Minder AVP gemeld onder wilde zwijnen in West-Polen

Westelijk Polen meldde in mei veel minder gevallen van Afrikaanse varkenspest onder wilde zwijnen dan in de voorgaande maanden. Wat zit er achter de cijfers?

Uit gegevens van de Poolse Centrale Veterinaire Inspectie (CVI) en de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (OIE) is af te leiden dat er tot 10 juni 1.720 besmette zwijnen zijn gevonden in westelijk Polen. Bijna driekwart daarvan (1.281) werd gevonden in Lubusz, een provincie die grenst aan de Duitse deelstaten Brandenburg en Saksen. Groot-Polen, de provincie met de meeste varkensbedrijven in Polen, telde 405 positieve kadavers en Neder-Silezië, dat eveneens grenst aan Saksen, heeft er maar een handjevol: 34.

Afrikaanse varkenspest op twee varkensbedrijven

Eén uitbraak is gevonden op iets meer dan 10 kilometer van de grens met Duitsland, wat ook meteen het risico onderstreept van Afrikaanse varkenspest (AVP) in West-Polen. Het virus is aangetroffen op twee varkensboerderijen. Eén daarvan lag in het hart van het besmette gebied, het tweede zo’n 40 kilometer daarbuiten.

Sinds november 2019 zit AVP in West-Polen en volgen Boerderij en Pig Progress deze uitbraken nauwgezet. De uitbraken vonden plaats in een gebied van 100 kilometer breed en 69 kilometer van noord naar zuid en beslaan drie provincies: Lubusz, Groot-Polen en Neder-Silezië.

Soms meer kadavers van wilde zwijnen per plaats

Volgens de tellingen werden er in mei 2020 op 79 plekken in westelijk Polen dode wilde zwijnen gevonden. Soms betreft het een vindplaats met slechts één karkas, maar soms zijn dat er meer. In mei ging het om 101 kadavers.

Deze cijfers steken mager af ten opzichte van de vier voorgaande maanden. Zowel in maart als april werden er op 189 plekken met AVP besmette zwijnen gevonden, wat zich vertaalde in respectievelijk 317 en 295 dode dieren. Februari was de zwaarste maand qua aantallen, toen werden er 444 dode zwijnen gevonden op 178 locaties – met geregeld veel dode dieren bij elkaar.

Nog geen Poolse reacties

De lage aantallen in mei roept de vraag op of hier sprake is van een uitdovende haard of dat het een maandje is met wat lagere rapportering? Ondanks vragen hierover heeft het Poolse CVI nog geen toelichting gegeven.

Het eerste lijkt op basis van de statistieken vrij onwaarschijnlijk. In oostelijk Polen weet het virus al sinds 2014 zich te handhaven in de wildezwijnenpopulatie en daar worden ook telkens nieuwe gevallen gemeld. In de zomermaanden is dat frequenter. Dat kan deels te maken hebben met het feit dat er in de zomermaanden jonge aanwas is, waardoor er relatief meer dieren besmet kunnen raken.

Meldingen AVP laten op zich wachten

Wat verklaart dan het lagere aantal meldingen? Het kan zijn dat het plaatje voor mei nog niet helemaal compleet is, want er komen nog steeds druppelsgewijs meldingen binnen over vondsten uit mei. Maar het lijkt er niet op dat deze het grotere plaatje nog drastisch zullen wijzigen.

Een verklaring zou kunnen zijn dat het actief zoeken naar karkassen tijdelijk is bemoeilijkt vanwege het coronavirus. Net als in Nederland heeft ook Polen een soort lockdown gehad. Nationale parken werden daarom ook tijdelijk gesloten, ook voor jagers, die doorgaans een belangrijke rol spelen bij de zogenoemde passieve surveillance, dat wil zeggen: het zoeken naar kadavers. Dat zou averechts werken: als besmette kadavers lang blijven liggen kunnen ze juist weer een oorzaak zijn van verdere verspreiding.

Niet verslappen bij opsporen AVP

Niet voor niets waarschuwde professor Thomas Mettenleiter van het Duitse Friedrich-Löffler-Institut eind april al dat corona de opsporing van AVP niet in de weg mocht staan. “AVP is een dierziekte waarvan men verplicht is om het te melden, eentje die snel en met alle mogelijke middelen moet worden bestreden, zou het zich voordoen in Duitsland, ongeacht de huidige pandemie met SARS-CoV-2.”

Vooralsnog kan de vlag nog niet uit, eerst afwachten wat de cijfers over juni te zien geven.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.