogelijk uitvogelen.” Producenten van vlees- en zuivelvervangers maken vaak gebruik van soja en daar is hun receptuur op ontwikkeld. Wanneer dit vervangen wordt door bijvoorbeeld veldbonen moet er goed gekeken worden naar de structuur en kleur, de consument wil namelijk de zelfde beleving houden. “Velbonen geven geen mooi wit meel, dit is soms een uitdaging in de productie van vleesvervangers. Het is dan belangrijk om te kijken of wij hier als veredelingsbedrijf iets aan kunnen doen, of dat dit verderop in de keten verholpen kan worden.”

Verdienmodel

Bij het introduceren van een nieuw gewas wordt er ook gekeken naar het verdienmodel. Zoals akkerbouwer Albert-Jan Knijp al aangaf kon soja voor hem niet uit. “Tijdens het soja-project van Agrifirm was het doel om je eigen eiwit te verbouwen, maar de humane industrie bood veel meer geld. Ik kon 3 ton soja aan hen verkopen en dan 4 ton terugkopen voor veevoer. Dat klinkt aantrekkelijk maar uiteindelijk was het niet genoeg om ermee door te gaan, er was te veel oogstrisico.” De akkerbouwer had speciaal voor de sojateelt een zaaimachine gekocht en hiermee ging hij bij verschillende sojatelers langs om voor hen te zaaien. “Ik ben op veel plekken geweest om soja te zaaien, maar er zijn maar weinig mensen waar ik een tweede of derde keer kom. Soms gaan ze over op de veldboon, maar die teelt heeft ook zijn risico’s en is niet erg makkelijk. Dan is graan een makkelijker gewas.”

De veldbonenteelt is weinig arbeidsintensief, het is een gewas dat stikstof bindt en gunstige effecten heeft op de bodemkwaliteit

Henny van Gurp, projectleider plantaardige teelt bij ZLTO, ziet voor boeren mogelijkheden in het verdienmodel van veldbonen. “Een hoger saldo is mogelijk door veldbonen te telen voor humane consumptie, dus voor vleesvervangers. Daarbij zijn we als ZLTO ook nadrukkelijk aan het kijken naar de vierkantsverwaarding door ten eerste een hoogwaardiger eiwitconcentraat in samenwerking met Herba ingredients te realiseren. Ten tweede de reststromen maximaal te benutten voor bijvoorbeeld feed toepassing in de regio zoals zetmeelconcentraat. Ten derde willen we partijen koppelen die bezig zijn met biobased-verwaarding en het terugdringen van bijstromen door verspilling tegen te gaan.”

De consument moet er financieel wat meer geld voor over hebben om lokaal geteeld eiwitproduct in zijn of haar buurt te hebben, legt van Gurp uit. “Het saldo moet toereikend zijn. De veldbonenteelt is weinig arbeidsintensief, het is een gewas dat stikstof bindt en gunstige effecten heeft op de bodemkwaliteit. Daarbij zoekt een akkerbouwer toch continu naar meer variatie in het bouwplan.”

Subsidies

Veldbonen waren al eerder gangbaar in de Nederlandse landbouw. Tot de Tweede Wereldoorlog lag het areaal tussen de 10.000 en 20.000 hectare. De teelt verdween daarna en nam in de jaren 80 nog toe tot 13.000 hectare. Die groei is te verklaren door de destijdse subsidies voor Nederlandse akkerbouwers om de eiwitrijke gewassen te telen. Uiteindelijk stopte de teelt van veldbonen weer door de opkomst van goedkope soja uit Zuid-Amerika en het wegvallen van de subsidies. Zijn subsidies vandaag de dag een oplossing om de teelt van eiwitrijke gewassen een zetje te geven? Jos Tholen van Agrifirm denkt van niet. “Een subsidie moet geen onderdeel worden van het verdienmodel, want als die subsidie ineens wegvalt is ook je verdienmodel weg.”

Je moet vanuit het marktmechanisme het areaal laten groeien

Henny van Gurp van ZLTO gelooft dat het areaal moet groeien door marktwerking. “Het probleem is wanneer je iets wilt stimuleren en je daarvoor subsidies gaat uittrekken, je een kunstmatige prijs realiseert die niet uit vraag en aanbod is ontstaan. Vraag en aanbod maken de prijs en die vrije markt is nodig. Je moet vanuit het marktmechanisme het areaal laten groeien. In Nederland zijn we technisch goed, hebben we veel kennis, kunnen we hoge hectare opbrengsten realiseren en dat is de reden waarom wij betere resultaten kunnen halen. Wij moeten het niet van de bulk hebben, maar van de toegevoegde waarde”.

Veldboon kan succesvol worden in Nederland

Op dit moment lijkt soja geen grote toekomst te hebben in Nederland. Hoewel het nog wel wordt meegenomen in onderzoeken en er gekeken wordt naar andere rassen, blijkt het vertrouwen in dit gewas op Nederlandse bodem te zijn gedaald. Al met al lijkt de veldboon kansrijker te zijn dan soja, voornamelijk door de gunstigere oogsttijd. Kijkend naar het verleden is de veldboon al ruim aanwezig geweest op de Nederlandse grond, met het juiste verdienmodel en een goed lopende keten kan dit gewas nog wel eens succesvol worden in Nederland.

Bekijk de video over het project Fascinating, waarin onder andere door middel van proefvelden verschillende eiwitrijke gewassen worden onderzocht

Lees ook: Veldboon succesvol in te zetten als vleesvervanger

Hofman
Iris Hofman Audiovisueel redacteur


Beheer