Mestbeleid: Schouten wil af van ‘steeds op de rand lopen’

Na twee jaar brainstormen, overleggen en afwegen heeft landbouwminister Carola Schouten de contouren voor het nieuwe mestbeleid bekendgemaakt.

Melkveebedrijven moeten volledig grondgebonden worden. Intensieve veehouderijbedrijven moeten kiezen tussen het verplicht afvoeren en verwerken van alle mest, of om ook grondgebonden te worden, bijvoorbeeld door samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met bedrijven in de omgeving.

Lees ook: Nieuw mestbeleid: 100% mestverwerking óf grondgebonden

Alle melkveebedrijven en rundveebedrijven moeten grondgebonden worden. Wat verstaat u onder grondgebonden?

“Wij hanteren de definitie dat een bedrijf voldoende plaatsingsruimte moet hebben voor de mest die geproduceerd wordt. De plaatsingsruimte is voor het ene bedrijf groter dan voor het andere bedrijf, dat is nu ook al het geval. Je kunt nu bijvoorbeeld kiezen of je gebruik wil maken van derogatie of niet. Er zijn meerdere definities van grondgebondenheid. Ik verwacht dat dit wel onderwerp van het debat zal worden.”

Bedrijven mogen via samenwerkingsverbanden grond van anderen inzetten om grondgebonden te worden. Zitten daar ook grenzen aan?

“De exacte uitwerking moet nog komen. Maar als je heel intensief bent en in heel Nederland grond gaat huren, is dat niet zo collegiaal naar de andere boeren. Het is echt de bedoeling dat je het zoveel mogelijk in de buurt gaat doen. Ook is het hebben van een huiskavel wel van belang. We gaan per regio bekijken wat het betekent en wat de mogelijkheden zijn de verschillende gebieden. Het zal voor sommige bedrijven echt betekenen dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden. Maar je krijgt er wel een helder en overzichtelijk stelsel voor terug.”

Op welke termijn moeten boeren grondgebonden zijn?

“Ik verwacht dat voor dit traject ongeveer een decennium nodig is. Ik heb geen exacte datum voor grondgebondenheid genoemd. Daar moeten we gesprekken over voeren en stappen voor gaan zetten. Het exacte tijdpad hangt er ook vanaf of de Tweede Kamer vindt dat ik hiermee door kan gaan. Maar de richting waar we op gaan moet helder zijn. Of het dan een jaar meer of minder duurt, daar zit het niet op vast.”

Moeten bedrijven dan langzaam steeds meer grondgebonden worden?

“Sommige bedrijven zijn al grondgebonden. We moeten niet doen alsof het uit het niets tevoorschijn getoverd wordt. Maar er zijn ook bedrijven die daar meer keuzes in zullen moeten gaan maken. Die zullen zelf moeten kiezen wat het beste bij hun bedrijfsvoering past en bij de mogelijkheden die ze hebben. Bijvoorbeeld of je grond koopt of pacht, of dat je contacten gaat afsluiten met anderen. Ook voor intensieve sectoren geldt: kies maar. Ga je voor grondgebondenheid of ga je voor mestverwerking.”

Intensieve veehouderijbedrijven zullen in veel gevallen kiezen voor verplichte mestverwerking. Mestverwerking kan op veel manieren. Wat verstaat u onder mestverwerking?

“Mestverwerking is op een hoogwaardige manier bewerken van mest, waarbij we er ook regie op kunnen voeren en die ook rendabel is. Nu zie je dat veel mestverwerkingsinitiatieven niet rendabel zijn, waardoor ze moeilijk van de grond komen. Je ziet ook dat ze verspreid liggen over verschillende locaties, waardoor de vergunningverlening ook ingewikkelder wordt. De pluimveehouderij heeft in Moerdijk een grote mestverwerkingsinstallatie. Dat vind ik wel een voorbeeld voor andere sectoren.”

Door professionalisering van de mestverwerking zijn er meer opties voor vergunningverlening

Veel mestverwerkingsinitiatieven stranden omdat ze geen vergunning krijgen. Wat gaat daar aan doen?

“Je ziet bij de problemen met vergunningverlening dat het vaak gaat om lokale initiatieven, waardoor het vaak ook lastiger is om door dat hele traject heen te komen. Je zult op termijn op verschillende plekken wat grootschaligere mestverwerking gaan krijgen, maar dat zal dan meer op een industrieterrein komen. Met lokale overheden ga ik kijken wat er mogelijk is, in plaats van wat er niet mogelijk is. Ik geloof dat juist door de professionalisering van de mestverwerking er meer opties zijn voor vergunningverlening.”

EU-erkenning kunstmestvervangers

In Europa onderhandelt Nederland al jaren om mineralenconcentraat uit dierlijke mest toegelaten te krijgen als kunstmestvervanger. Schouten verwacht dat er beweging komt in het dossier, mede vanwege de duurzaamheidsambities in de Green Deal. “Dat kun je wel allemaal willen, maar dan moet je ook ruimte geven om die omslag te maken. Als je die mogelijkheid krijgt, zou daar veel winst te behalen zijn en zal er veel minder kunstmest nodig zijn omdat het vervangen kan worden door producten van dierlijke mest. Daar moeten we op inzetten.”

Is het niet heel duur om alle mest te gaan verwerken?

“Het is nu duur omdat mestverwerking nu nog niet in zo’n mate van de grond komt dat je er ook nog geld aan verdient bij de afzet. Er komt straks een product uit dat als hoogwaardige meststof misschien wel meer oplevert dan de afzet van onbewerkte mest bij de akkerbouwer. Hoogwaardige meststoffen hebben meer toepassingsmogelijkheden waardoor je er meer aan kunt verdienen. Grond hebben kost ook geld. Iemand die niet grondgebonden is, spaart de kosten aan die kant uit. Uiteindelijk kunnen varkenshouders kiezen. Dan moeten ze óf zelf de grond hebben of via samenwerkingsovereenkomsten zorgen dat ze voldoende plaatsingsruimte hebben om de mest af te zetten, of alle mest afvoeren en verwerken.”

Akkerbouwers kunnen nu relatief goedkoop dierlijke mest ontvangen. Voor hen wordt het gebruik van mest dus duurder?

“Dat ligt er aan. Er zullen zeker veehouders op zoek gaan naar akkerbouwers waar ze de mest kunnen plaatsen. Het wil niet zeggen dat akkerbouwers alleen nog maar verwerkte mest zullen ontvangen. Sommigen misschien wel, omdat je met verwerkte mest makkelijker kunt sturen op de hoeveelheid nutriënten die je nodig hebt.”

Bij de invoering van de dierrechten werd gezegd dat deze rechten tijdelijk waren. In uw herziening komen ze ook weer voor. Komen we ooit van de dierrechten af?

“De dierrechten en later de fosfaatrechten zijn ingevoerd om een vorm van begrenzing te hebben. Volgens mij is er veel behoefte aan een kader waarbinnen de activiteiten plaats kunnen vinden. Dat geldt ook voor het aantal dieren en de hoeveelheid mest. Daar zijn gewoon grenzen aan. Het gaat over onze waterkwaliteit, over de bodem. Het gaat over de natuur en allerlei maatschappelijke waarden die we moeten respecteren.

Ik zit niet vast aan een middel als dierrechten. Maar ik hoop wel dat we een keer van de rand af te komen, waarbij we iedere keer de discussie hebben of we er nu overheen zitten of niet. Iedere keer als we weer in die situatie terecht komen, zie je dat we regel op regel gaan stapelen. Ik word ook echt niet vrolijk van het nemen van al die maatregelen. Ik word vrolijk als bedrijven kunnen ondernemen binnen de grenzen die er zijn, zonder dat daarop elke keer gestuurd of gehandhaafd hoeft te worden.”

Heeft deze herziening van het mestbeleid effect op de omvang van de veestapel?

“Het is geen doel. Ik denk wel dat de bewegingen die toch al gaande zijn, bepalend zijn voor hoe je dit beleid kan vorm geven. Er komen minder dieren vanwege de warme sanering varkenshouderij en door de landelijke beëindigingsregeling in het kader van de stikstofaanpak. We zitten nog niet onder het fosfaatplafond met het aantal fosfaatrechten, dus daar zal ook nog verder afgeroomd worden. Er zijn dus al bewegingen gaande om van die rand af komen.”

De richting van het nieuwe mestbeleid moet helder zijn, ook voor boeren die investeringsbeslissingen moeten nemen

Hoe lang duurt het voordat het nieuwe mestbeleid in gaat?

“Er zijn nogal wat stappen nodig. De regelgeving moet aangepast, vanuit Europa moeten producten van dierlijke mest toegelaten worden in plaats van kunstmest. Boeren zullen goed moeten gaan kijken hoe ze hun bedrijf grondgebonden kunnen maken en met welke boeren ze dan afspraken moeten gaan maken. Ik gooi deze brief niet over de schutting bij de sector en zeg dan: veel succes ermee. Dit is een traject dat je met sectoren en met lokale overheden echt verder moet gaan brengen. Daar heb je tijd voor nodig. Die nemen we ook. Maar tegelijkertijd moet de richting wel helder zijn Ook voor boeren die investeringsbeslissingen moeten nemen.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.