Nationale Eiwitstrategie is groter dan hectares soja

Geijzendorffer
Ilse Geijzendorffer CEO/directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut
Proefveld met mengteelten van graan en veldboon in de Noordoostpolder. - Foto Peter Keijzer/Louis Bolk
Proefveld met mengteelten van graan en veldboon in de Noordoostpolder. - Foto Peter Keijzer/Louis Bolk

De eiwittransitie in de landbouw loopt niet dood op de Green Deal Soja, zegt Ilse Geijzendorffer, CEO/directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut. Dit instituut werkt samen met agrariërs en ketenpartijen in meerdere alternatieve gewassen aan concreet resultaat.

Recent zijn de resultaten van het Green Deal Soja-project gepresenteerd als een risico op falen voor de Nationale Eiwit strategie (Food&Agribusiness van 26 februari). Dat geeft een te eenzijdig beeld van het doel van de Nationale Eiwitstrategie, namelijk verminderen van soja-import en meer eigen teelt van eiwitgewassen. Tevens doet dit tekort aan concrete resultaten die worden geboekt met andere eiwitrijke gewassen, zoals veldboon en lupine. Het Louis Bolk Instituut werkt hieraan met ketenpartijen, boeren en provincies samen in verschillende projecten (30 januari 2021, Boerderij).

De teelt voor nationaal eiwit

Als we beginnen bij opbrengsten, dan brengt veldboon gemiddeld tussen de 6 en 7 ton op per hectare, en witte lupine rond de 2,5 ton 3 ton per hectare. Uit meerdere nationale projecten (zoals Kansrijke eiwitgewassen van BO Akkerbouw) en Europese projecten (onder andere. Protein2Food en Remix) blijkt echter dat we voor het totaalplaatje niet alleen naar opbrengst moeten kijken. Peulvruchten zoals lupine en veldboon hebben als voorvrucht een zeer positieve impact op de oogst van het opvolgende gewas door een betere bodemkwaliteit en nutriëntengehalte. In teeltexperimenten in Duitsland zijn meeropbrengsten van 10-30% gemeten bij de teelt van granen met peulvruchten als voorvrucht in vergelijking met granen als voorvrucht.

Saldo

Als we bij de opbrengst alleen kijken naar het huidige saldo in een internationale concurrentiepositie, dan is er nu geen rendabele markt. En dat is nu precies waarom er een Nationale Eiwitstrategie moest komen! Zodat de potentie voor eiwitgewassen kan worden verkend, waarbij sojateelt beslist niet de enige optie is. In opdracht van provincie Flevoland voor het Actieplan ‘Naar een landelijke veldboonketen’ bekeek het Louis Bolk Instituut of er genoeg potentie is om voor een teelttechnisch en economisch interessante afzet van veldboon te komen. Meerdere provincies en marktpartijen gaven aan dat zij al in actief zijn, het willen worden of een tandje bij willen zetten.

Bijdrage aan meerdere ambities

Provincies, boeren en andere organisaties zijn niet alleen geïnteresseerd in eiwitrijke gewassen vanuit de Nationale Eiwitstrategie, maar ook vanuit het dagende inzicht dat het inzetten van eiwitrijke gewassen ook bijdraagt aan andere ambities. Zo is het gebruik van eiwitgewassen voor veevoer een belangrijke kans om kringlopen op bedrijfsniveau of regionaal niveau te kunnen sluiten en boeren pakken dit al op. Hiernaast spelen ook ambities voor natuurinclusieve landbouw om bij te dragen aan biodiversiteitsherstel in het landelijk gebied. De inzet van vlinderbloemigen, zoals peulvruchten, als bloeiend gewas in rotaties of strokenteelt vormt een grote stimulans voor insecten en vogels, en komt de bodemkwaliteit en -leven ten goede.

Toenemende vraag naar peulvruchten voor humane voeding is al zichtbaar bij vleesvervangers

Gezonder menselijke dieet

Naast de teeltvoordelen van vlinderbloemigen, is humane gezondheid ook een belangrijke toekomstige drijfveer van de afzet. Het Voedingscentrum adviseert om eiwitten te eten in een verhouding van 40% dierlijk en 60% plantaardig, waarbij peulvruchten als belangrijke eiwitbron kunnen dienen. Een potentieel toenemende vraag naar peulvruchten voor humane voeding is al zichtbaar bij vleesvervangers. Tegelijk hebben individuele boeren juist korte ketens opgezet en lokale afzet gecreëerd. In het project FlevoVeldboon hebben meerdere partijen hun interesse of al lopende initiatieven ingebracht voor de verwerking van veldboon in voedingsproducten. Vergelijkbare initiatieven spelen ook in de (nu nog voornamelijk) biologische lupine-keten.

Conclusie

Het succes van een eiwitgewas op Nederlandse akkers moet dus nooit vanuit slechts één kant worden gepresenteerd. Er zijn genoeg agrariërs die met hun kennis en creativiteit op meerdere manieren op de eiwittransitie inspelen. Het is hoog tijd dat zij actief gewaardeerd en ondersteund worden.

Hebben we de nationale eiwittransitie nu al voltooid? Nee we zijn er nog niet, maar daarom is het ook een ambitie. Zitten we op de goede weg en is of wordt het interessant voor boeren om hier op in te zetten? Absoluut, en dat is niet alleen goed nieuws voor de agrarische sector.




Beheer