Mestproductie 2019 definitief onder plafonds

De mestproductie in 2019 ligt definitief onder de plafonds. De mestproductie van de Nederlandse veestapel bevatte bijna 3% minder stikstof en 4% minder fosfaat.

Voor alle sectoren ligt de mestproductie zowel voor stikstof als fosfaat duidelijk onder de plafonds die zijn afgesproken met Brussel en zijn gebaseerd op het niveau in 2002. Dat blijkt uit de definitieve cijfers van het Centraal Bureau voor de statistiek.

De totale hoeveelheden bedroegen 489,7 miljoen kilo stikstof en 155,5 miljoen kilo fosfaat. Dat is duidelijk onder de plafonds van 504,4 miljoen kilo stikstof en 172,9 miljoen kilo fosfaat. De definitieve cijfers zijn vrijwel gelijk aan de voorlopige cijfers die in januari zijn gepubliceerd.

Melkvee 11% onder fosfaatplafond

Melkvee produceerde 75,5 miljoen kilo fosfaat, dat is ruim 4% minder dan in 2018 en ligt 11% onder het melkveefosfaatplafond van 84,9 miljoen kilo. De stikstofproductie is met bijna 280 miljoen kilo duidelijk lager dan in 2018 en nipt onder het plafond. De daling komt door een kleinere melkveestapel en door minder fosfor en stikstof in het voer.

Varkens en kippen

De mestproductie van varkens en kippen ligt onder het niveau van 2018 en opnieuw duidelijk onder de sectorplafonds in deze sectoren. In de varkenssector is de daling een gevolg van minder dieren en lagere gehaltes in het voer.

Plafonds in wet

De plafonds voor de totale veestapel en voor melkvee, varkens en kippen afzonderlijk zijn sinds 1 januari 2020 opgenomen in de meststoffenwet. Dat is een uitvloeisel van het nu geldende zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, de basis voor het Nederlandse mestbeleid dat is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het totaalplafond is sinds 2006 onderdeel van de Nederlandse derogatie die onlangs werd verlengd voor de jaren 2020 en 2021.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.