Minister wil dat voerketen meedenkt met boer

Landbouwminister Carola Schouten: "Als we verder willen met vergunningverlening, legaliseren meldingen en woningbouw, moet de stikstofdruk omlaag." - Foto: ANP
Landbouwminister Carola Schouten: "Als we verder willen met vergunningverlening, legaliseren meldingen en woningbouw, moet de stikstofdruk omlaag." - Foto: ANP

Landbouwminister Carola Schouten roept voerbedrijven op hun verantwoordelijkheid te nemen in het stikstofdossier. Om inkrimping van de veestapel te voorkomen.

Het woord ‘inkrimping’ neemt landbouwminister Carola Schouten niet letterlijk in de mond. Maar ze refereert wel een paar keer aan de brede roep daartoe in delen van de samenleving. Zij wil ‘volumemaatregelen’ voorkomen en de veevoersector kan daarbij helpen, vindt ze. Aanleiding voor het gesprek zijn de voermaatregelen, waarover in de melkveehouderij op zijn zachtst gezegd enige onvrede bestaat. Maar in het licht van de ontwikkelingen rond het coronavirus vindt ze het ook belangrijk wat verder vooruit te kijken.

Maar eerst toch even over de voermaatregelen. U heeft die aangekondigd in november. En nu heeft de regeling alleen betrekking op krachtvoer. Dat leidt tot veel irritatie in de sector. Had u die irritatie niet kunnen voorkomen?

“Hier ligt natuurlijk een groter vraagstuk. Als we verder willen met vergunningverlening en de legalisering van de PAS-meldingen, dan moeten we zorgen dat de stikstofdruk vermindert. Vorig jaar was de druk hoog. We zagen dat de bouw vrijwel stilviel. Die urgentie is niet verdwenen. Er was behoefte aan maatregelen op korte termijn. Dat werd de verlaging van de maximumsnelheid en ook iets met het voerspoor.”

Waarom een krachtvoermaatregel en niet gekeken naar het gehele rantsoen?

“In eerste instantie is gekeken naar het gehele rantsoen, maar dit bleek op de korte termijn niet te borgen. Bij de krachtvoermaatregel kan dat wel. Ik neem deze maatregel voor 4 maanden; ik haal daarmee niet het onderste uit de kan. Ik heb echt gekeken wat realistisch en haalbaar is voor de boer. In die zoektocht naar maatregelen moesten we iets doen, waarvan we kunnen aantonen dat het daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dáár zit het cruciale punt. Als mensen zeggen dat het ook anders kan, zeg ik dat ik moet kunnen aantonen dat het standhoudt bij de rechter. Anders zijn we terug bij af.”

We moeten door deze 4 maanden heen

De minister stelt zichzelf de vraag: “Verdient deze maatregel de schoonheidsprijs?” Haar antwoord: “Nee, ik zal er niet omheen draaien. De maatregel is noodzakelijk, maar het is niet de mooiste die ik ooit heb genomen. Maar ik heb hiermee andere, veel zwaardere alternatieven kunnen voorkomen. De volumebeperking komt elke keer terug in de discussie. Ik heb gekozen voor de minder rabiate maatregel, ook al wordt die wel op veel bedrijven gevoeld. We moeten door deze 4 maanden heen.”

Nevedi heeft berekend dat dit boeren wel tot € 10.000 kan kosten.

“Ik zie wat verschillende bedragen voorbijkomen. Ik constateer dat eerst werd gesteld dat de maatregel te doen was, toen zou het € 30.000 kosten en vervolgens zou dat volgens Nevedi € 10.000 worden. De regeling kent ook uitzonderingsgevallen, de vraag is of Nevedi die juist geïnterpreteerd heeft. Iedereen mag hier wat van vinden. In het stikstofvraagstuk is het niet de individuele boer die iets moet oplossen. Dit is een vraagstuk van ons allemaal. Voor de hele keten. Laat ik hier maar een oproep aan die ketenpartijen doen om niet alleen maar te zeggen wat ze ervan vinden, maar ook actief mee te denken over hoe het dan wel kan, wat zij kunnen doen om boeren te ontzorgen. Anders komen we toch bij alternatieven terecht die bij allerlei partijen minder wenselijk worden geacht – zoals minder boeren, minder dieren. Ik wil dit niet op de individuele boer afschuiven, helemaal niet.”

In het overleg met het Landbouw Collectief zijn alternatieven op tafel gekomen, zowel binnen het voerspoor als daarbuiten. Dat bleek – nog – niet te kunnen.

“Het woord ‘nog’ is hier een goede toevoeging. Want we zijn zeker van plan om de sector te laten meedenken over de maatregelen die ze zelf hebben voorgesteld. Die komen ook allemaal terug in de plannen die we hebben voor de langere termijn vanaf januari 2021. Weidegang, mestverdunning, het voerspoor – het zijn allemaal zaken waar muziek in zit en waarmee we door kunnen.”

Het lijkt erop in het hele proces dat de juridische houdbaarheid van groter belang is dan wat je in de praktijk voor elkaar kunt krijgen.

“Als de vraag is of we op het departement weten wat in de praktijk kan? Ja, dat weten we. We weten dat de voermaatregel bij boeren vragen oproept. Een deel van de boeren zal aanpassingen moeten doen. Is de pijn zo groot dat we het niet aankunnen? Ik denk het niet. Voor dit jaar zijn de juridische paden zo smal dat je niet altijd recht kunt doen aan een individueel bedrijf. Vanaf 2021 moeten we met elkaar de stikstofdeken verminderen om te zorgen dat we niet weer in dit soort juridische kwesties terechtkomen. Ik ben die ook liever kwijt dan rijk.”

Lees verder onder de film.

De krachtvoermaatregel geeft de boer minder mogelijkheden om in te spelen op variatie in de voerkwaliteit en er zouden ook gevolgen voor diergezondheid zijn.

“We hebben 2018 als referentiejaar genomen. Dat is het droogste jaar wat we tot nu toe hebben gehad. We weten wat er toen aan stikstof in het ruwvoer zat en daarmee hebben we rekening gehouden. We kijken in augustus naar de ruwvoersituatie op dat moment. Deskundigen zeggen mij dat dit verantwoord is als het gaat om diergezondheid. Er zijn boeren met een heel gezond bedrijf en heel gezonde dieren die nu al lang aan de krachtvoernormen voldoen.”

Mogelijk daalt de omzet door de voermaatregel. Kan een melkveehouder dan bij de minister terecht?

“Het is niet zo dat we hier wat gaan vergoeden. Ik denk dat op dit moment de melkprijs veel bepalender is voor het inkomen van de boer. In dat opzicht heeft de corona-uitbraak impact. De melkprijs is laag omdat de vraag minder is. Dan moet je ook als keten gaan nadenken over wat dat betekent voor het aanbod van melk. Als we in Europa veel melk blijven produceren, zal dat de prijs onder druk zetten. Het is niet de individuele Nederlandse boer die de prijs bepaalt, dat is een Europese kwestie en daar moeten we ook het gesprek over voeren. Uiteindelijk is het doel voor de boer niet om zoveel mogelijk te melken, maar om een sluitende business-case te hebben. Er zijn meer knoppen waar je aan kunt draaien.”

De markten gaan herschikken door de coronacrisis

Nu lijkt het alsof u de voermaatregel uitlegt als een goede reactie op de dalende melkprijs.

“Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg alleen dat meer factoren van belang zijn voor het inkomen van de boer. En met de huidige melkprijs gaat dat best spannend worden. We hebben in Brussel besloten tot de particuliere opslag van zuivel en vlees, ik heb de uitbetaling van de directe inkomenssteun uit het GLB naar voren gehaald. Allemaal maatregelen om de boeren tegemoet te komen.

De markten gaan herschikken door de coronacrisis. Steeds meer landen denken na over hoe ze minder afhankelijk kunnen worden van import. Dat heeft invloed op onze toekomst. Daar moeten we het over hebben. Wat betekent dat voor een land dat zo op export gericht is? Wij denken daar over na.”

Wat vindt u in dat licht van de opmerking van Europees landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski dat specialisatie de landbouw minder weerbaar maakt?

“De uitspraken van de landbouwcommissaris zijn een indicatie dat dat debat speelt. Specialisatie is ook afhankelijk van de grondsoort, het soort producten dat je kunt maken. In Nederland hebben we veel grasland, een vruchtbare delta – dat heeft impact op welke activiteiten we hebben. Nederland heeft tijdens de crisis geen probleem gehad met de toevoer van voedsel. Dat is een ongelofelijke luxepositie. Andere landen denken na over hun voedselafhankelijkheid. Dat heeft impact op onze export. Dat gebeurt. Daar moet je over nadenken. China is een land dat al lang nadenkt over de eigen voedselvoorziening. Voor sommige producten is China best een belangrijke afnemer voor ons. Ik wil niet gaan zitten wachten totdat China zelf een keer een besluit daarover neemt, ik wil dan wel een aantal scenario’s hebben over hoe we daar zelf over na kunnen denken.”

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer