Melkveefosfaatrechten roept veel fiscale vragen op

Nederland zit juridisch verschrikkelijk ingewikkeld in elkaar. Dat geldt voor iedere burger, maar helemaal voor de boer.

Elke nieuwe (milieu)maatregel levert tal van nieuwe vragen op. Een ‘mooi’ voorbeeld hiervan zijn de per 1 januari 2018 ingevoerde melkveefosfaatrechten. Naast allerlei kwesties rond de toekenning, rechtvaardigheid en de gerechtigdheid van verpachters, et cetera speelt ook hier de fiscus een rol. Een niet onbelangrijke rol gezien de grote waarde die de rechten vertegenwoordigen.

Werkgroep fiscale aspecten fosfaatregelingen

De ingewikkeldheid van ons belastingsysteem wordt duidelijk aan de hand van de in 2018 ingevoerde melkveefosfaatrechten. LTO Nederland en de agrarische accountantskantoren hebben in 2019 maar liefst 41 vragen geformuleerd over belastingen en deze nieuw ingevoerde rechten. Gelukkig is hierover wel duidelijkheid gekomen. De Belastingdienst heeft met de sector afspraken gemaakt in de werkgroep fiscale aspecten fosfaatregelingen melkveehouderij. In de werkgroep zijn onder meer LTO Nederland en de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus vertegenwoordigd.

Idioot veel vragen

Door middel van antwoorden op praktische vragen wordt er duidelijkheid gegeven voor melkveehouders en hun adviseurs. Recent zijn er zeven nieuwe vragen en antwoorden gepubliceerd. Deze nieuwe vragen gaan onder meer over de toepassing van de stakingslijfrente bij verkoop van fosfaatrechten in combinatie met het afstoten van melkveestapel, het aanvangsmoment voor de afschrijving en het al dan niet toe kunnen passen van de herinvesteringsreserve in een specifiek situatie.

Gelukkig is er op fiscaal gebied duidelijkheid verschaft rond de melkveefosfaatrechten. Maar het is toch wel treurig om te constateren dat ons belastingsysteem zo ingewikkeld is geworden dat de invoering van melkveefosfaatrechten zo idioot veel fiscale vragen oproept.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.