Nieuwe Denktank: stikstofbeleid op wankel fundament gestoeld

14-09 | |
Foto: Peter Roek
Foto: Peter Roek

Het stikstofbouwwerk van de regering is gebouwd op een wankel fundament. Dat stelt De Nieuwe Denktank in het boek Stikstof, dat deze week is verschenen. De denktank stelt dat er sprake is van technocratische tunnelvisie. De denktank zoekt een omslag naar ‘realistisch rentmeesterschap’.

Het boek is geschreven onder redactie van jurist Quinten Pluymakers, geoloog Marinus den Hartogh en bestuurskundige Sander Smit. De Nieuwe Denktank is ontstaan uit i=onder andere de Stichting Sociale Christendemocratie, waarin betrokken en bezorgde burgers meedenken over verschillende maatschappelijke problemen.

Smit was enkele jaren geleden (toen als medewerker van Schreijer-Pierik in het Europees Parlement) auteur van een rapport over de gevolgen van de Nederlandse uitwerking van de Europese natuurwetgeving (Land in de Knel).

Bezorgdheid over stikstofbeleid

Hij zegt dat hij op persoonlijke titel heeft meegewerkt aan het rapport, “hoewel Annie Schreijer-Pierik hier helemaal achter staat”. Hij legt uit dat het boek vooral is geschreven uit bezorgdheid over de uitwerking van het stikstofbeleid in Nederland, dat helemaal gefocust is op de kritische depositiewaarde (KDW).

Smit ergert zich aan de verwijzingen vanuit Nederland naar Europese regelgeving, als het gaat om het stikstofbeleid. “De manier waarop het stikstofbeleid wordt uitgevoerd, is echt alleen Nederlands. Als dit Europees net zo werd ervaren, zou je in Catalonië, de Povlakte of in Noordrijn-Westfalen dezelfde problematiek zien bij de vergunningverlening. Want ook daar worden kritische depositiewaarden overschreden. Het RIVM heeft vastgesteld dat in 79% van alle Europese natuurgebieden de KDW’s worden overschreden. Dat is relatief meer dan in Nederland.”

De route die de politiek kiest, kan onherstelbare sociaal-economische gevolgen hebben

Smit ziet dat er een impasse in Nederland ontstaat, politiek en maatschappelijk. En de route die de politiek kiest, kan volgens hem “onherstelbare sociaal-economische gevolgen” hebben. Smit en zijn collega-auteurs vinden dat de discussie moet worden opengetrokken en het pad moet worden verlegd van de modellen naar de werkelijke staat van de natuur.

“Ik zeg echt niet dat stikstofreductie niet nodig is. Maar er is internationaal helemaal niet zo’n brede consensus over de absolute waarde van de kritische depositiewaarden. En wij zijn niet de enigen die daarop wijzen. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt voor een te nauwe blik op de kritische depositiewaarden.”

Europees recht

Het is, zo schrijven Smit en zijn medeauteurs, niet vol te houden dat de manier waarop Nederland de stikstofreductie wil uitvoeren, dwingend voortvloeit uit het Europees recht. Smit wijst erop dat Nederland wel beleid heeft uitgezet, maar op geen enkele manier de sociale en economische gevolgen op een rij heeft gezet. Hij waarschuwt dat er straks een situatie kan ontstaan dat bedrijven zijn opgekocht en omgeschakeld, en er uiteindelijk toch niet de doelen worden bereikt in de natuur. Hij waarschuwt dat het draagvlak onder het overheidsbeleid daar onder zal lijden.

Smit ziet ‘gelukkig’ wel een kentering. De kritische depositiewaarde wordt niet altijd meer als een absolute norm gezien voor de kwaliteit van de natuur, er wordt nagedacht om anders te kijken naar de instandhouding van de natuur en de instelling van de ecologische autoriteit lijkt ook een koers op de juiste weg. Maar ondertussen staat de verwijzing naar de kritische depositiewaarde nog steeds in de Wet Natuurherstel en Stikstofvermindering. Dat zou moeten veranderen, vindt Smit.

Braakman
Jan Braakman Redacteur
Meer over


Beheer