Nepluvi presenteert plannen dierenwelzijn

31-10 | |
Pluimveeslachterijen hebben zich gecommitteerd aan de doelstellingen in het masterplan dierenwelzijn van Nepluvi. - Foto: Koos Groenewold
Pluimveeslachterijen hebben zich gecommitteerd aan de doelstellingen in het masterplan dierenwelzijn van Nepluvi. - Foto: Koos Groenewold

Voorzitter Gert-Jan Oplaat heeft vrijdag 28 oktober tijdens het 45-jarig jubileum van Nepluvi in Lelystad het door de pluimveeslachterijen ondertekende masterplan borging dierenwelzijn overhandigd aan Hugo van Kasteel, directeur dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn van het ministerie van LNV.

In het masterplan ‘Goed Beter Best’ wordt beschreven waar de pluimveeverwerkende industrie voor het borgen van het dierenwelzijn naar streeft op de korte (0-2 jaar), de middellange (2-5 jaar) en de lange termijn. Tot de kortetermijndoelstellingen behoren onder meer een benchmark opstellen voor vang- en laadletsel; de ontwikkeling van slim cameratoezicht stimuleren; en het ontwikkelen van een protocol voor het beoordelen van de transportwaardigheid van dieren.

Voor de middellange termijn staat op het programma onderzoek doen naar de toegevoegde waarde van mechanische ventilatie tijdens transport; en het ontwikkelen van systemen om onbedwelmd kantelen bij de slachterij te voorkomen. Op de lange termijn moet dat onbedwelmd kantelen helemaal worden uitgefaseerd. Ook moet dan onbedwelmd aanhangen worden uitgefaseerd, mits er tegen die tijd een alternatieve methode voor waterbadbedwelming beschikbaar is.

Directeur dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn van het ministerie van Landbouw Van Kasteel was er positief over dat de sector zelf deze stappen zet. Hij benadrukte het belang voorop te blijven lopen op het gebied van dierenwelzijn. “Om ons heen zien we dat de politieke en maatschappelijke discussie steeds scherper wordt gevoerd.”

Nationaal hitteplan

Van Kasteel betreurde het wel dat er in het dierenwelzijnsrapport geen oplossing biedt voor veetransport bij extreem hoge temperaturen. Oplaat zei in reactie daarop direct morgen te zullen tekenen als de NVWA bereid is midden in de nacht inspecteurs beschikbaar te stellen. Het is al langer de wens van de slachterijen bij extreme weersomstandigheden de werkzaamheden te vervroegen zodat het transport kan plaatsvinden voordat het warm wordt. Dat kan echter niet omdat er dan geen overheidstoezicht is. Bij de kortetermijndoelstelling in het welzijnsplan staat dat ook vermeld: gesprekken voeren met overheidsinstanties ten behoeve van het verkrijgen van toezicht tijdens koelere uren.

Bescheiden vieren

Voorzitter Gert-Jan Oplaat wees er op dat het 45-jarig bestaan bescheiden werd gevierd. De koopkrachtontwikkeling, Oekraïne, corona, de chaos rond het stikstofdossier, de ongrijpbaarheid van vogelgriep en de stijgende arbeidskosten vormen geen reden voor een groot feest. Grote uitdagingen voor de sector dus. “Maar ondernemers zijn rasoptimisten en hebben veerkracht getoond.”

Vleesconsumptie

De Nepluvi-voorzitter ging ook in op wat hij noemt framing van de (pluimvee)vleessector. Hij stelt dat social media de indruk wekken dat heel de samenleving vegetarisch dan wel veganistisch is. “Maar Nederlandse consumenten aten in 2021 méér vlees dan het jaar daarvoor en het lijkt erop dat ook in 2022 de consumptie is toegenomen.” Een ander beeld dat hij wil rechtzetten is dat produceren voor de export niet zinvol is. Een deel van de export betreft delen die hier niet worden gegeten. Bovendien gaat de export vooral naar omringende landen. “Voor sommige producenten is Duitsland dichterbij dan Amsterdam. Nederland is goed in agrifood en dat moeten we koesteren.”

Ook de visie dat pluimveeslachterijen er een zooitje van maken, noemt hij niet terecht. “Er waren het afgelopen jaar bijna 90.000 inspecties. Die hebben geleid tot 349 schriftelijke waarschuwingen en 266 boetes; pluimveeslachterijen doen het dus goed.”

Doelvoorschriften

Oplaat pleitte voor meer doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. Dat staat ook vermeld bij de langetermijndoelstellingen in de dierenwelzijnsplannen. Nederlandse bedrijven hebben volgens hem aangetoond dat ze daar goede resultaten mee kunnen behalen. “Voorbeeld van zo’n successtory waarvoor Nederland wereldwijd wordt geroemd is het terugdringen van het gebruik van antibiotica.” Hij betoogde dat wanneer een enkel bedrijf zich niet aan de voorschriften blijkt te houden, uitsluitend voor dat bedrijf een middelvoorschrift kan worden ingesteld.

Relatie verbeterd

De Nepluvi-voorzitter wees vijf jaar geleden bij het vorige lustrum op de moeizame relatie met de NVWA met dure controles en hoge boetes. “Eén toezichthouder voor 8 uur per dag kost een slachterij in een jaar € 341.000 en er ligt een voorstel de tarieven met 35% te verhogen! Wij dringen aan op een verlaging, maar dat valt niet mee als er op LNV steeds een nieuwe minister zit. In Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk neemt de overheid die kosten op zich. Er zijn in Nederland torenhoge boetes voor relatief lichte vergrijpen. Waar slachterijen in Nederland tienduizenden euro’s boete betalen is dat in andere landen voor dezelfde overtreding een paar honderd euro.” Aan de andere kant staat de NVWA volgens Oplaat meer open voor argumenten en gaat het meer naar risicogericht toezicht. Hij zegt “flink wat vertrouwen” te hebben in minister Piet Adema.

Realistisch tijdpad

Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (SGP) ging tijdens de bijeenkomst in op het beleid van Brussel. De Europese Commissie stelt volgens hem voor de aanpassingen in de landbouw geen reële doelen en hanteert ook geen realistisch tijdpad.

van der Werff


Beheer