‘Mestbeleid zet toekomst akkerbouwketen op het spel’

14-09 | |
Gert Sikken van Cosun en Arjan de Rooij. - Foto's: Peter Roek en Peter Tahl
Gert Sikken van Cosun (l) en Arjan de Rooij. - Foto's: Peter Roek en Peter Tahl

Gert Sikken van Cosun en Arjan de Rooij van Avebe zijn fel tegen de generieke maatregelen om de nitraatuitspoeling tegen te gaan. “Ze zijn niet doelgericht en zijn een bedreiging voor de totale keten”, aldus de heren.

Het concept van het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn, de mestregelgeving voor de periode van 2022-2025, is bij de twee grootste akkerbouwmatige coöperaties ingeslagen als een bom. Het voorstel om op zand- en lössgronden inzaai van een vanggewas voor 1 oktober te verplichten, vormt volgens Cosun en Avebe een grote bedreiging voor de teelt van suikerbieten, zetmeelaardappelen en cichorei. Het voornemen van demissionair landbouwminister Carola Schouten om vanaf 2027 verplicht eens in de drie jaar een rustgewas te telen, dwingt boeren bovendien tot een ander bouwplan.

Als je deze maatregelen allemaal bij elkaar gaat optellen, dan gaat het uiteindelijk over de levensvatbaarheid van de hele sector

Economische gevolgen enorm

Gert Sikken, agrarisch directeur bij Cosun, en Arjan de Rooij, agrarisch directeur bij Avebe, vinden het onbegrijpelijk dat deze maatregelen worden voorgesteld zonder dat onderzoek is gedaan naar de economische gevolgen van de maatregelen. Die zijn volgens de heren enorm. “Als je deze maatregelen allemaal bij elkaar gaat optellen, dan gaat het uiteindelijk over de levensvatbaarheid van de hele sector. Dat zijn grote woorden, maar als het overal ongunstig gaat uitpakken, dan verdwijnt gewoon de hele sector. Dan gaat het om to be or not to be”, zegt Sikken.

Fors vervroegen oogst vraagt enorme opschaling

Voor Cosun ligt ongeveer 50% van het areaal suikerbieten, cichorei en consumptieaardappelen voor dochterbedrijf Aviko op zand- en lössgrond. “De plicht om voor 1 oktober te oogsten en een vanggewas in te zaaien, veroorzaakt een enorme deuk in de opbrengst, gigantische druk op de logistiek en het vraagt een forse investering in de verwerkingscapaciteit”, zegt Sikken. Op dit moment wordt 10% van de bieten voor 1 oktober geoogst, de rest daarna.” Het fors vervroegen van de oogstperiode vraagt een enorme opschaling van de rooicapaciteit, die nu afgestemd is op een bietencampagne die van half september tot half januari loopt. Daarnaast zullen er naast de kleinere opbrengst per hectare ook meer bewaarverliezen zijn, omdat het product langer moet worden bewaard.

Kalenderlandbouw

De Rooij vindt de verplichting om voor 1 oktober een vanggewas te zaaien een vorm van kalenderlandbouw, die erg contraproductief is als het gaat om duurzaam bodembeheer. “Ook als de weersomstandigheden slecht zijn, moeten telers dan het land op om de deadline van 1 oktober te halen. Dat is vanuit duurzaam bodembeheer niet verstandig. Om een goed bewaarbaar product te kunnen oogsten, is een goede afrijping van belang. Daarvoor moeten telers drie weken voor de oogst het loof van de aardappelen doden. Dat kan mechanisch, waar diesel voor nodig is, of chemisch. Beide is ten opzichte van natuurlijke afrijping contraproductief voor het verduurzamen van de teelt.

Hoewel dit voor de teler extra kosten met zich meebrengt, ligt het grootste verlies bij de gemiste productie. “We zien dat september en begin oktober nog aanzienlijke groei kunnen geven, tot wel 700 kilo per hectare per dag”, aldus De Rooij.

Dezelfde input maar minder opbrengst

Voor zowel suikerbieten als aardappelen en cichorei geldt dat gemiddeld na 1 oktober nog zo’n 20 tot 25% opbrengstgroei te behalen is. Met name bij de natuurlijke afrijping van zetmeelaardappelen neemt het zetmeelgehalte nog wel 25% toe. De gewassen nemen in de laatste fase van de groei ook nog mineralen op, al wordt het overgrote deel van de mineralen in het voorjaar opgenomen, als de gewassen vooral in blad groeien. “Vroeg oogsten betekent dus dat je met dezelfde input minder opbrengst gaat halen. Dan heb je voor dezelfde hoeveelheid grondstoffen veel meer hectares nodig. Dat is het paard achter de wagen spannen”, aldus Sikken.

“Boeren moeten een verdienmodel hebben bij een gewas. Als ze dat niet meer hebben, omdat de kosten stijgen en de opbrengsten afnemen, gaan ze niet meer telen. Dat raakt ons in het hart. Cosun heeft de afgelopen jaren al fors geïnvesteerd in verduurzaming van de productieketen. Daarnaast bieden onze gewassen duurzame en groene oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Natuurlijk vinden we de bodem- en waterkwaliteit belangrijk en willen we ook de doelen van de nitraatrichtlijn halen. We zien echter ook dat het in ongeveer 80% van het areaal al bijna op orde is. Waarom dan deze grote generieke maatregelen, terwijl de problemen juist gebieds- of gewasgerelateerd zijn?”

Duurzaamheidsinvesteringen

Voor Avebe is voldoende aanvoer van grondstoffen een belangrijke factor voor het rendement van de fabriek en dus voor de telers. “We hebben daardoor de afgelopen jaren fors kunnen investeren in verduurzaming, bijvoorbeeld door energiegebruik te reduceren en proceswater te hergebruiken. Deze duurzaamheidsinvesteringen kunnen uit vanwege het volume van de grondstoffen en de lengte van de campagne. Het lijkt alsof we met deze maatregel het kind met het badwater weggooien”, aldus De Rooij.

Aanvoer van product uit het buitenland zou een optie kunnen zijn. “Maar Cosun is een coöperatie van de huidige Nederlandse telers en die willen we de ruimte geven om geld te verdienen aan de gewassen. Bovendien zijn grondstoffen van dichtbij logistiek altijd aantrekkelijker dan vanuit het buitenland”, aldus Sikken.

Avebe verwerkt in Ter Apelkanaal al Duitse aardappelen. “Daar is wellicht enige groei mogelijk, maar als de Nederlandse productie met 20 tot 25% zal afnemen, is het schier onmogelijk om dat vanuit Duitsland te compenseren. Daarbij speelt het transport een belangrijke rol. Vanuit duurzaamheid wil je je grondstoffen op een efficiënte afstand van de fabriek halen.”

Lees ook: Actieprogramma nitraat treft coöperaties ‘in het hart’

Rustgewas

Van de aangekondigde plicht om vanaf 2023 eens in de vier jaar een rustgewas te telen op een perceel, verwachten De Rooij en Sikken nog geen grote gevolgen, omdat dit in veel gevallen al gangbare praktijk is. De plicht om dit vanaf 2027 eens in de drie jaar te doen, zal zeker effect hebben. “Dit zet bouwplannen en ketens onder druk. Welk effect dat heeft op de zetmeelaardappelteelt is nu nog moeilijk in te schatten. Dat zal afhangen van de saldo’s die behaald worden.” Nu wordt een deel van de zetmeelaardappelen in een rotatie van één op twee geteeld. Die telers zullen moeten omschakelen naar één op drie. Dat veroorzaakt voor Avebe een afname van areaal van enkele procenten.

Bij goede evenwichtsbemesting is geen sprake van uitspoeling

Economische gevolgen

De Rooij noemt het bijzonder dat zulke zware maatregelen worden aangekondigd, terwijl de economische gevolgen voor de hele agrarische sector nog niet in beeld zijn gebracht. Wageningen doet hier onderzoek naar, maar de resultaten zijn pas in oktober bekend. Voor Avebe zal 20 tot 25% minder aardappelen jaarlijks tientallen miljoenen kosten, verwacht De Rooij. “Het slaat een enorme deuk in de verdiencapaciteit. Hier wordt een transitie geforceerd, waar de sector tijd voor nodig heeft. Het kost tien tot vijftien jaar veredeling om rassen te ontwikkelen die vroeger afrijpen en dezelfde opbrengsten behalen”, aldus De Rooij. Bij suikerbieten is het volgens Sikken geen oplossing. “Om met bieten rendement te halen, moet het gewas gewoon lang op het land staan.”

Voor de sector zal een kwart minder suikerbieten en cichorei tientallen miljoenen per jaar kunnen kosten, schat Sikken. “Naast het rendementsverlies voor de telers, vraagt het opschalen van rooicapaciteit bij loonwerkers een enorme investering.”

‘Kijk naar de bodem’

Sikken en De Rooij ervaren dat er bij telers ook weinig draagvlak is voor de generieke en starre maatregelen, zeker omdat op veel plaatsen de normen voor de waterkwaliteit gehaald worden. Ze zien meer in doelgerichte maatregelen die wel effectief zijn op de plaatsen waar de doelen niet gehaald worden. De landbouwspecialisten pleiten voor perceelspecifieke, gewasspecifieke en nitraatuitspoelingsgevoelige maatregelen.

“Kijk naar de bodem. Voeg toe wat nodig is en voeg niet toe wat niet nodig is”, aldus Sikken. “Bij goede evenwichtsbemesting is geen sprake van uitspoeling”, vult De Rooij aan. Door de verplichte rustgewassen zullen akkerbouwers beter renderende gewassen moeten vervangen door minder renderende gewassen. “Het zet de verdiencapaciteit van de akkerbouwketen onder druk en daarmee ook het rendement van de verwerking en de inkomens van niet alleen de akkerbouwers, maar de hele keten”, aldus De Rooij.

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur



Beheer