Mestverwerker Grubbenvorst – voorlopig – van de baan

27-07 | |
Foto: Canva
Foto: Canva

RMS Venlo had nooit een omgevingsvergunning mogen krijgen van GS Limburg. Eerst had er een milieueffectrapportage moeten worden uitgevoerd, oordeelt de Raad van State.

De omgevingsvergunning die Gedeputeerde Staten (GS) van Limburg heeft verleend aan RMS Venlo B.V. voor een zogenoemde bioraffinage-installatie in Grubbenvorst is van de baan. De Raad van State is het eens met bezwaarmaker (milieu) Vereniging Behoud de Parel en een groep omwonenden dat GS van Limburg geen omgevingsvergunning had mogen afgeven omdat er voor die tijd eerst een milieueffectrapportage (MER) had moeten worden uitgevoerd. Met de installatie wil RMS duurzame groene energie produceren uit rest- en afvalstromen en tegelijkertijd een oplossing bieden voor het mestoverschot van veehouderijen in het zuiden van Nederland.

Gevolgen voor volksgezondheid

De bezwaarmakers kwamen eerder tegen de omgevingsvergunning in beroep bij de rechtbank Limburg. Zij maken zich zorgen over de gevolgen van de installatie voor het milieu en de volksgezondheid. Ook zijn ze bang voor stank-, geluid- en verkeerhinder. De rechtbank Limburg liet de omgevingsvergunning in stand en bepaalde in juli 2020 dat het voldoende was een aantal vergunningsvoorschriften toe te voegen of te wijzigen.

De Raad van State is echter van mening – in tegenstelling tot de rechtbank – dat het hier gaat om een ‘geïntegreerde chemische installatie’ zoals omschreven in het Besluit milieueffectrapportage. En in dat geval is een MER noodzakelijk. In het besluit staat: “De oprichting van een geïntegreerde chemische installatie, dat wil zeggen een installatie voor de fabricage op industriële schaal van stoffen door chemische omzetting, waarin verscheidene eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, bestemd voor de fabricage van: … c. fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen) …”

Volgens de RvS voldoet de mestverwerker aan alle eisen om gezien te worden als een ‘geïntegreerde chemische installatie’:

  • Het gaat hier om een inrichting waar stoffen door chemische omzetting worden gefabriceerd.
  • De installatie is bestemd voor de fabricage van fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen.
  • Door de in de omgevingsvergunning genoemde jaarlijkse output van onder meer 13.000 ton vast ammoniumsulfaat en 44.000 ton organische mestkorrels is er sprake van fabricage op industriële schaal.
  • De installatie bestaat uit verschillende eenheden die naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar zijn verbonden.

Besluit vernietigd

De conclusie van de RvS is dat voorafgaand aan de aanvraag van een omgevingsvergunning een milieueffectrapport had moeten worden gemaakt. Nu er geen milieueffectrapport is gemaakt, had het college de aanvraag buiten behandeling moeten laten, aldus de RvS. Het besluit van GS wordt vernietigd, de omgevingsvergunning is van de baan.

Beukema
Eric Beukema Redacteur
Meer over


Beheer