Natte kuil verhoogt risico op boterzuur

Voerfabrikanten zien in kuiluitslagen meer kuilen met verhoogd risico op boterzuursporen dan normaal.

Boeren die hun ingekuilde gras, mais of bijproducten aan hun koeien voeren, moeten scherp zijn op boterzuursporen. Dit vraagt aandacht. Zeker nu koeien op stal staan en meer kuilvoer gevoerd wordt. Dit najaar lijkt het risico op boterzuur iets groter te zijn dan normaal.

Natte dagen oorzaak boterzuurproblemen

Eurofins Agro stelde onlangs dat er dit jaar veel boterzuurproblemen gemeld zijn. ForFarmers herkent dit beeld en legt de oorzaak bij de natte dagen van eind april/begin mei toen toch ingekuild is. “In onze databank van de voorjaarskuilen zien we dat 2% van de kuilen een verhoogd boterzuurgehalte heeft. Vorig jaar was dat 1,2%. Verhoogd betekent hierbij meer dan 3 gram per kilo droge stof”, vertelt Bart Tas, innovation manager Ruminant Nutrition van ForFarmers.

Geen concrete cijfers

Het verhoogde risico op boterzuursporen vertaalt zich niet direct in concrete cijfers. Zuivellaboratorium Qlip ziet geen echte verhoging van het aantal melkmonsters boerderijmelk dat dubbel positief test op boterzuur. Leo Tjoonk, nutritionist rundvee van Agrifirm, onderschrijft dat. “Vanuit de zuivel hoor ik weinig over afkeurpunten op boterzuur. Maar dat kan twee dingen betekenen: of het valt dit najaar mee of veehouders voeren nu nog andere kuilen.”

Tjoonk kan wel een beeld schetsen van de kuilen over het hele jaar die Agrifirm tot nu toe geanalyseerd heeft. “We zien bij 5% van de kuilen een verhoogd boterzuurgehalte. Risicovol waren vooral de periodes 15 april-5 mei (specifiek 27-30 april) en de laatste 2 weken van oktober. Dan zie je de meeste uitschieters; boven de 5 gram per kilo droge stof.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.