Mogen wij dieren houden?

De veehouderij is steeds onderwerp van discussie. De achterliggende, principiële vraag lijkt te zijn: mag je als mens eigenlijk wel dieren houden? André Helder vindt van wel en beredeneert waarom dat zo is.

Duizenden jaren geleden zijn we begonnen met de domesticatie van onze huisdieren. Dat had toen een levensvervullend nut. Dieren speelden een essentiële rol in het bestaan: voor transport als rijdier, lastdier of trekdier, voor voedsel (vlees, melk, eieren) en voor kleding (wol, leer, pels).

Andere kijk

De laatste 150 jaar is daar verandering in gekomen. We zijn steeds minder op onze dieren aangewezen. Als we ze dan minder of niet meer nodig hebben, moeten we dan doorgaan met deze onderwerping, zelfs als het niet hoeft? Onze kijk op het houden van dieren is veranderd. Mogen wij dieren opeten en hoe gaan wij met productiedieren om? Mogen we ook dieren houden uitsluitend voor ons plezier? Want als je de vraag stelt of dieren houden verantwoord is, dan geldt dat ook voor gezelschapsdieren.

Als je vindt dat mensen wel dieren mogen houden, dan dient zich de vraag aan: met welk doel wel en met welk doel niet? Doe ik een schoothondje een plezier als ik zeg dat ik het baasje ben, vervolgens de vacht was in een geparfumeerd bad en dan het beestje optut met strikjes en een vestje? Er zullen weinig dieren zijn die dit als droomwens hebben. Toch zal de eigenaar zichzelf voorhouden dat hij/zij zo van dieren houdt en het beestje ermee verwent.

Paarden houden

Paarden waren vroeger belangrijk in het dagelijks leven. Ze deden dienst in het boerenwerk, het transport en in het leger. Maar nu niet meer. We hebben het paard niet meer nodig.

Niet alleen de manier waarop wij dieren houden is veranderd. We hebben de dieren zelf veranderd

Toch zijn er nog heel wat. Gewoon omdat er mensen zijn die het leuk vinden om een paard te hebben of om ervoor te zorgen. Een enkel paard wordt beroemd omdat het kan springen of kunstjes doen. Maar de meeste komen niet zover. Die worden hobbypaard, manegepaard of slachtpaard.

Wat heeft een manegepaard met dierenliefde te maken? Natuurlijk, de mensen die rijles volgen, houden van paarden en zullen deze liefderijk verzorgen. Maar hoe is dat vanuit het perspectief van het paard? Dat moet dag in dag uit zijn rondjes draaien in de manege met een hobbezak op zijn rug. Daar zal het dier niet zelf om gevraagd hebben. Wat geeft ons het recht dit met deze dieren te doen, eenvoudigweg voor ons eigen plezier?

Fokkerij of rasverbetering

Niet alleen de manier waarop wij dieren houden is veranderd. We hebben de dieren zelf veranderd. We noemen dat fokkerij of rasverbetering. Er zijn vele rassen ontstaan. Er zijn schapen speciaal voor vlees, maar ook voor wol of melk.

Er zijn talloze hondenrassen met een enorme variatie in formaat en uiterlijk. Er zijn honden voor de jacht, voor de bewaking en voor op schoot.

Fokkerij kan als doel hebben het vergroten van het productievermogen. Waar het profijt minder een rol speelt, kan het ook als doel hebben het bereiken van een ideaalbeeld: het gewenste verenkleed of de vorm van de snuit. Het leidt niet altijd tot gezonde situaties. Bij een bepaald hondenras (Franse Buldog), wordt een brede kop en snuit gewenst. Dit heeft geleid tot problemen met de ademhaling (snurkers). Maar de brede kop zorgt ook voor geboorteproblemen en veel keizersneden. Hetzelfde doet zich overigens ook voor bij het fokken van extreem bevleesde schapen- en runderrassen.

Laat het dier zichzelf zijn, zonder er menselijke eigenschappen aan toe te dichten

Het fokken naar een ideaalbeeld kan ook leiden tot een toename van inteelt. Voor het bereiken van het ideale uiterlijk wordt dan vaak gebruik gemaakt van een klein aantal hoogst gewaardeerde fokdieren. Het is een bekend verschijnsel dat sluimerende erfelijke gebreken bij inteelt vaker tot uiting komen. Dat doet zich vooral voor bij honden. Diverse hondenrassen zijn hierdoor in een alarmerende fase beland.

Mogen wij dieren houden? Mijn opvatting is dat het kan: leven van en met dieren. Met respect voor de aard van het dier. Laat het dier zichzelf zijn, zonder er menselijke eigenschappen aan toe te dichten. Laat dat gelden voor alle dieren, dus niet alleen de melkkoe of het vleesvarken, maar ook het dressuurpaard, het schoothondje en de kleurkanarie.

André Helder is collectiebeheerder bij het Nationaal Veeteelt Museum

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.